Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2015:1076

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2015
Datum publicatie
17-04-2015
Zaaknummer
14/01711
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:80, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Internationale koop; Weens Koopverdrag. Beroep op non-conformiteit. Verborgen gebrek; overgang van het risico, art. 69 Weens Koopverdrag. Essentiële stelling. Onbegrijpelijke uitleg door hof van bewijsoordeel rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2015/866
RvdW 2015/566
Bb 2015/33.1
JWB 2015/153
RCR 2015/53
NTHR 2015, afl. 3, p. 149
NTHR 2015, afl. 4, p. 213
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 april 2015

Eerste Kamer

14/01711

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,

t e g e n

de vennootschap naar Frans recht PRIMAR S.A.R.L.,
gevestigd te Perpignan, Frankrijk,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Primar.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 192959 / HA ZA 03-639 van de rechtbank Rotterdam van 14 januari 2004, 4 januari 2006, 10 januari 2007 en 27 augustus 2008;

b. de arresten in de zaak 200.016.736 van het gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2010, 31 januari 2011, 25 september 2012 en 17 december 2013.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 26 oktober 2010, 25 september 2012 en 17 december 2013 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Primar is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot vernietiging van de arresten van het hof ’s-Gravenhage van 26 oktober 2010 en van 17 december 2013 en tot verwijzing.

3 Beoordeling van de middelen

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Door tussenkomst van de Franse agent [A] zijn in de periode tussen 29 november en 19 december 2002 koopovereenkomsten voor diverse ladingen tomaten tot stand gekomen tussen [eiseres] als koper en Primar als verkoper.

(ii) De tomaten waren afkomstig uit Marokko en werden in Perpignan (Frankrijk) onder toezicht van Primar in vrachtwagens van diverse vervoerders geladen ten behoeve van het vervoer naar [vestigingsplaats]. Vanuit [vestigingsplaats] zijn de tomaten overgeladen in andere vrachtwagens en vervolgens vervoerd naar diverse Oost-Europese bestemmingen waaronder Moskou (Rusland). In [vestigingsplaats] zijn de tomaten visueel geïnspecteerd.

(iii) Nadat door de ontvangers in Moskou ten aanzien van een aantal ladingen klachten waren geuit over de kwaliteit van de tomaten, heeft [eiseres] hierover geklaagd bij Primar. In opdracht van [eiseres] heeft Cunningham Lindsey Russia de tomaten onderzocht en van haar bevindingen rapporten opgesteld. Primar heeft de klachten niet geaccepteerd.

(iv) [eiseres] heeft de facturen van Primar betreffende de tomaten waarover door haar Russische afnemers was geklaagd, niet betaald.

3.2.1

[eiseres] vordert, voor zover in cassatie van belang, dat Primar wordt veroordeeld tot betaling van de door [eiseres] geleden en nog te lijden schade. In reconventie vordert Primar dat [eiseres] wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen voor de geleverde tomaten.

3.2.2

In haar tweede tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat voor zover de vordering van [eiseres] is gebaseerd op een overeenkomst tussen haar en Primar, het Weens Koopverdrag van toepassing is. Voor zover onderwerpen aan de orde komen die niet in het Weens Koopverdrag zijn geregeld, is het Franse recht van toepassing.

In haar eindvonnis heeft de rechtbank de vordering in conventie afgewezen en de vordering in reconventie deels toegewezen.

3.2.3

Het hof heeft in zijn tussenarrest van 26 oktober 2010 [eiseres] toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat alle partijen tomaten reeds bij belading te oud waren.

3.2.4

Bij tussenarrest van 25 september 2012 heeft het hof geoordeeld dat door [eiseres] niet is bewezen dat alle zendingen reeds te oud waren bij de belading in Perpignan (rov. 12.2.1-12.2.5).

