Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1235

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-05-2015
Datum publicatie
12-05-2015
Zaaknummer
14/02126
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:583, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:2501, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Terugverwijzing naar: ECLI:NL:GHARL:2017:1018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal met braak museum Catharijneconvent Utrecht. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. medeplegen uit ECLI:NL:HR:2014:3474. De bewezenverklaring van het primair tlgd., v.zv. inhoudende dat verdachte “tezamen en in vereniging met anderen” een monstrans heeft weggenomen, kan niet z.m. worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen. Blijkens de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof vastgesteld dat twee mededaders het museum binnen zijn geweest en dat verdachte en een mededader buiten hebben staan wachten. In aanmerking genomen dat dit duidt op een gedraging van verdachte die doorgaans met medeplichtigheid in verband wordt gebracht, behoeft het ’s Hofs oordeel dat “gezien de rol die de verdachte heeft vervuld, ook bij hem sprake is van het medeplegen van de tenlastegelegde diefstal door middel van braak” nadere motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/663
SR-Updates.nl 2015-0216
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 mei 2015

Strafkamer

nr. 14/02126

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 31 maart 2014, nummer 21/007516-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het tenlastegelegde "medeplegen" niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 29 januari 2013 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het Museum Catharijneconvent heeft weggenomen een monstrans (waardevol historisch kunstwerk van de huiskerk 'Het Boompje'), toebehorende aan het Museum Catharijneconvent en/of Parochie van de Heilige Drie-Eenheid, waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak van een glazen deur en een vitrinekast."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1], brigadier rechercheur van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL091A 2013022772-1, gedateerd 5 februari 2013, dossierpagina 295-297, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [betrokkene 7], zakelijk weergegeven:

Ik ben directeur van Museum Catharijneconvent te Utrecht en ik ben gemachtigd aangifte te doen. Op 29 januari 2013 tussen 14.22 uur en 14.27 uur heeft er in Museum Catharijneconvent een kunstroof plaatsgevonden. Het weggenomen goed betreft een monstrans van de huiskerk 'Het Boompje' te Amsterdam. Deze monstrans hadden wij in bruikleen van Parochie van de Heilige Drie-eenheid. Het is een verguld zilveren stralenmonstrans, versierd met veel diamanten, met ter weerszijden van lunula een engel en eronder evangelistensymbolen. Deze monstrans stond in een vitrine in de schatkamer van het museum. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

2. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2], brigadier van politie, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL09102013022772, gedateerd 5 februari 2013, dossierpagina 391-400, voor zover inhoudende als bevindingen van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 29 januari 2013 werd een kunstroof uit museum Catharijneconvent te Utrecht, gepleegd. Door beveiligingscamera's van het museum werden opnamen gemaakt van de kunstroof. Door de benadeelde werden deze beelden ter beschikking gesteld aan de politie. Op 10 februari 2013 werden de beschikbaar gestelde opnamen door mij, verbalisant [verbalisant 2], bekeken. Door mij werd het navolgende bevonden:

Omschrijving beelden:

Twee mannen op een rode scooter. Ze komen vanuit de richting van de Lange Nieuwstraat en rijden door het eerste gedeelte van de doorgang van het Catharijneconvent. De bestuurder draagt een donkergekleurde capuchon over zijn hoofd. De bijrijder draagt een zwarte jas en op een zwarte bivakmuts gelijkende muts op zijn hoofd.

Vanuit een andere camerapositie is te zien dat twee mannen op een rode scooter, komende vanuit de richting van de Lange Nieuwstraat, stoppen voor de nooduitgang van het Catharijneconvent. De bijrijder verder te noemen, dader 1, stapt af. De bestuurder van de scooter, verder te noemen dader 2, rijdt verder. De bijrijder heeft een moker in zijn handen. (...) Dader 1 slaat met enkele klappen met de moker het glas van de deur in. Dader 1 draagt een bivakmuts. Dader 1 stapt door de vernielde deur naar binnen. Dader 1 loopt met een zwarte tas naar de trap in de richting van de "schatkamer". Dader 1 loopt de trap naar beneden en heeft een moker in zijn rechterhand. Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 1, beneden aangekomen, rechtstreeks naar "schatkamer" loopt. Daar staat de monstrans opgesteld. In zijn linkerhand houdt hij de zwarte tas vast. (...) Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 1 de "schatkamer" inloopt. Onder zijn rechterarm draagt dader 1 een moker. (...) Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 1 aankomt in de schatkamer en met de moker de glazen vitrine met daarin de monstrans vernielt. De vitrine met daarin de monstrans valt om. De verlichting in de vitrine gaat uit. Dader 1 pakt de monstrans uit de vitrine. Naast hem ligt de zwarte tas op de grond. Dader 1 probeert de monstrans in de zwarte tas te stoppen. Dit lukt niet. (...) Dader 1 loopt naar de uitgang van de "schatkamer". Onder zijn linkerarm draagt hij de weggenomen monstrans. Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 1 met de monstrans richting de uitgang van de "schatkamer" loopt. Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 1 met de monstrans en zwarte tas in de richting van de trap naar boven loopt. Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 1 met monstrans en zwarte tas in de richting van de vernielde toegangsdeur loopt. Dader 1 stapt met de monstrans en zwarte tas door de vernielde deur naar buiten. Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 2 ondertussen is doorgereden naar de binnenplaats van het museum. (...) Dader 2 stopt ter hoogte van het hek. Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 1 met monstrans en zwarte tas over de binnenplaats rent in de richting van de uitgang aan de zijde van de Nieuwegracht. Dader 1 baant zich een weg door een haag van getuigen. Daarbij verliest dader 1 de zwarte tas. Deze blijft achter op de plaats delict. Vanuit een andere camerapositie is te zien dat dader 2 op de scooter wacht op dader 1 die komt aanrennen. Zodra dader 1 met de monstrans achterop de scooter gesprongen is, rijdt dader 2 op de scooter weg in de richting van de Nieuwegracht.

3. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden brigadier van politie, opgemaakt proces-verbaal sporenonderzoek, genummerd PL0981 2013022772-19, gedateerd 3 juni 2013, dossierpagina 611-654, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 29 juni 2013 te 15.00 uur werd door ons, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], als forensisch onderzoeker op verzoek van Politie Utrecht een forensisch onderzoek naar sporen verricht in museum Catharijne Convent te Utrecht. (...) Door ons werd een onderzoek ingesteld aan- en in de door de dader(s) achtergelaten sporttas. Deze tas, voorzien van een label met de tekst "Action Sport" was zwart van kleur en had diverse compartimenten. In het hoofdvak van de tas troffen wij twee delen van de monstrans aan. Verder troffen we in een zijvak een zwart kunststof voorwerp aan. Bij nader onderzoek bleek dit een gebitsbeschermer, ook wel bitje genoemd. In het bitje waren duidelijk een onder- en bovengebit zichtbaar. De tas werd, evenals het bitje in beslaggenomen voor een vervolgonderzoek.

Object: overige

Kleur: zwart

Bijzonderheden: aangetroffen in zijvak van tas, onder- en bovenbeet

SIN: AAFD7102NL

4. Het rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een kunstroof gepleegd in Utrecht op 29 januari 2013, van het Nederlands Forensisch Instituut, genummerd 2013.01.30.256, gedateerd 1 februari 2013, dossierpagina 703-706, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

DNA-onderzoek

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan DNA-onderzoek:

SIN: AAFD7102NL#01

Bemonstering van het gehele bitje uit een sporttas

Resultaten, interpretatie en conclusie

SIN Beschrijving DNA- Bereken profiel/celmateriaal frequentie of kan afkomstig zijn matchkans DNA-van profiel

AAFD7102NL#01 DNA-profiel van een Kleiner dan 1 op man 1 miljard

[verdachte]

DNA-databank

Het DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering AAFD7102NL#01 is op 1 februari 2013 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met daarin aanwezig DNA-profielen. Hierbij is een match gevonden met de DNA-profielen in DNA-profielcluster 13203. Het DNA-profiel van [verdachte] RFU151 maakt deel uit van dit DNA-profielcluster. Dit betekent dat het celmateriaal in de bemonstering AAFD7102NL#01 afkomstig kan zijn van [verdachte].

5. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 5], analist bij politie Midden-Nederland, divisie Informatie, opgemaakt rapport telecomanalyse onderzoek 09Convent13, dossiernummer 2013 022772, gedateerd 6 juni 2013, dossierpagina 531-536, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Uit tactisch onderzoek bleek dat voor de kunstroof de volgende personen als verdachten in aanmerking kwamen:

• [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum] 1984;

• [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1991;

• [medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum] 1987;

• [betrokkene 3], geboren op [geboortedatum] 1990.

Verder bleek uit onderzoek dat voornoemde verdachten een aantal mobiele telefoons in gebruik hadden. Van de telefoonnummers die op de dag van de kunstroof in gebruik waren, volgt hieronder een overzicht met bevindingen:

Het nummer [001] (in gebruik bij verdachte [verdachte]) straalt op 29 januari 2013 tussen 12.00 en 17.00 uur (o.a. ook om 14.28 uur) de mastlocatie Cremerplein 1 te Utrecht aan.

