Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1196

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-05-2015
Datum publicatie
01-05-2015
Zaaknummer
15/00003
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:319, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Huurrecht. Recht op gebruik bergruimte? Gevolgen contractsoverneming, art. 6:159 BW. Tegenprestatie, art. 7:201 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/179
RvdW 2015/637
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 mei 2015

Eerste Kamer

15/00003

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga,

t e g e n

[verweerster],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 1386231 CV EXPL 12-31326 van de kantonrechter te Amsterdam van 8 januari 2013 en 7 januari 2014;

b. het arrest in de zaak 200.142.165/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 september 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van artikel 80a RO.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 2 april 2015 op dit standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4 - 7).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 1 mei 2015.