Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:649

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-03-2014
Datum publicatie
19-03-2014
Zaaknummer
12/02880
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:167
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onttrekking aan het verkeer. Nu de bestreden uitspraak niets inhoudt omtrent de vaststelling van enig strafbaar feit, is niet voldaan aan het vereiste van art. 36b.1 aanhef en onder 3 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/512
SR-Updates.nl 2014-0137
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 maart 2014

Strafkamer

nr. 12/02880

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 mei 2012, nummer
23/000879-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep – dat blijkens de akte van cassatie niet is gericht tegen de gegeven vrijspraak – is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak voor zover aan zijn oordeel onderworpen zal vernietigen en een zodanige beslissing zal nemen die hij op grond van art. 440 Sv gepast acht.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel behelst de klacht dat de onttrekking aan het verkeer is bevolen zonder dat is vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan.

2.2.1.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"hij op of omstreeks 06 juni 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, aan boord van een luchtvaarttuig of op een luchtvaartterrein als omschreven in artikel 1 van de Luchtvaartwet (een) wapen(s) van categorie III, te weten - een revolver, merk North American Arms Inc, kaliber .22 Long en/of - een pistool, merk Colt, kaliber .380 auto, en/of bij die/dat wapen(s) behorende munitie van categorie III, te weten - vijf (5) scherpe patronen, kaliber .22 Long en/of - vijf (5) scherpe patronen, kaliber .380 Auto, voorhanden heeft gehad."

2.2.2.

De verdachte is hiervan vrijgesproken. Deze vrijspraak is als volgt gemotiveerd:

"Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken."

2.2.3.

Voorts is de onttrekking aan het verkeer bevolen van de volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- een revolver, kleur zilver, North American g 43488;

- een pistool, kleur zwart, Colt MK '80 mu55680.

Deze beslissing is als volgt gemotiveerd:

"Aangezien het bezit van de in de tenlastelegging genoemde, inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven, wapens in strijd is met de wet, zal het hof de onttrekking aan het verkeer daarvan gelasten."

2.3.

Art. 36b, eerste lid aanhef onder 3°, Sr luidt:

"1. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden uitgesproken:

(...)

3° bij de rechterlijke uitspraak waarbij, niettegenstaande vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan."

2.4.

De verdachte is vrijgesproken van het tenlastegelegde. Bij gebreke van een bewezenverklaring is de rechter in het kader van het beslissingsschema van art. 350 Sv dus niet toegekomen aan de vraag of sprake was van een strafbaar feit. Nu de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen is bevolen maar de bestreden uitspraak niets inhoudt omtrent de vaststelling van enig strafbaar feit, is niet voldaan aan het vereiste van art. 36b, eerste lid aanhef onder 3°, Sr.

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak – voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen – niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, dus uitsluitend wat betreft de beslissing ter zake van de onttrekking aan het verkeer van de hiervoor genoemde inbeslaggenomen voorwerpen;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2014.