Uit analyse van de historische printlijst van zowel de nummers [002] en [003] (in gebruik bij [medeverdachte 3]) als van nummer [004] (in gebruik bij verdachte [verdachte]) blijkt dat zij op 30 januari 2013 een mast aanstralen in Tiel.

Nummer [003] (in gebruik bij [medeverdachte 3]) straalt op 30 januari 2013 tussen 21.27 uur en 21.36 uur vier maal de mast aan de [a-straat 1] te Tiel aan. Nummer [004] (in gebruik bij verdachte [verdachte]) straalt op 30 januari 2013 om 21.36 uur dezelfde mast aan de [a-straat 1] te Tiel aan.

Uit onderzoek is gebleken dat opa en oma van [medeverdachte 3], de bewoners van de woning in Tiel, waar de monstrans werd gefotografeerd, de beschikking hebben over een drietal telefoonnummers, te weten:

• [005]

• [006]

• [007]

Uit analyse blijken de volgende contacten:

• Op 29 januari 2013 om 19.45 uur wordt nummer [001] (in gebruik bij verdachte [verdachte]) ingebeld door nummer [005];

• Op 29 januari 2013 om 20.05 uur wordt nummer [004] (in gebruik bij verdachte [verdachte]) ingebeld door nummer [005];

• Op 30 januari 2013 om 15.00 uur wordt nummer [004] (in gebruik bij verdachte [verdachte]) ingebeld door nummer [005].

6. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2], brigadier van politie, opgemaakt proces-verbaal relaas dossier kunstroof, dossiernummer 2013 022772, gedateerd 18 juni 2013, dossierpagina 11-24, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 12 februari 2013 werd in de uitzending van het RTV Utrecht nieuws van 12.00 uur aangekondigd dat er de volgende dag beelden getoond zouden gaan worden van de diefstal van de monstrans uit het Catharijneconvent te Utrecht. Tevens werd er gemeld dat door de verzekeraar van de monstrans een beloning zou worden uitgeloofd voor degene met de tip, die zou leiden tot de vondst van de monstrans.

7. Het schriftelijke bescheid, inhoudende een uitgewerkt tapgesprek (gevoerd op 12 februari 2013 te 14:20:13 uur), dossierpagina 739, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Getapt telefoonnummer: [008]

([verdachte] belt uit naar NNman9997)

9997 ligt nog te slapen

[verdachte]: Kijk is tv, zet je tv aan

9997: tv waarom?

[verdachte]: klotezooi

9997: echt niet

[verdachte]: ja

9997: meen je dat, ernstig

[verdachte]: ja

Bellen elkaar zo

8. Het schriftelijke bescheid, inhoudende een uitgewerkt tapgesprek (gevoerd op 12 februari 2013 te 19:55:19 uur), dossierpagina 740, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Getapt telefoonnummer: [002]

(NNman8428 wordt gebeld door NNman4814)

8428: Jo.

4814: Jo, ben je al weer een bietje bijgekomen?

8428: Ja tuurlijk joh. Jij ook.

4814: Ja, ik moest werken vandaag natuurlijk.

8428: Oh moest je werken, ben je gegaan ook?

4818: Tuurlijk ben ik gegaan.

8428: Oh ok.

4814: Ik hoor uh net uh dat er een beloning op dat ding is.

8428: Volgens mij ben je verkeer verbonden of zoiets jochie, uh.

4814 Ja he.

8428: Kankermongool.

9. Het schriftelijke bescheid, inhoudende een uitgewerkt tapgesprek (gevoerd op 13 februari 2013 te 10:29:09 uur), dossierpagina 744, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Getapt telefoonnummer: [002]

NNman8428 belt uit naar NNman0297

0297: Hallo

8428: Jongen?

0297: Hey [medeverdachte 3]

8428: Waar blijf je nou, jochie.

0297: Ik kan niet van huis weg.

8428: nou nou nou. Ja zo dan heb ik zo geen auto meer snappie. Daarom bel ik al om 9 uur in de ochtend jochie

0297: ok

8428: het is half elf jochie

0297: half elf?

8428: voordat je hier bent, is het alweer een half uur. Weer een twee uur zitten wachten voor jan doedel

0297: nee joh, ik zie je zo

8428: Ok jochie

10. Het schriftelijke bescheid, inhoudende een uitgewerkt tapgesprek (gevoerd op 13 februari 2013 te 13:07:53 uur), dossierpagina 745, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Getapt telefoonnummer: [002]

([verdachte] belt uit met [betrokkene 8])

NNman belt uit en NNvrouw neemt op

NNman zegt tegen NNvrouw: ik moet de auto hebben, het is heel belangrijk

NNvrouw vraagt waar hij naartoe gaat

NNman zegt: ik moet naar iemand toe om te praten

NNvrouw zegt: ik moet wel tanken, want hij is bijna leeg

NNman zegt: ik gooi er wel een tientje in.