Voorts oordeelde het hof dat het ervan uitgaat dat de tomaten in [vestigingsplaats] in (uiterlijk) goede staat verkeerden. Niettemin moet voor mogelijk worden gehouden dat de tomaten enige tijd later toch gebreken blijken te vertonen. Dit kan veroorzaakt worden door ziekte, leeftijd of het onvoldoende in acht nemen van de voorwaarde dat de tomaten steeds (egaal) gekoeld moeten blijven, ook tijdens het vervoer van de tomaten. (rov. 12.3.1-12.3.5)

[eiseres] heeft binnen de redelijke termijn van art. 39 Weens Koopverdrag na de aankomst van de tomaten in Moskou geklaagd over de kwaliteit van de tomaten (rov. 12.3.6).

3.2.5

In zijn eindarrest heeft het hof het eindvonnis onder aanvulling van gronden bekrachtigd.

Het hof heeft geoordeeld dat Primar wist, althans behoorde te weten dat de eindbestemming van de tomaten Moskou was dan wel kon zijn (rov. 16.2.2).

Deze wetenschap van Primar impliceert dat de tomaten, teneinde aan de conformiteitseis te voldoen, een zodanige kwaliteit moesten hebben dat zij de reis naar Moskou konden doorstaan (rov. 16.3.1). Op grond van de deskundigenrapporten staat vast dat de tomaten bij aankomst in Moskou niet in goede staat verkeerden (rov. 16.3.2). Vervolgens is de vraag aan de orde of het gebrek aan de tomaten is veroorzaakt door de infectie van de tomaten met ziektekiemen opgelopen voorafgaand aan het vervoer, zoals de deskundigen hebben verklaard, of dat het gebrek aan de tomaten aan een andere oorzaak is te wijten (rov. 16.3.3-16.3.4).

Dienaangaande heeft het hof als volgt overwogen:

“16.4.1. De verkoper is aansprakelijk indien de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden op het moment dat het risico op de koper overgaat (artt. 39, 67 en 69 Weens Koopverdrag). (...)

16.4.2.

Primar heeft gesteld dat zij de tomaten aan [eiseres] heeft geleverd in [vestigingsplaats]. Vast staat dat de tomaten in ieder geval van [vestigingsplaats] naar Moskou zijn vervoerd in opdracht en voor rekening van [eiseres]. In dit licht heeft [eiseres] niet betwist dat zij de tomaten bij de overdracht daarvan [de Hoge Raad leest:] van de verschillende transporteurs heeft overgenomen in de zin van art. 69 WK. Vast staat daarnaast dat de tomaten op instructies van [eiseres] in [vestigingsplaats] zijn overgeladen. Conform het bepaalde in art. 69 WK is derhalve het risico dat er iets met de tomaten zou kunnen gebeuren in ieder geval in [vestigingsplaats] op [eiseres] overgegaan. (...)

Nu het hof (evenals de experts) niet heeft kunnen vaststellen dat de tomaten tijdens het transport van [vestigingsplaats] naar Moskou bij een juiste en egale temperatuur zijn vervoerd, kan het hof niet uitsluiten dat de schade aan de tomaten ten tijde van het transport [vestigingsplaats] - Rusland is ontstaan, zodat het hof de conclusie van de experts niet deelt dat de schade niet tijdens het vervoer is veroorzaakt.

Door [eiseres] is onvoldoende gesteld waaruit blijkt dat de tomaten tijdens dat transport wel goed zijn gekoeld c.q. op de juiste temperatuur zijn gehouden, zodat zij op dit punt niet tot nader bewijs zal worden toegelaten.

Het gevolg van al het voorgaande is dat de schade voor rekening van [eiseres] blijft.”

3.3.1

Onderdeel 1 van middel I komt op tegen de hiervoor in 3.2.5 weergegeven rov. 16.4.2 van het eindarrest. Het onderdeel klaagt onder meer dat dit oordeel onjuist of onbegrijpelijk is in het licht van de stelling van [eiseres] dat de tomaten reeds bij de levering in [vestigingsplaats] non-conform waren, aangezien zij behept waren met een verborgen gebrek bestaande in ziektekiemen die verband hielden met omstandigheden rondom de productie en het oogsten van de tomaten in Marokko. Indien komt vast te staan dat de tomaten reeds vóór de levering in [vestigingsplaats] gebrekkig waren, komt de schade op grond van art. 69 Weens Koopverdrag voor rekening van Primar, aldus de klacht.

