Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:128

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-01-2015
Datum publicatie
27-01-2015
Zaaknummer
13/06351
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2805, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:5529
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Project X Haren. Art. 14c.2. onder 4 Sr, bijzondere voorwaarde. Schadefonds Openlijk Geweld. I.v.m. het door verdachte ingestelde beroep in cassatie is de door het Hof bij bijzondere voorwaarde gestelde termijn van drie maanden na 25 juli 2013 waarbinnen het bedrag van € 500,- in het Schadefonds Openlijk Geweld dient te worden gestort inmiddels verstreken. Kennelijk bij vergissing heeft het Hof verzuimd aan de in de bijzondere voorwaarde omschreven verplichting tot storting van een geldbedrag de voorwaarde te verbinden dat dit geschiedt "binnen drie maanden nadat de uitspraak vatbaar is voor tenuitvoerlegging". De Hoge Raad verbetert de bijzondere voorwaarde in die zin.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/237
SR-Updates.nl 2015-0031
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 januari 2015

Strafkamer

nr. S 13/06351

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 25 juli 2013, nummer 21/001048-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verbeterde lezing in die zin, dat de door het Hof opgelegde bijzondere voorwaarde moet luiden dat de veroordeelde binnen drie maanden na het arrest van de Hoge Raad een bedrag van € 500,- zal storten in het Schadefonds Openlijk Geweld, op het rekeningnummer 56.99.89.124, ten name van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, onder vermelding van "Haren" en het parketnummer 21/001048-13, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het vierde middel

3.1.

Het middel komt op tegen de door het Hof bij bijzondere voorwaarde gestelde termijn van drie maanden na 25 juli 2013 waarbinnen het bedrag van € 500,- in het Schadefonds Openlijk Geweld dient te worden gestort. Daartoe wordt aangevoerd dat in verband met het door de verdachte ingestelde beroep in cassatie deze termijn inmiddels is verstreken.

3.2.

Kennelijk bij vergissing heeft het Hof verzuimd aan de in de bijzondere voorwaarde omschreven verplichting tot storting van een geldbedrag de voorwaarde te verbinden dat dit geschiedt "binnen drie maanden nadat de uitspraak vatbaar is voor tenuitvoerlegging". De Hoge Raad zal de bijzondere voorwaarde in die zin verbeteren. Het middel kan niet tot cassatie kan leiden.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

verstaat de door het Hof opgelegde bijzondere voorwaarde in die zin dat deze luidt dat de veroordeelde binnen drie maanden nadat de bestreden uitspraak vatbaar is voor tenuitvoerlegging een bedrag van € 500,- zal storten in het Schadefonds Openlijk Geweld, op het rekeningnummer 56.99.89.124, ten name van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, onder vermelding van "Haren" en het parketnummer 21/001048-13;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2015.