Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:845

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-04-2014
Datum publicatie
08-04-2014
Zaaknummer
12/01445
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:248, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR ambtshalve: verjaring. De HR merkt op dat een zgn. VIP-controle die is uitgevoerd met het oog op het ter kennis van de verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 72.1 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0175
NJB 2014/882
RvdW 2014/644
NJ 2014/227

Uitspraak

8 april 2014

Strafkamer

nr. 12/01445

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 31 maart 1999, nummer 22/002340-98, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in de vervolging.

2 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

2.1.

Bij inleidende dagvaarding is aan de verdachte – zakelijk weergegeven – tenlastegelegd het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan in de periode "in of omstreeks" 1 oktober 1995 tot en met 31 mei 1996.

Het Hof heeft bij arrest van 31 maart 1999 het tenlastegelegde bewezenverklaard en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2.2.

Ingevolge art. 72, eerste lid, Sr wordt de verjaring gestuit door elke daad van vervolging. Sedert de inwerkingtreding op 1 januari 2006 van de wet van 16 november 2005, Stb. 595 (opheffing verjaringstermijn bij zeer ernstige delicten) geldt niet meer de eis dat die daad de vervolgde bekend of betekend moet zijn.

2.3.

Bij de stukken van geding bevindt zich een "Mededeling uitspraak (V.V.)" van het Ressortsparket 's-Gravenhage, die op 22 februari 2012 aan de verdachte in persoon is uitgereikt naar aanleiding waarvan deze op 27 februari 2012 beroep in cassatie heeft ingesteld. Deze mededeling is gedateerd 30 augustus 2010 doch op grond van de voetregel moet worden aangenomen dat het hier gaat om een in de computer opgeslagen document dat op 22 december 2011 is uitgeprint. In deze mededeling zijn het rolnummer 22/002340-98, de kwalificatie van het bewezenverklaarde, de pleegdata, de toegepaste wetsbepalingen en de opgelegde straf vermeld. Voorts houdt deze mededeling in dat de verdachte zich voor inlichtingen kan wenden tot "de griffie van het gerechtshof, Prins Clauslaan 60 te 's-Gravenhage".

2.4.

Deze mededeling dient te worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 72, eerste lid, Sr welke de verjaring stuit. Daaraan doet niet af dat in die mededeling niet is vermeld de naam van het gerecht dat het arrest heeft gewezen, nu 's Hofs arrest door de vermelding van de overige hiervoor onder 2.3 opgesomde gegevens voldoende is geïndividualiseerd (vgl. HR 10 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AC1232, NJ 1990/57).

2.5.

Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende twaalf jaren voorafgaand aan het uitprinten van voormelde mededeling op 22 december 2011 enige daad van vervolging is verricht. Daarbij verdient opmerking dat - zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal met juistheid wordt gesteld - in een geval als het onderhavige een zogenoemde VIP-controle die is uitgevoerd met het oog op het ter kennis van de verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 72, eerste lid, Sr.

2.6.

Nu de hiervoor vermelde feiten bij art. 225, eerste lid, Sr strafbaar zijn gesteld als misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren is gesteld, is de in art. 70, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr bepaalde verjaringstermijn verstreken. Het recht tot strafvordering is dus vervallen.

3 Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd;

verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2014.