Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1602

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-06-2015
Datum publicatie
12-06-2015
Zaaknummer
15/00167
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:413, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:6653
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:6766
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Incidentele vordering tot voeging in cassatie (art. 217 Rv). Belang (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768, NJ 2015/206). Nadelige gevolgen van de uitkomst van de procedure waarin men zich voegt. Is mogelijke precedentwerking een voldoende belang?

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 217
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2015/1202
JWB 2015/219
NJ 2015/295 met annotatie van
RvdW 2015/775
RBP 2015/62
JBPR 2015/64 met annotatie van mr. dr. M.O.J. de Folter
mr. I. Brinkman en mr. L. Baljon annotatie in NTE 2016/2, UDH:NTE/12961
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juni 2015

Eerste Kamer

nr. 15/00167

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest in het incident

inzake:

De rechtspersonen naar vreemd recht

1. ALSTOM,
gevestigd te Levallois-Perret Cedex, Frankrijk,

2. ALSTOM GRID S.A.S.,
gevestigd te Paris-La Défense Cedex, Frankrijk,

3. COGELEX,
gevestigd te Paris-La Défense Cedex, Frankrijk,

4. ALSTOM HOLDINGS,
gevestigd te Levallois-Perret Cedex, Frankrijk,

EISERESSEN tot voeging,

advocaat: mr. K. Aantjes,

in de zaak van:

1. TENNET TSO B.V.,
gevestigd te Arnhem,

2. SARANNE B.V.,
gevestigd te Arnhem,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidenteel cassatieberoep, verweersters in het incident,

advocaat: mr. M. Ynzonides,

t e g e n

1. ABB B.V.,
gevestigd te Rotterdam,

2. de rechtspersoon naar buitenlands recht ABB LTD.,
gevestigd te Zürich, Zwitserland,

VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidenteel cassatieberoep, verweersters in het incident,

advocaat: mr. F.E. Vermeulen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als TenneT c.s. en ABB c.s. en eiseressen tot voeging als Alstom c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 208812 / HA ZA 10-2411 van de rechtbank Arnhem van 26 oktober 2011, 29 februari 2012, 16 mei 2012 en 1 augustus 2012 en het vonnis in die zaak van de rechtbank Oost-Nederland, zittingsplaats Arnhem, van 16 januari 2013;

b. de arresten in de zaak 200.126.185 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 september 2013 en 2 september 2014.

Het arrest van het hof van 2 september 2014 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen laatstvermeld arrest van het hof hebben Tennet c.s. beroep in cassatie ingesteld.

Alstom c.s. hebben bij incidentele conclusie van 6 februari 2015 gevorderd zich in het geding in cassatie tussen partijen aan de zijde van ABB c.s. te mogen voegen.

TenneT c.s. hebben op 20 februari 2015 geconcludeerd tot niet-ontvankeljkverklaring althans afwijzing van de incidentele vordering tot voeging, en tot veroordeling van Alstom c.s. in de kosten van het incident.

ABB c.s. zijn op 20 februari 2015 in het geding verschenen. Zij hebben in de hoofdzaak geconcludeerd tot verwerping van het principaal cassatieberoep en incidenteel cassatieberoep ingesteld. Op 6 maart 2015 hebben ABB c.s. voorts geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot voeging.

TenneT c.s. hebben op 17 april 2015 geconcludeerd tot verwerping van het incidenteel cassatieberoep.

De cassatiedagvaarding en de incidentele conclusie tot voeging zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De conclusie in het incident van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot afwijzing van de incidentele vordering tot voeging.

De advocaat van Alstom c.s. heeft bij brief van 17 april 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de incidentele vordering tot voeging

3.1

Alstom c.s. vorderen zich in dit geding in cassatie te mogen voegen aan de zijde van ABB c.s. Zij stellen belang te hebben bij de voeging omdat tussen hen en TenneT c.s. een procedure aanhangig is met eenzelfde inzet als de onderhavige procedure tussen TenneT c.s. en ABB c.s. In beide procedures hebben TenneT c.s. schadevergoedingsvorderingen ingesteld naar aanleiding van de beschikking van de Europese Commissie van 24 januari 2007, waarbij is vastgesteld dat onder meer ABB c.s. en Alstom c.s. zich met betrekking tot de levering van gasgeïsoleerd schakelmateriaal hebben schuldig gemaakt aan een inbreuk op, kort gezegd, het kartelverbod. De procedures hebben betrekking op verschillende, niet met elkaar verband houdende projecten, maar in beide procedures verweren ABB c.s. onderscheidenlijk Alstom c.s. zich tegen de vordering van TenneT c.s. onder meer met een beroep op het zogenoemde doorberekeningsverweer. Het cassatieberoep van TenneT c.s. stelt verschillende overwegingen van het hof omtrent dat verweer aan de orde, zodat de uitspraak van de Hoge Raad over dat beroep volgens Alstom c.s. bepalend kan zijn voor de uitkomst van de tegen hen door TenneT c.s. aangespannen procedure.

3.2

Eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen (art. 217 Rv). Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768, NJ 2015/206, rov. 5.3). Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridisch gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert. In de mogelijke precedentwerking van die uitspraak is dus niet reeds een voldoende belang gelegen, ook niet indien sprake is van sterk op elkaar gelijkende vorderingen of feitencomplexen tussen deels dezelfde partijen.

3.3

Het door Alstom c.s. gestelde belang heeft uitsluitend betrekking op de precedentwerking van het arrest in deze zaak. De vordering moet dus worden afgewezen.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

wijst de vordering af;

veroordeelt Alstom c.s. in de kosten van het incident, tot op deze uitspraak aan de zijde van TenneT c.s. begroot op € 800,-- aan salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 juni 2015.