NNvrouw zegt: de auto moet naar de garage vandaag

NNman vraagt: wanneer

NNvrouw zegt: ik bel je zo

Einde gesprek

(noot verbalisant: [betrokkene 8] is de moeder van [verdachte])

11. Het schriftelijke bescheid, inhoudende een uitgewerkt tapgesprek (gevoerd op 13 februari 2013 te 15:44:08 uur), dossierpagina 747, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

([medeverdachte 3] belt uit naar NNman4242)

Getapt telefoonnummer: [002]

4242: [betrokkene 9].

[medeverdachte 3]: He [betrokkene 9] jongen, met [medeverdachte 3].

(...)

[medeverdachte 3]: Wil je een zakcentje verdienen?

4242: Wat zeg je?

[medeverdachte 3]: ik zeg: wil je een zakcentje verdienen?

4242: Nou, euh,..dat kan ik wel gebruiken ja

[medeverdachte 3]: Ja, heb je tijd?

4242: Om te stucadoren of niet, bedoel je?

[medeverdachte 3]: nee nee nee

4242: O, wat anders?

[medeverdachte 3]: even met mij meerijden, kan je even een meiertje verdienen met me.

4242: waarheen rijden?

[medeverdachte 3]: Ik moet even geld ophalen in België

4242: Euhh nu?

[medeverdachte 3]: Ja krijg je... euh. Krijg je een meiertje van me en dan betaal ik de tank.

4242: En euhh hoe laat (niet te verstaan)

[medeverdachte 3]: wat zei je?

4242: Hoe laat wil je weg dan?

[medeverdachte 3]: ja, zo snel mogelijk

4242: Hoe lang is het rijden

[medeverdachte 3]: euhh... anderhalf uur.

4242: anderhalf uur heen, anderhalf uur terug. Het is nou, 4 uur weg, 5 uur. 6 uur, uurtje of 8 terug..

[medeverdachte 3]: juist

4242: ja is goed

[medeverdachte 3]: Ja?

4242: Ja is goed

[medeverdachte 3]: oke...euhh...kom maar op. Haal ons maar op bij mijn huis.

4242: ja, dan rij ik nu gelijk door. Ik was al onderweg naar mijn huis eigenlijk, maar dan rij ik naar je toe.

[medeverdachte 3]: oke, nee is goed. [betrokkene 9]. zie ik je zo

4242: Oke, doei

[medeverdachte 3]: oke, doe doei [betrokkene 9].

Bij navraag bij Ciot van het gebelde nummer 4242 bleek dat nummer op naam te staan van [betrokkene 9], met op zijn naam een Citroen Berlingo, voorzien van het kenteken [AA-00-BB].

12. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 6], Q-41, Q-68, Q-71, Q-86, Q-88 en Q-91, allen opsporingsambtenaar, opgemaakt proces-verbaal van observeren d.d. 13 februari 2013, genummerd 130213/CONV/02, gedateerd 13 februari 2013, dossierpagina 520-524, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 februari 2013 zij tijdens een stelselmatige observatie de navolgende waarnemingen gedaan/ en/of is het volgende ondernomen:

Omstreeks 16.02 uur zag ik, Q-41, dat een groene bestelauto van het merk Citroen, type Berlingo, en voorzien van het kenteken [AA-00-BB], over de Vleutenseweg te Utrecht reed ter hoogte van het Majellapark.

Omstreeks 16.04 uur zag ik, Q-41, dat:

- voornoemde Citroen geparkeerd werd op het trottoir ter hoogte van de portiek die onder andere toegang biedt tot perceel [b-straat 1] te Utrecht;

- NN1 uit voornoemde Citroën stapte en naar de voornoemde portiek liep;

- NN1 niets zichtbaars met zich meedroeg;

- de deur van de voornoemde portiek werd geopend en NN1 een naar buiten gestoken hand schudde;

- NN1 de voornoemde portiek vervolgens binnenging;

- de alarm verlichting van voornoemde Citroën bleef branden.

Omstreeks 16.28 uur zagen wij, Q-41 en Q-71 dat:

- Vier mannen, waaronder NN1 en NN2 uit de voornoemde portiek kwamen;

- Geen van deze mannen zichtbaar iets met zich meedroegen;

- NN1 als bestuurder in de Citroen [AA-00-BB] stapte;

- De andere twee mannen, nader te noemen NN3 en NN4, in een lichtblauwe personenauto stapten van het merk Hyundai, type i30 en voorzien van het kenteken [CC-00-DD];

- NN3 werd later herkend als subject [verdachte];

- [verdachte] als bestuurder en NN4 als bijrijder in voornoemde Hyundai stapten:

- De Citroën [AA-00-BB] wegreed over de Vleutenseweg in de richting van de Spinozaweg te Utrecht;

- De Hyundai [CC-00-DD] achter de Citroen [AA-00-BB] aanreed.

