Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1462

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-06-2015
Datum publicatie
05-06-2015
Zaaknummer
13/05028
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1919, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:2893, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting; artikel 14b Wet IB 1964, aandelenfusiefaciliteit; Zie tevens zaak met nr. 13/05027.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2015-1360 met annotatie van Fiscaal up to Date
NTFR 2015/1741 met annotatie van MR. E. ALINK
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 juni 2015

nr. 13/05028

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X5] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 september 2013, nr. 10/00277, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/4701) betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2000 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 16 oktober 2014 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 13/05027 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, P. Lourens, C.B. Bavinck en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2015.