Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1443

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-06-2015
Datum publicatie
03-06-2015
Zaaknummer
14/02035
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:786, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:3294, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. Het Hof kon t.a.v. het onder 1 bewezenverklaarde niet volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, nu de raadsman bij de behandeling van de zaak in h.b. vrijspraak heeft bepleit t.a.v. het onder 1 tlgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/736
SR-Updates.nl 2015-0256
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 juni 2015

Strafkamer

nr. 14/02035

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2013, nummer 23/000003-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde, de vordering van de benadeelde partij en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde deze in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te berechten en af te doen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel strekt ten betoge dat het Hof wat betreft de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde ten onrechte heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv.

2.2.1.

Het Hof ten laste van de verdachte onder 1 bewezenverklaard dat deze zich heeft schuldig gemaakt aan "de eendaadse samenloop van diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een vals kostuum, en medeplegen van oplichting".

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid van art. 359 Sv, waaronder de bekennende verklaring van de verdachte.

2.2.3.

De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Bespreking van een bewijsverweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aan de hand van zijn pleitnota aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat de verdachte van het onder 1 primair en subsidiair (het hof begrijpt telkens het onder 1) ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu de verdachte niet het opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke vorm, om het onder 1 ten laste gelegde te plegen."

2.3.

Art. 359, derde lid, Sv, dat ingevolge art. 415 Sv ook in hoger beroep toepasselijk is, luidt als volgt:

"De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit."

2.4.

Het Hof heeft in de bestreden uitspraak wat betreft de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van art. 359, derde lid, Sv. De raadsman van de verdachte heeft bij de behandeling van de zaak in hoger beroep vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. Uit de bewoordingen van art. 359, derde lid, Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. Gelet op het voorgaande heeft het Hof wat betreft de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde ten onrechte volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde is daarom ontoereikend gemotiveerd.

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging, de beslissingen omtrent de vordering van de benadeelde partij Media Markt Amsterdam-Noord daaronder begrepen;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2015.