Omstreeks 16.32 uur zag ik, Q-86, dat in de kofferruimte van de Hyundai [CC-00-DD] een voorwerp lag dat verpakt was middels één of meer zwarte vuilniszakken.

Omstreeks 16.42 zagen wij, Q-86 en Q-68 dat de Hyundai [CC-00-DD] en de Citroen [AA-00-BB] stopten op de [c-straat] te Vleuten, ter hoogte van de percelen 13 tot en met 17.

Omstreeks 16.42 uur zag ik, Q-86, dat:

- NN1 nog in de Citroen [AA-00-BB] zat;

- Twee mannen wegliepen uit de richting van de Hyundai [CC-00-DD] en in de richting liepen van de voornoemde perceelnummers van de [c-straat] te Vleuten.

Omstreeks 16.54 uur zag ik Q-86 dat:

- NN1, NN4 en een derde man, wiens signalement sterk overeenkwam met dat van subject [verdachte], uit de woning [c-straat] 15 te Vleuten kwamen. Aangezien mijn positie ongewijzigd was, sluit ik niet uit dat het perceel [c-straat] 13 te Vleuten betrof.

- NN1 en NN4 en de hierboven omschreven persoon uit de woning kwamen. Eén van hen een groot voorwerp, met vaste vormen, omhuld met een grijze vuilniszak, uit deze woning bij zich droeg.

- NN1 en de onbekend gebleven persoon hierna naar de Hyundai [CC-00-DD] liepen en dit voorwerp op de achterbank van de Hyundai [CC-00-DD] legden.

Omstreeks 16.54 uur zagen wij, Q-91, Q-86 en Q-88, dat het voorwerp ongeveer één meter hoog was, ongeveer 40 cm breed was en ongeveer 20 centimeter diep was.

Ik, Q-88, zag dat subject [verdachte] op de bestuurdersplaats van de Citroen [AA-00-BB] plaatsnam. Ik, Q-86, zag dat NN1 en NN4 bij de Hyundai stonden te praten.

Omstreeks 16.56 zagen wij, Q-71 en Q-88 dat de Citroën [AA-00-BB] stilstond in de file op de rijksweg A27 ter hoogte van het knooppunt Gorinchem.

Omstreeks 17.50 uur herkende ik, Q-88, de bestuurder van de Citroen [AA-00-BB] als zijnde het subject [verdachte]. Rond dit tijdstip werden subject [verdachte], NN1 en NN4 aangehouden.

13. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 7], brigadier van Korps Landelijke Politiediensten, en [verbalisant 8], hoofdagent van Korps Landelijke Politiediensten, opgemaakt proces-verbaal van aanhouding, genummerd PL26IR 2013008046-7, gedateerd 13 februari 2013, dossierpagina 38-39, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 februari 2013 te 17.50 uur hielden wij, verbalisanten, op de A27 als verdachte aan:

Achternaam: [achternaam verdachte] (opmerking hof: NN3)

Voornaam: [voornaam verdachte]

Geboren: [geboortedatum] 1991

14. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 7], brigadier van Korps Landelijke Politiediensten, en [verbalisant 8], hoofdagent van Korps Landelijke Politiediensten, opgemaakt proces-verbaal van aanhouding, genummerd PL261R 2013008046-9, gedateerd 13 februari 2013, dossierpagina 78-79, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 februari 2013 te 17.50 uur hielden wij, verbalisanten, op de A27 als verdachte aan:

Achternaam: [achternaam medeverdachte 3] (opmerking hof: NN1)

Voornaam: [voornaam medeverdachte 3]

Geboren: [geboortedatum] 1987

15. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 9], en [verbalisant 10], beiden brigadier van Korps Landelijke Politiediensten, opgemaakt proces-verbaal van aanhouding, genummerd PL261R2013008046-2, gedateerd 13 februari 2013, dossierpagina 174-175, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 februari 2013 te 17.50 uur hielden wij, verbalisanten, op de A27 als verdachte aan:

Achternaam: [achternaam betrokkene 9] (opmerking hof: NN4)

Voornaam: [voornaam betrokkene 9]

