Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:974

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-04-2014
Datum publicatie
23-04-2014
Zaaknummer
13/00498
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:323, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Wanneer de b.p. gebruik maakt van de haar in art. 334.3 Sv gegeven bevoegdheid tot toelichting van haar vordering, treedt zij niet op als getuige. De in dat verband afgelegde verklaring kan daarom door de rechter niet worden gebruikt voor het bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0209
NJB 2014/986
NJ 2014/260
RvdW 2014/706
VR 2014/169

Uitspraak

22 april 2014

Strafkamer

nr. 13/00498

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 25 januari 2013, nummer 22/005125-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J-L.A.M. le Cocq d'Armandville, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de beslissingen over het als feit 1 tenlastegelegde, de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Gravenhage teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat het Hof ten onrechte de door de benadeelde partij ter terechtzitting in hoger beroep gegeven toelichting op haar vordering tot het bewijs heeft gebezigd.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

"hij op 30 juli 2011 te Rotterdam aan een persoon genaamd [verbalisant 1], politieambtenaar, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, een gebroken rechter wijsvinger en verwondingen aan de rechter wijsvinger, heeft toegebracht, door opzettelijk met kracht in die wijsvinger te bijten."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, op de volgende bewijsmiddelen:

"2. Een geschrift, zijnde een Medische Informatie/ Letselbeschrijving d.d. 2 augustus 2011 van Forensisch Artsen Rotterdam Rijnmond, opgemaakt en ondertekend door L.C. Los, forensisch arts. Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

Medische Informatie/Letselbeschrijving

[verbalisant 1], geboren op [geboortedatum] 1981

Letselbeschrijving en conclusie

Objectieve bevindingen:

Bijtwondjes aan de vingers; bijtwond aan de wijsvinger bij de nagel met bloeduitstorting onder de nagel en aan de middelvinger rechts met aan de binnenzijde een wond van 2 mm. Op aanvullend röntgenonderzoek werd een breuk aan de wijsvinger gezien.

Genezingsduur:

± 6 weken.

3. Een geschrift, zijnde een Medische Informatie/ Letselbeschrijving d.d. 5 september 2011 van Forensisch Artsen Rotterdam Rijnmond, opgemaakt en ondertekend door M.M. Mulders, forensisch arts. Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

Medische Informatie/Letselbeschrijving

[verbalisant 1], geboren op [geboortedatum] 1981

Objectieve bevindingen:

Er was sprake van enige bewegingsbeperking van de wijsvinger rechts. Tevens een doof gevoel in de topjes van wijs- en middelvinger rechts.

Genezingsduur:

De gevoelsstoornis zal waarschijnlijk binnen 3-6 maanden herstellen."

2.2.3.

Met betrekking tot de bewezenverklaring heeft het Hof voorts nog het volgende overwogen:

"Met betrekking tot de vraag of het zwaar lichamelijk letsel, zoals onder 1 primair is ten laste gelegd, bewezen kan worden verklaard gaat het hof op grond van de inhoud van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting uit van het navolgende.

[verbalisant 1] is door de verdachte in de rechter wijs- en middelvinger gebeten, zodanig dat hij daardoor bijtwonden aan deze vingers heeft opgelopen en zijn rechterwijsvinger is gebroken.

Ter toelichting op zijn vordering tot schadevergoeding heeft [verbalisant 1] ter terechtzitting in hoger beroep van 21 december 2012 onder meer verklaard dat hij door de bijtwonden en de vingerbreuk zes weken uit de roulatie is geweest, alsmede dat hij tot op heden nog steeds geen gevoel in het topje van zijn rechterwijsvinger heeft en dat dit ook niet meer zal terugkeren.

Het hof merkt op grond van het bovenstaande het letsel aan als zwaar lichamelijk letsel."

2.3.

Wanneer de benadeelde partij gebruik maakt van de haar in art. 334, derde lid, Sv gegeven bevoegdheid tot toelichting van haar vordering, treedt zij niet op als getuige. De door haar in dat verband - niet als getuige en evenmin onder ede - afgelegde verklaring kan daarom door de rechter niet worden gebruikt voor het bewijs van het aan de verdachte tenlastegelegde.

2.4.

Het middel klaagt terecht dat het Hof dit heeft miskend.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging (de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel daaronder begrepen), alsmede de beslissing op de vordering van de benadeelde partij;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2014.