Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1345

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-05-2015
Datum publicatie
27-05-2015
Zaaknummer
14/00674
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:677, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. Verontschuldigbare termijnoverschrijding? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AN8587. Gelet op hetgeen door de raadsvrouwe onder verwijzing naar stukken is aangevoerd, had het Hof zijn beslissing nader dienen te motiveren. Het had moeten doen blijken te hebben onderzocht of en zo ja gedurende welke periode na het vonnis van de Pr de verdachte in een zodanige psychische gesteldheid verkeerde dat hij niet in staat was te beoordelen of h.b. diende te worden ingesteld. Een termijnoverschrijding gedurende een zodanige periode zou de verdachte niet kunnen worden toegerekend. In dat geval is de verdachte ontvankelijk in het door hem ingestelde rechtsmiddel indien hij, nadat een verhindering als hiervoor bedoeld is opgeheven, alsnog z.s.m. h.b. heeft ingesteld of doen instellen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 408
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/713
NBSTRAF 2015/142
SR-Updates.nl 2015-0245
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 mei 2015

Strafkamer

nr. 14/00674

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 2013, nummer 23/001831-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S. Kubicz, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, niet-ontvankelijk heeft verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.

2.2.

De verdachte is bij vonnis van de Politierechter van 20 juni 2012 bij verstek veroordeeld ter zake van diefstal. Tegen dit vonnis heeft de verdachte op 10 april 2013 hoger beroep in gesteld.

2.3.1.

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de gemachtigd raadsvrouwe van de verdachte aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal van zitting gehechte pleitnotities. Deze houden in:

"Zo op het eerste gezicht lijkt het hoger beroep niet-ontvankelijk te zijn, nu het te laat is ingesteld. Cliënt is immers op 20 juni 2012 veroordeeld en pas op 10 april 2013 is hoger beroep ingesteld. Bovendien blijkt uit het dossier dat de dagvaarding voor de zitting aan cliënt in persoon is uitgereikt. De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat er sprake is van een verontschuldigbare termijnoverschrijding.

Uit de aantekening mondeling vonnis blijkt dat cliënt in de onderhavige zaak bij verstek veroordeeld is en dat hij op dat moment uit andere hoofde gedetineerd was. Ik heb geen afstandsverklaring gezien waaruit blijkt dat cliënt niet bij de behandeling van zijn zaak aanwezig wilde zijn. Van medewerkers van de strafgriffie en het Ressortsparket begreep ik dat ook het Hof en de Advocaat Generaal niet over een dergelijke afstandsverklaring beschikken. Tevens werd mij medegedeeld dat er geen proces-verbaal van de zitting is uitgewerkt. Er kan dus niet worden vastgesteld dat mijn cliënt afstand heeft gedaan van zijn recht op aanwezig te zijn op de zitting van 20 juni 2012.

Weliswaar heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 29 juli 2011 overwogen dat een rechter in beginsel geen verstek mag verlenen indien een gedetineerde verdachte niet is aangevoerd en ook geen afstandsverklaring heeft getekend. Dit laat echter onverlet dat van de verdachte mag worden verwacht dat hij zich tijdig op de hoogte stelt van de beslissing van de rechter en van het verdere verloop van zijn zaak opdat hij tijdig hoger beroep kan instellen. In die zaak kwam het Hof tot het oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk was in zijn hoger beroep, omdat niet was gebleken van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar deed zijn.

De verdediging is van mening dat in het onderhavige geval wel sprake is van dergelijke bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar maken:

(...)

• Een andere bijzondere omstandigheid is de psychische problematiek van cliënt. Uit de rapportage van de PI De Tafelbergweg betreffende de tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel blijkt dat cliënt zwakbegaafd is en dat hij last heeft van psychoses en angstaanvallen. Bestaan van psychiatrische problematiek blijkt ook uit het bijgevoegde reclasseringsrapport van 13 september 2012 (bijlage 4). Ook dit maakt de overschrijding van de termijn van instellen van hoger beroep in het geval van cliënt verontschuldigbaar.

Gelet op al het voorgaande verzoek ik u cliënt ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, nu sprake is van bijzondere, cliënt niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de beroepstermijn verontschuldigbaar maken."

2.3.2.

Blijkens hetzelfde proces-verbaal van de terechtzitting heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof daarop als volgt gereageerd:

"Het door de raadsvrouw verwoorde standpunt is goed onderbouwd en ik sluit me aan bij haar conclusie dat het appel weliswaar tardief is ingesteld, doch deze termijnoverschrijding is verontschuldigbaar."

2.3.3.

Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe het volgende overwogen:

"De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte weliswaar te laat hoger beroep heeft ingesteld, maar dat deze termijnoverschrijding verontschuldigbaar is omdat de verdachte, ondanks dat hij geen afstand had gedaan van zijn recht bij de terechtzitting aanwezig te zijn, niet is aangevoerd en de verdachte in de periode na 20 juni 2012 psychische problemen had waardoor hij minder goed in staat was om zijn belangen te behartigen.

