Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:956

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-04-2014
Datum publicatie
22-04-2014
Zaaknummer
12/04564
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHLEE:2012:BX8128, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:148, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Witwassen, art. 420bis.1 onder a Sr. 2. Kwalificatie. Ad 1. Het Hof heeft met de overweging dat art. 420bis.1 onder a Sr moet worden beschouwd als een voortdurend delict, tot uitdrukking gebracht dat het verbergen of verhullen a.b.i. die bepaling ook ziet op het verborgen en verhuld houden, en derhalve op gedragingen waardoor het verborgen of verhuld zijn voortduurt, zodat het tenlastegelegde feit ook te X kan zijn gepleegd. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ad 2. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de recente rechtspraak van de HR m.b.t. de nadere motiveringseisen van het oordeel dat sprake is van witwassen in het geval dat verdachte een uit enig door hemzelf begaan misdrijf afkomstig voorwerp heeft verworven of voorhanden heeft gehad, ook betrekking heeft op het bewezenverklaarde verbergen en verhullen a.b.i. art. 420bis.1 onder a Sr. Die opvatting is onjuist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0196
RvdW 2014/697
NJ 2014/304

Uitspraak

22 april 2014

Strafkamer

nr. S 12/04564

AGE/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 21 september 2012, nummer 24/001978-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1 Geding in cassatie

Het beroep - dat blijkens de akte intrekking cassatie niet is gericht tegen de deelvrijspraken, aan welke beperking evenwel, gelet op HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1610, moet worden voorbijgegaan - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bewezenverklaarde feit te Drachten is gepleegd, onder meer omdat art. 420bis, eerste lid onder a, Sr moet worden beschouwd als een voortdurend delict.

2.2.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"zij op 24 mei 2011, te Drachten, van voorwerpen, te weten mobiele telefoons (merk: Apple), de herkomst en de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, terwijl zij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf."

2.3.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Een proces-verbaal van aanhouding, pagina's 56 tot en met 58, zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 24 mei 2011 omstreeks 17.15 uur hielden wij, verbalisanten, op de Drift te Drachten aan:
[verdachte]. We zagen een blauwe auto, voorzien van kenteken [AA-00-AA], en een rood busje, voorzien van kenteken [BB-00-BB], staan. Wij hebben de 4 personen in de rode VW Transporterbus en de 2 personen die zich in de blauwe Passat bevonden meegedeeld dat ze waren aangehouden.

2. Een proces-verbaal van bevindingen, p. 223 tot en met 225, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als bevindingen van verbalisanten:

Op 25 mei 2011 hebben wij te Drachten de inbeslaggenomen voertuigen doorzocht. Dit betroffen de blauwe Volkswagen Passat voorzien van kenteken [AA-00-AA] en een rode Volkswagen Transporter voorzien van kenteken [BB-00-BB]. Achter in de rode Volkswagen Transporter zagen wij spullen in diverse tassen liggen. In een witte boodschappentas met opdruk 'casino' troffen wij een hoeveelheid kleding aan. In een zak van een jas troffen wij een iPhone aan. In dezelfde tas in een zak van een broek troffen we een iPhone aan. In een witte plastic tas troffen wij een hoeveelheid kleding aan. In de zakken van een spijkerbroek troffen wij twee iPhones aan. In dezelfde tas troffen wij in een zak van een spijkerbroek een iPhone in een sok aan. In dezelfde plastic tas troffen we in de zakken van een spijkerbroek 4 iPhones aan. Achter een schot dat de voor- en achterzijde van het voertuig afscheidt troffen we een iPhone aan. We hebben de iPhones inbeslaggenomen.

3. Een proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p.256 tot en met 281, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als bevindingen van verbalisant:

Op 31 mei 2011 werd via internet contact opgenomen met Apple, met de bedoeling de eigenaren van de inbeslaggenomen iPhones te achterhalen. Op 9 juni 2011 stuurde de Privacy Officer van Apple een mail van de 10 IMEI-nummers van de inbeslaggenomen iPhones en onder welke naam deze geregistreerd staan:

1. iPhone4, registered to [betrokkene 1], Sweden. Reactie: mail met daarin een kopie van het proces-verbaal van Zweden. Op 18 mei 2011 werd haar iPhone gestolen in een restaurant in Malmö te Zweden. Betrokkene haalde een kop water. Intussen werd een andere bezoekster naast haar benaderd door een nerveuze vrouw die vroeg of zij iets wilde tekenen. Daarna was haar telefoon weg.

