Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:995

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-04-2014
Datum publicatie
25-04-2014
Zaaknummer
13/01103
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:187, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BY9821, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Wilsgebreken. Uitleg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/638
JWB 2014/210

Uitspraak

25 april 2014

Eerste Kamer

nr. 13/01103

LZ/LH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 228278/HA ZA 04-3082 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 april 2007 en 23 juli 2008;

b. het arrest in de zaak 200.017.448 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 27 november 2012.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 27 maart 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 april 2014.