Geboren: [geboortedatum] 1977

16. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 9], beiden brigadier van politie, opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL261R 2013008046-5, gedateerd 13 februari 2013, dossierpagina 422, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 februari 2013 hebben wij, verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 9], een onderzoek ingesteld waarbij het volgende is bevonden. Na aanhouding van verdachte [betrokkene 9] kreeg verbalisant [verbalisant 10] een telefonisch verzoek van de meldkamer van de politie om in het voertuig waarin [betrokkene 9] reed, een Hyundai met kenteken [CC-00-DD], te kijken of daar een plastic vuilniszak zou liggen. Hierop heeft verbalisant [verbalisant 10] het genoemde voertuig geopend en zag op de achterbank, achter de bestuurdersstoel, een vuilniszak liggen. Nadat ik, verbalisant [verbalisant 10], de vuilniszak had geopend, zag ik een soort beeld liggen. Toen ik nogmaals goed keek, herkende ik het beeld als zijnde de relikwie de monstrans, die op televisie was getoond en welke met geweld was meegenomen vanuit een museum te Utrecht. Het beeld is in genoemde vuilniszak overgebracht naar de politie te Utrecht.

17. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3], brigadier van politie, opgemaakt proces-verbaal sporenonderzoek, genummerd PL0981 2013 022772-117, gedateerd 16 mei 2013, dossierpagina 683-685, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 14 mei 2013 werd door mij, verbalisant [verbalisant 3], als forensisch onderzoeker op verzoek van Politie Utrecht een forensisch onderzoek verricht. Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende bevonden en waargenomen. Het goed wat aangeboden werd voor een vervolgonderzoek betrof de verpakking waarmee het kunstobject, de monstrans, door aangehouden verdachten met zich gevoerd werd. Ik ontving deze verpakking verpakt in een papieren zak en gewaarmerkt met kennisgeving van inbeslagneming onder goednummer PL091A-2013022772-843365. In de papieren zak trof ik in totaal drie vuilniszakken aan. De vuilniszakken werden door mij als een geheel onderzocht op de aanwezigheid van dactyloscopische sporen. De volgende dactysporen werden veiliggesteld:

Spoor: 47646

SIN: AAGB4957NL

Wijze veiligstellen: op drager

Tijdstip veiligstellen: 14 mei 2013 om 20.00 uur

Plaats veiligstellen: vuilniszak

Soort: onbekende vinger

Spoor: 47647

SIN: AAGC1132NL

Wijze veiligstellen: op drager

Tijdstip veiligstellen: 14 mei 2013 om 20.00 uur

Plaats veiligstellen: vuilniszak

Soort: onbekende vinger

Spoor: 47648

SIN: AAGC1133NL

Wijze veiligstellen: op drager

Tijdstip veiligstellen: 14 mei 2013 om 20.00 uur

Plaats veiligstellen: vuilniszak

Soort: onbekende vinger

Spoor: 47649

SIN: AAGC1134NL

Wijze veiligstellen: op drager

Tijdstip veiligstellen: 14 mei 2013 om 20.00 uur

Plaats veiligstellen: vuilniszak

Soort: onbekende vinger

En de sporendrager

Goednummer PL091A-2013022772-843365

Object: zak

SIN: AAFX4684NL

Bijzonderheden: verpakking monstrans

18. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 11], assistent forensische opsporing, werkzaam bij forensische opsporing politie Utrecht afdeling dactyloscopie, opgemaakt proces-verbaal uitslag sporenonderzoek, genummerd PL0981 2013 022772-141, gedateerd 7 juni 2013, dossierpagina 695, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 7 juni 2013 ontving ik, verbalisant [verbalisant 11], assistent forensische opsporing, werkzaam bij forensische opsporing politie Utrecht afdeling dactyloscopie, een uitslag van een dactyloscopisch onderzoek. Door de technisch rechercheur zijn op 16 mei 2013 dactyloscopische sporen aangeboden bij de afdeling Dactyloscopie te Utrecht. Met de sporen is een zoeking ingesteld in het landelijke vinger- en handpalmenadrukkenbestand Havank. Uit het rapport Dactyloscopisch Sporenonderzoek van de KLPD, dienst IPOL, blijkt dat de sporen met SINnummers AAGB4957NL en AAGC1132NL geïdentificeerd zijn op:

Achternaam: [achternaam betrokkene 2]

Voornamen: [voornaam betrokkene 2].

19. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 12], brigadier van politie, opgemaakt proces-verbaal uitslag sporenonderzoek, genummerd PL0981 2013 022772-142, gedateerd 7 juni 2013, dossierpagina 700, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 7 juni 2013 ontving ik, verbalisant [verbalisant 12], dactyloscopisch expert, werkzaam bij de politie Midden-Nederland, een uitslag van een dactyloscopisch onderzoek. Door de technisch rechercheur is op 16 mei 2013 een dactyloscopisch spoor aangeboden bij de afdeling Dactyloscopie te Utrecht. Met het spoor is een zoeking ingesteld in het landelijke vinger- en handpalmen afdrukkenbestand Havank. Uit het rapport Dactyloscopisch Sporenonderzoek van de KLPD, dienst IPOL, blijkt dat het spoor met SINnummer AAGC1133NL geïdentificeerd is op:

Achternaam: [achternaam medeverdachte 3]

Voornaam: [voornaam medeverdachte 3].

20. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 12], brigadier van politie, opgemaakt proces-verbaal uitslag sporenonderzoek, genummerd PL0981 2013 022772-136, gedateerd 28 mei 2013, dossierpagina 692, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 28 mei 2013 ontving ik, verbalisant [verbalisant 12], dactyloscopisch expert, werkzaam bij de politie Midden-Nederland, een uitslag van een dactyloscopisch onderzoek. Door de technisch rechercheur is op 14 mei 2013 een spoor aangetroffen op een vuilniszak, SIN-nummer spoor: AAGC1134NL. Het dactyloscopische spoor is de door de technisch rechercheur aangeboden bij de afdeling Dactyloscopie te Utrecht op 16 mei 2013. Met het spoor is een zoeking ingesteld in het landelijke vinger- en handpalm afdrukkenbestand Havank. Uit het rapport Dactyloscopisch Sporenonderzoek van de KLPD, dienst IPOL, blijkt dat het spoor geïdentificeerd is op:

Achternaam: [achternaam betrokkene 2]

Voornamen: [voornaam betrokkene 2].

21. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden brigadier van politie, opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, BVH nummer 2013 022772, gedateerd 11 juni 2013, dossierpagina 275-276, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van de aanhouding van verdachte [betrokkene 2] op 11 juni 2013 hoorden wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], de verdachte en brachten hem na het afleggen van zijn verklaring vanaf hoorkamer 7 naar de toegangsdeur van de arrestantenvleugel van het betreffende arrestantencomplex. (...) Bij de deur aangekomen werd er aangebeld en even gewacht op een medewerker van het arrestantencomplex om de verdachte uiteindelijk naar zijn cel te begeleiden. Dit duurde een paar minuten. Op dat moment begon de verdachte [betrokkene 2] te vertellen dat hij alles wist over de kunstroof. Wij hoorden hem zeggen dat hij wist wie er allemaal bij betrokken waren. Ik, [verbalisant 1], vroeg hem wie dat dan waren en wat zij dan hadden gedaan. Wij hoorden verdachte [betrokkene 2] zeggen dat [medeverdachte 3], [betrokkene 3], [verdachte] en [medeverdachte 1] het hadden gedaan. Ik, [verbalisant 1], vroeg vervolgens aan [betrokkene 2] wie wat had gedaan. Wij hoorden [betrokkene 2] daarop zeggen dat [betrokkene 3] en [medeverdachte 1] het museum binnen waren geweest en dat [verdachte] en [medeverdachte 3] buiten hebben staan wachten. Verder vertelde [betrokkene 2] dat hij samen met [medeverdachte 3] in Tiel was geweest om dat ding bij zijn opa en oma op te halen en dat hij toen dat ding op de achterbank had gelegd en dat daarbij mogelijk zijn vingerafdruk op dat ding is gekomen.

22. De verklaring van getuige [verbalisant 2], brigadier van politie, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 17 maart 2014, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

Ik kan mij het onderzoek 09Convent13 herinneren. Ook kan ik mij herinneren dat wij [betrokkene 2] in die zaak als verdachte hebben gehoord. Tijdens zijn verhoor beriep hij zich in eerste instantie op zijn zwijgrecht ten aanzien van zijn betrokkenheid bij de diefstal van de monstrans, maar hij gaf aan dat hij wel "off the record" wilde verklaren. Toen wij met hem naar de cellengang liepen heeft hij uit eigen beweging verklaard dat [medeverdachte 1], [betrokkene 3], [verdachte] en [medeverdachte 3] de kunstroof hebben gepleegd. Deze personen zijn op dit moment in de zittingzaal aanwezig, met uitzondering van [betrokkene 3]. [betrokkene 2] vertelde over de rolverdeling dat [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] met de scooter naar het museum zijn gegaan, dat [medeverdachte 1] daar de monstrans heeft weggenomen en dat de rest buiten in de auto wachtte.

23. De verklaring van getuige [verbalisant 2], brigadier van politie, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 17 maart 2014, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

Ik kan mij het onderzoek 09Convent13 herinneren.