3.3.2

Deze klacht slaagt. Het hof heeft in rov. 16.4.2, in cassatie onbestreden, geoordeeld dat ingevolge art. 69 Weens Koopverdrag het risico dat er iets met de tomaten zou kunnen gebeuren, in ieder geval in [vestigingsplaats] op [eiseres] is overgegaan. Vervolgens heeft het hof de schade voor rekening van [eiseres] gelaten op de grond dat zij onvoldoende heeft gesteld dat de tomaten tijdens het transport van [vestigingsplaats] naar Moskou goed zijn gekoeld en op de juiste temperatuur zijn gehouden. [eiseres] had echter gemotiveerd betoogd dat de tomaten reeds bij de levering in [vestigingsplaats] gebrekkig waren. Indien dat betoog juist zou zijn, komt de schade voor rekening van Primar op grond van het in cassatie onbestreden oordeel van het hof in rov. 16.4.1 dat de verkoper ingevolge het Weens Koopverdrag aansprakelijk is indien de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden op het moment dat het risico op de koper overgaat. In dat geval is niet meer van belang of de tomaten tijdens het daaropvolgende transport van [vestigingsplaats] naar Moskou goed zijn gekoeld en op de juiste temperatuur zijn gehouden. Het betoog van [eiseres] over de gebrekkigheid van de tomaten bij de levering in [vestigingsplaats] behelst derhalve een essentiële stelling, waaraan het hof niet voorbij had mogen gaan.

3.3.3

De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.

3.4.1

Middel II keert zich tegen het tussenarrest van 26 oktober 2010 en klaagt over onbegrijpelijkheid van het oordeel van het hof in rov. 4.5.1 dat de rechtbank [eiseres] op geen enkel onderdeel van de bewijsopdracht in het haar opgedragen bewijs geslaagd heeft geacht, voor zover het hof daarbij het oog heeft op het in rov. 4.3.4 onder (3) genoemde onderdeel van de bewijsopdracht, inhoudende dat de tomaten niet voldeden aan de door [eiseres] met Primar overeengekomen kwaliteitseis.

3.4.2

In rov. 2.1 van haar eindvonnis heeft de rechtbank overwogen dat aan [eiseres] bij tussenvonnis een drieledige bewijsopdracht is verstrekt, waarvan het onderdeel genoemd onder (c) betrekking had op de stelling van [eiseres] dat de tomaten niet voldeden aan de door haar met Primar overeengekomen kwaliteitseis dat zij de transitduur voor het vervoer naar Moskou zonder kwaliteitsverlies zouden kunnen doorstaan. In rov. 2.9 van haar eindvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat [eiseres] niet tijdig heeft geklaagd en zich jegens Primar niet meer kan beroepen op non-conforme levering. Daaraan heeft de rechtbank de gevolgtrekking verbonden dat een beoordeling van de bewijsopdracht als verwoord in rov. 2.1 onder (c) van dat eindvonnis buiten beschouwing kan blijven.

Het middel klaagt dan ook terecht dat het hof heeft miskend dat de rechtbank niet is toegekomen aan beoordeling van de vraag of [eiseres] is geslaagd in het bewijs van haar stelling dat de tomaten niet voldeden aan de door haar met Primar overeengekomen kwaliteitseis, en dat de rechtbank derhalve niet heeft geoordeeld dat [eiseres] niet in het bewijs van die stelling is geslaagd.

3.5

Middel III keert zich tegen het tussenarrest van 25 september 2012. De hierin vervatte klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de arresten van het gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2010 en 17 december 2013;

verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt Primar in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 928,70 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 17 april 2015.