2. iPhone4, registered to [betrokkene 2], Sweden. Reactie: mail met daarin een kopie van het pv. Op 18 mei 2011 werd zijn iPhone gestolen door een jongeman in een restaurant in Malmö te Zweden. De jongeman kwam en drukte een bord tegen hem aan, waarop een handicap tag stond en een tekst in het Arabisch. Intussen werd zijn mobiele telefoon van de tafel weggenomen.

3. iPhone3, registered to [betrokkene 3], Sweden. Reactie: mail waarin [betrokkene 3] mededeelde dat haar telefoon in een coffeeshop in Malmö te Zweden was gestolen. De diefstal zou zijn gepleegd door een Roemeense vrouw, die daar rondliep en geld aan het collecteren was, waarvoor men moest tekenen. Toen zij haar aansprak, was direct erna haar telefoon weg.

4. iPhone4, registered to [betrokkene 4], Sweden. Reactie: mail van betrokkene van 8 juni 2011 dat haar telefoon 3 weken ervoor was gestolen.

5. iPhone4, registered to [betrokkene 5], Sweden. Reactie: op 20 mei 2011 werd in een Thais restaurant te Goteborg haar telefoon weggenomen. De bedeltruc werd toegepast.

6. iPhone4, registered to [betrokkene 6], Sweden. Reactie: mail, met daarin een kopie van het proces-verbaal van aangifte: op 16 mei 2011 zat aangever in de bibliotheek in Vaxjo (Zweden). Hij werd daar benaderd door een jongeman die beduidde dat hij niet kon spreken. Daarna was aangever zijn telefoon kwijt.

7. iPhone4, registered to [betrokkene 7], Sweden. Reactie: mail, met daarin het proces-verbaal van aangifte: op 18 mei 2011 zat aangever in een café en zijn telefoon lag op tafel. Een man kwam naar hem toe en toonde hem een bord met een handicap tag in het Arabisch. Op het moment dat hij daar naar keek, werd zijn telefoon weggenomen.

4. Een proces-verbaal van verhoor, met nummer PL032V 2011036370-61, deel uitmakend van een proces-verbaal van aanvulling, met nummer PL032R 2011036370-64, zakelijk weergegeven inhoudende:

Als verklaring van verdachte:

Mijn man, broers en ik waren in Zweden. Mijn broer [betrokkene 8] zei tegen mij: 'Laten we wat telefoons stelen.' Hij had al een telefoon gestolen. Daarna heeft [betrokkene 8] nog 6 telefoons gestolen en ik 4. Ik heb de telefoons verstopt tussen de kleding in de auto en daarna gingen wij naar Denemarken om mijn vader te treffen.

Als vraag van verbalisanten:

Hoe komen die telefoons in de auto van je vader?

Als verklaring van verdachte:

Ik heb de tas waar de telefoons in zaten overgezet in de auto. Ik heb alle 10 telefoons in de tas gestopt tussen de kleding.

In die week in Zweden hebben wij die telefoons gestolen."

2.4.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Het strafrechtelijk verwijt dat verdachte wordt gemaakt luidt - kort gezegd - dat zij zich op 24 mei 2011 in Drachten schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Uit het dossier blijkt - voor zover hier van belang - het volgende.

Op 24 mei 2011 troffen verbalisanten in Drachten een blauwe VW Passat en een rode VW Transporter aan. In en bij de voertuigen werden zes personen aangetroffen; verdachte, haar man, twee broers en haar ouders. Tijdens de aanhouding bevond verdachte zich in de VW Passat. In een tas in de rode VW Transporter werden Iphones aangetroffen, elk afzonderlijk verstopt in kledingstukken. Een aantal van de aangetroffen Iphones bleek afkomstig van diefstallen in Zweden.