[betrokkene 2] hebben wij in juni 2013 in die zaak als verdachte gehoord. Hij beriep zich voornamelijk op zijn zwijgrecht. Tijdens zijn verhoor in Houten heeft [betrokkene 2] gezegd dat hij liever niet tijdens het verhoor over de zaak wilde verklaren, maar wel "off the record". Hem is toen gezegd dat dat niet mogelijk was. Na het verhoor heb ik [betrokkene 2] met mijn collega [verbalisant 1] teruggebracht naar het arrestantencomplex. Toen wij daar moesten wachten, heeft [betrokkene 2] het een en ander verklaard met betrekking tot de kunstroof. Hij zei dat [betrokkene 3] en [medeverdachte 1] bij het museum binnen waren geweest en dat [medeverdachte 3] en [verdachte] buiten hebben staan wachten. Voor hetgeen [betrokkene 2] exact heeft verklaard, verwijs ik naar het proces-verbaal van bevindingen dat ik met mijn collega [verbalisant 1] heb opgemaakt.

24. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Utrecht, van 5 september 2013, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

Ik word in plaats van [verdachte] meestal [verdachte] genoemd."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"De verdachte en zijn raadsman hebben vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde bepleit bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. [Daartoe hebben zij onder meer aangevoerd dat het proces-verbaal van bevindingen, waarin de voor verdachte belastende verklaring van [betrokkene 2] van 11 juni 2013 is opgenomen, van het bewijs moet worden uitgesloten, nu die [betrokkene 2] die uitlatingen niet heeft bevestigd in latere verhoorsituaties, noch bij de politie, noch ten overstaan van de raadsheer-commissaris.

Voorts is betoogd dat het telefoongesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] op 7 februari 2013 (opgenomen in het dossier op de pagina's 12-24, in het bijzonder op pagina 14), waarin door [medeverdachte 3] onder andere wordt gezegd 'ik ben net gebeld 53 meiertjes 54 meiertjes', geen betrekking heeft op de monstrans, maar op een door verzekeringsmaatschappij OHRA uit te keren bedrag in verband met een auto. In dit verband hebben de verdachte en zijn raadsman gewezen op de ter terechtzitting van het hof overgelegde afdruk van het rekeningoverzicht naar opgave van de raadsman van [betrokkene 10], betreffende rekeningnummer [009], op welke rekening op 13 februari 2013 door OHRA Schadeverzekeringen een bedrag van € 5.250,00 is overgeboekt.

Voorwaardelijk, in het geval het hof voornoemd telefoongesprek niettemin voor het bewijs wil gebruiken, is verzocht om het onderzoek te heropenen teneinde te onderzoeken of er voorafgaand aan het telefoongesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] op 7 februari 2013 (opgenomen in het dossier op de pagina's 12-24, in het bijzonder op pagina 14) een telefoongesprek heeft plaatsgevonden met een medewerker van OHRA.

Het hof stelt voorop dat het - in afwijking van de rechtbank - de telefoontap met betrekking tot het telefoongesprek dat verdachte op 7 februari 2013 heeft gevoerd met medeverdachte [medeverdachte 3] (opgenomen in het dossier op de pagina's 12-24, in het bijzonder op pagina 14) niet als bewijsmiddel gebruikt. Het hof komt derhalve niet toe aan de beoordeling van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat [betrokkene 2] tijdens het wachten in het arrestantencomplex op 11 juni 2013 verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] spontaan heeft meegedeeld, dat hij wist wie de personen waren die betrokken waren geweest bij de diefstal van de monstrans. Hetgeen [betrokkene 2] vervolgens heeft verklaard, is door voornoemde verbalisanten vastgelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van bevindingen. Ter terechtzitting van het hof zijn beide verbalisanten als getuigen gehoord en hebben zij hetgeen is gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen, bevestigd. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van dit bewijsmiddel te twijfelen, te meer nu hetgeen [betrokkene 2] tegenover hen heeft verklaard, bevestiging vindt in de overige door het hof gebruikte bewijsmiddelen.

Anders dan de rechtbank komt het hof tot het oordeel dat, gezien de rol die verdachte heeft vervuld, ook bij hem sprake is van het medeplegen van de tenlastegelegde diefstal door middel van braak."

2.3.

In zijn arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

2.4.

De bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde, voor zover inhoudende dat de verdachte "tezamen en in vereniging met anderen" een monstrans heeft weggenomen, kan niet zonder meer worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen. Blijkens de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof vastgesteld dat twee mededaders het museum binnen zijn geweest en dat de verdachte en een mededader buiten hebben staan wachten. In aanmerking genomen dat dit duidt op een gedraging van de verdachte die doorgaans met medeplichtigheid in verband wordt gebracht, behoeft het oordeel van het Hof dat "gezien de rol die de verdachte heeft vervuld, ook bij hem sprake is van het medeplegen van de tenlastegelegde diefstal door middel van braak" nadere motivering.

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2015.