Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:720

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-03-2014
Datum publicatie
28-03-2014
Zaaknummer
13/02539
Formele relaties
In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7116
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 maart 2014

Nr. 13/02539

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 april 2013, nr. 10/5917 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Rotterdam (nr. AWB 10/912 AOW-T2) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) ingevolge de Algemene Ouderdomswet (hierna: de AOW).

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De SVB heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De SVB heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

2.1.

Ingevolge artikel 53 van de AOW kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3, en 6 en de op die artikelen berustende bepalingen.

2.2.

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten - voor zover zij al zijn aangevoerd ter zake van schending of verkeerde toepassing van de hiervoor in 2.1 vermelde bepalingen - niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2014.