Verdachte heeft op 11 augustus 2011 tegenover de verbalisanten verklaard dat zij en haar broers en man vanuit Zweden - via Denemarken - naar Nederland zijn gereden. Zij heeft ook verklaard dat zij samen met een van haar broers in Zweden Iphones heeft gestolen. Verdachte heeft voorts verklaard dat zij in Denemarken de telefoons tussen de kleding en in een tas in de rode VW Transporter heeft verstopt. Vervolgens zijn zij, haar moeder, broers en man met beide auto's naar Nederland gereden, alwaar haar vader zich bij hen voegde.

(...)

Namens verdachte is ter zitting van het hof voorts aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde in Drachten heeft gepleegd. Dat zal hooguit in het buitenland kunnen zijn gebeurd, maar dienaangaande heeft Nederland geen rechtsmacht.

De raadsman heeft voorts de vraag opgeworpen of de handelingen die verdachte heeft verricht wel kunnen worden gekwalificeerd als het verbergen en/of verhullen van de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding of verplaatsing, zoals beschreven in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Het delict, strafbaar gesteld in artikel 420bis, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, moet worden beschouwd als voortdurend delict. Dit brengt mee dat hier dit feit ook door verdachte kan worden gepleegd in Drachten, indien zij ook daar de werkelijke aard, de herkomst, de vervreemding en/of de verplaatsing verbergt en/of verhult, althans verbergt en/of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp was en/of dat voorwerp voorhanden heeft, terwijl zij weet dat het voorwerp afkomstig is uit misdrijf.

Uit het proces-verbaal van bevindingen op pagina's 223 en 224 volgt dat verbalisanten op 24 mei 2011 in Drachten in de rode VW Transporter twee boodschappentassen met daarin kleding hebben aangetroffen. In die kleding werden in de zakken van een viertal broeken meerdere van misdrijf afkomstige Iphones aangetroffen. Een van deze Iphones was verpakt in een sok. Uit de verklaring van verdachte volgt dat zij deze Iphones in Denemarken in de kleding heeft verstopt. Het hof overweegt dat het in deze situatie niet anders kan zijn dan dat met die handelingen is bedoeld de herkomst en verplaatsing van de Iphones te verhullen. Deze situatie heeft verdachte ook doen voortbestaan in Drachten. Gelet hierop heeft verdachte zich in Drachten schuldig gemaakt aan witwassen."

2.5.

Het Hof heeft met de overweging dat art. 420bis, eerste lid onder a, Sr moet worden beschouwd als een voortdurend delict, tot uitdrukking gebracht dat het verbergen of verhullen als bedoeld in die bepaling ook ziet op het verborgen en verhuld houden, en derhalve op gedragingen waardoor het verborgen of verhuld zijn voortduurt, zodat het tenlastegelegde feit ook te Drachten kan zijn gepleegd. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

2.6.

Het middel faalt in zoverre.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt onder meer dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft gekwalificeerd als witwassen.

3.2.

Het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard - kort gezegd - het verbergen en/of verhullen van de herkomst en de verplaatsing van mobiele telefoons, terwijl zij wist dat deze mobiele telefoons van misdrijf afkomstig waren. Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof vastgesteld dat deze mobiele telefoons deels uit eigen misdrijf afkomstig waren. Het Hof heeft het bewezenverklaarde feit gekwalificeerd als witwassen.

3.3.

Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de recente rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de nadere motiveringseisen van het oordeel dat sprake is van witwassen in het geval dat de verdachte een uit enig door hemzelf begaan misdrijf afkomstig voorwerp heeft verworven of voorhanden heeft gehad, ook betrekking heeft op het bewezenverklaarde verbergen en verhullen als bedoeld in art. 420bis, eerste lid onder a, Sr. Die opvatting is onjuist (vgl. HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2004:716, rov. 3.4.1.). Het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde kan worden gekwalificeerd als witwassen, geeft dan ook niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

3.4.

In zoverre is het middel tevergeefs voorgesteld.

4 Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2014.