Het hof is van oordeel dat het gegeven dat de verdachte geen afstand had gedaan van het recht bij de zitting aanwezig te zijn op zichzelf onverlet laat dat de beroepstermijn veertien dagen na 20 juni 2012 verstreek. Verder kan op basis van de enkele mededeling dat verdachte psychische problemen had niet worden aangenomen dat het te laat instellen van hoger beroep niet aan de verdachte kan worden toegerekend."

2.4.

Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich de door de raadsvrouwe genoemde rapportages, te weten:

(i) een advies van de reclassering van 13 september 2012. Dit advies houdt onder meer in:

"Als eerder beschreven bezocht collega-rapporteur [betrokkene] betrokkene op 14 juni 2012 in HvB Haarlem. Betrokkene vertelde destijds veel last te hebben van angsten. Op 18 juni 2012 is er telefonisch contact tussen collega [betrokkene] en de penitentiaire inrichting en blijk dat [verdachte] wegens psychiatrische problematiek op de Bijzondere Zorg afdeling (BZA) is geplaatst. Rapporteur heeft op 5 september 2010 (de Hoge Raad leest: 2012) telefonisch contact gehad met de behandelend psychiater op de BZA te Haarlem, dr. D. Ploem. Uit dit overleg kwam naar voren dat [verdachte] vooruitgang boekt op de BZA. Hij is ingesteld op zyprexa, een anti-psychoticum, en verkeert daar in een "prikkelarme omgeving". Er zijn geen aanwijzingen dat betrokkene detentie ongeschikt is. Wel is het raadzaam betrokkene zo spoedig mogelijk in een forensisch psychiatrische behandelinstelling te (laten) plaatsen.

(...)

[verdachte] kwam in een gesprek met collega rapporteur [betrokkene] op 14 juni 2012 verward en druk over. Het was moeilijk om hem daardoor in het gesprek te volgen. Betrokkene had moeite om antwoorden te geven op de gestelde vragen en was veelal associatief in zijn reacties. Tijdens het gesprek met rapporteur op 5 september 2012 viel op dat [verdachte] veel helderder was, hoewel hij nog steeds erg druk en gedreven was. Het psychiatrisch ziektebeeld van [verdachte] beïnvloedt het gedrag van betrokkene zodanig, dat langer durende behandeling en stabilisatie van de kenmerken van de aandoening noodzakelijk is, om verdere uitspraken over gedrag, vaardigheden en denkpatronen mogelijk te maken. Mede vanwege het ontberen van zelfinzicht en ontberen van ziekte inzicht is de kans op recidive groot."

(ii) een rapportage van P.I. Amsterdam Locatie "Tafelbergweg" van 9 september 2013 betreffende de "stand van uitvoering van het verblijfsplan" van de verdachte. Deze rapportage houdt onder meer in:

"Hij is getest; zwakbegaafd. Het is niet helder of zijn psychoses worden veroorzaakt door cocaïnegebruik of door schizofrenie. Betrokkene heeft last van angstaanvallen en is gebaat bij structuur. Hij zou buiten onder druk van zijn sociale omgeving (neefjes) komen tot gebruik van drugs. Er wordt gedacht aan een DD kliniek Heiloo of Roosenburg en aanmelden voor beschermd wonen."

2.5.

De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit kan geschieden; die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de termijn voor hoger beroep door de verdachte, zoals in het onderhavige geval, betekent in de regel dat deze niet in dat hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Daarbij kan worden gedacht aan een zodanige psychische gesteldheid dat in verband daarmee het verzuim tijdig hoger beroep in te stellen niet aan de verdachte kan worden toegerekend (vgl. HR 6 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8587, NJ 2004/181).

2.6.

Gelet op hetgeen door de raadsvrouwe onder verwijzing naar de hiervoor onder 2.4 weergegeven stukken - die onder meer inhouden dat de verdachte zwakbegaafd is, kampt met psychosen en kort voor de terechtzitting van de Politierechter van 20 juni 2012 wegens psychiatrische problematiek naar de "Bijzondere Zorg Afdeling" van P.I. Haarlem is geplaatst - is aangevoerd, had het Hof zijn beslissing nader dienen te motiveren. Het had moeten doen blijken een onderzoek te hebben ingesteld naar de vraag of en zo ja gedurende welke periode na het vonnis van de Politierechter de verdachte in een zodanige psychische gesteldheid verkeerde dat hij niet in staat was te beoordelen of hoger beroep diende te worden ingesteld. Een termijnoverschrijding gedurende een zodanige periode zou de verdachte niet kunnen worden toegerekend. In dat geval is de verdachte ontvankelijk in het door hem ingestelde rechtsmiddel indien hij, nadat een verhindering als hiervoor bedoeld is opgeheven, alsnog zo spoedig mogelijk hoger beroep heeft ingesteld of doen instellen.

2.7.

Het middel slaagt.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2015.