Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:907

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-04-2014
Datum publicatie
15-04-2014
Zaaknummer
12/04453
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:270, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/665

Uitspraak

15 april 2014

Strafkamer

nr. S 12/04453

CB/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 april 2012, nummer 22/000212-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1 Geding in cassatie

1.1.

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. van Stratum, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

1.2.

De Hoge Raad heeft bij arrest van 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:127, geoordeeld dat de klacht van het middel dat het Hof de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde onvoldoende met redenen heeft omkleed niet tot cassatie kan leiden en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de klacht met betrekking tot de verbeurdverklaring van het geldbedrag.

1.3.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel voor het overige

Ook voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014.