Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:902

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-04-2014
Datum publicatie
11-04-2014
Zaaknummer
13/04520
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:45, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:2011, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Wijzigingsverzoek kinderalimentatie. Onjuiste adressering van door hof verstuurde oproepingsbrieven. Niet-verschenen belanghebbende in verzoekschriftprocedure, oproeping bij aangetekende brief, art. 272 in verbinding met 362 Rv. (HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3086, NJ 2011/492).

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 272
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2014/110
JWB 2014/186
NJB 2014/878
RvdW 2014/589
RFR 2014/80

Uitspraak

11 april 2014

Eerste Kamer

13/04520

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 139890/FA RK 12-650 van de rechtbank Alkmaar van 7 november 2012;

b. de beschikking in de zaak 200.121.103/01 van het gerechtshof Amsterdam van 25 juni 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot vernietiging en verwijzing.

3 Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Partijen zijn gehuwd geweest. Uit hun huwelijk zijn twee kinderen geboren.

(ii) De rechtbank heeft bij de echtscheidingsbeschikking de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vastgesteld op € 92,67 per kind per maand.

3.2

De vrouw heeft de rechtbank verzocht de kinderalimentatie te verhogen tot € 240,-- per maand.
Dit verzoek is door de rechtbank toegewezen.

In hoger beroep heeft de vrouw aangevoerd dat zij per vergissing heeft verzocht de kinderalimentatie te stellen op € 240,-- per maand, waar zij bedoelde € 240,-- per kind per maand. Zij verzocht het hof de kinderalimentatie in laatstbedoelde zin vast te stellen. Het hof heeft dit verzoek toegewezen. Het heeft daartoe onder meer overwogen dat de man, “hoewel behoorlijk opgeroepen”, niet bij de mondelinge behandeling van het hof op 5 juni 2013 is verschenen (rov. 1.5) en dat het verzoek van de vrouw in hoger beroep onweersproken is gebleven (rov. 4.2).

3.3.1

Het middel klaagt dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden. Volgens het middel heeft het hof de aan de man gerichte oproepingsbrieven voor de zitting van 5 juni 2013 naar verkeerde adressen gestuurd als gevolg waarvan de man niet ter zitting heeft kunnen verschijnen en geen verweer heeft kunnen voeren.

3.3.2

De klacht slaagt.

Uit de in cassatie overgelegde stukken blijkt inderdaad dat de aan de man gerichte brieven van het hof onjuist zijn geadresseerd (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.2).

Nu de man na de aan hem gerichte oproepingsbrieven geen verweerschrift heeft ingediend, geldt dat hij als niet verschenen belanghebbende ten onrechte niet overeenkomstig het bepaalde in art. 272 Rv in verbinding met art. 362 Rv bij aangetekende brief is opgeroepen voor de mondelinge behandeling (vgl. HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3086, NJ 2011/492).

Het voorgaande brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 25 juni 2013;

verwijst het geding naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 april 2014.