Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:528

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-03-2014
Datum publicatie
11-03-2014
Zaaknummer
12/02257
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2233
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1100, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Moord, voorbedachte raad. 2. N-o verklaring b.p. in vordering immateriële schade. Ad 1. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BR2342 en ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft geoordeeld dat uit de f&o die uit de gebezigde bewijsmiddelen blijken, rechtstreeks volgt dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Dat oordeel is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. Ad 2. Het Hof heeft de n-o verklaring gegrond op zijn oordeel dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarbij heeft het Hof i.h.b. in aanmerking genomen dat de rechtsvraag of verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door b.p. geleden immateriële schade niet eenvoudig te beoordelen valt. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat voor vergoeding van dergelijke schade is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen i.h.a. slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld (vgl. ECLI:NL:HR:2002:AD5356 en ECLI:NL:HR:2009:BI8583).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/505
NJ 2014/183 met annotatie van
SR-Updates.nl 2014-0118
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 maart 2014

Strafkamer

nr. 12/02257

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 april 2012, nummer 20/001902-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.G.J. Knoops en mr. S.C. Post, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij [benadeelde partij] heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de opgelegde straf en de beslissing over de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij], tot vermindering van de gevangenisstraf volgens de gebruikelijke maatstaf, tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde de vordering van de benadeelde partij opnieuw te doen berechten en tot verwerping van het beroep van de verdachte voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste en het derde namens de verdachte voorgestelde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede namens de verdachte voorgestelde middel

3.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, ontoereikend is gemotiveerd.

3.2.1.

Ten laste van de verdachte is door het Hof bewezenverklaard dat:

"hij op 04 oktober 2010 in de gemeente Weert opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen met een mes in het lichaam van genoemde [slachtoffer] gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden."

3.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. De verklaring van [betrokkene 1], afgelegd bij de politie op 6 oktober 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik heb [slachtoffer] voor het laatst gezien of gesproken op 4 oktober 2010 rond 17.00 of 18.00 uur. Ik ken [verdachte]. Ik (het hof begrijpt: verbalisant) zag dat getuige op de plattegrond de woning van [verdachte] aanwees. Ik zag [verdachte] en [slachtoffer] bij de apotheek. Ze kwamen naar mij en mijn broertje gelopen. [slachtoffer] werd boos. [slachtoffer] en [verdachte] begonnen over en weer te schelden. [verdachte] is toen boos weggelopen.

Toen [verdachte] weg was heb ik nog even met [slachtoffer] staan praten. Ik schat dat dit een 5 minuten heeft geduurd. Toen kwam [verdachte] terug. [verdachte] kwam weer naar ons toegelopen. [verdachte] had een mes bij zich. [verdachte] ging voor [slachtoffer] staan en zwaaide met zijn handen. Hij had het mes in z'n rechterhand. Vervolgens hoorde ik [verdachte] zeggen: "Als je echt fitti wilt hebben dan moet je om negen uur maar bij de apotheek achter bij het speeltuintje zijn". Vervolgens zag ik dat [verdachte] naar huis liep. Fitti betekent ruzie.

2. De verklaring van [betrokkene 2], afgelegd bij de politie op 11 oktober 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik weet mogelijk iets te vertellen omtrent de steekpartij die op 4 oktober 2010 in de wijk Boshoven in Weert heeft plaatsgevonden. De persoon die is neergestoken is [slachtoffer]. De persoon die verdacht wordt van het neersteken van [slachtoffer] ken ik ook. Dit is [verdachte]. Ik weet dat hij woont op het adres [adres] te Weert, ook in de wijk Boshoven.

Op 5 oktober 2010 heb ik samen met [betrokkene 3] een andere bekende van ons getroffen in het centrum van Weert. Wij hebben daar gesproken met [betrokkene 4]. Bij [betrokkene 4] was zijn vriend genaamd [betrokkene 5].

Ik hoorde dat [betrokkene 4] het navolgende begon te vertellen:

- we waren gisteren avond samen met [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte);

- met we bedoelde hij zichzelf en [betrokkene 5];

- [verdachte] had de hele tijd gezegd "ik ga hem straks neersteken";

- met "hem" had [verdachte] bedoeld [slachtoffer];

- dit was omstreeks 20:00 - 20:15 uur die avond geweest;

- vervolgens waren zij alle drie naar huis gegaan;

- omstreeks 22:00 uur had [verdachte] een ping verstuurd naar [betrokkene 4] met als inhoud dat hij hem nu neer had gestoken en dat hij moest gaan zitten en dat hij [betrokkene 4] nog wel zou spreken.

3. De verklaring van [betrokkene 6], wonende te Weert, afgelegd bij de politie op 4 november 2010 (aanvang 10.10 uur), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Verbalisanten: Wij onderzoeken wat op 4 oktober 2010 gebeurd is in de Narcisstraat in Weert. We hebben vragen over wat er toen gebeurd is.

Antwoord: Het was een ruzie tussen [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer]) en [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) die aangehouden is.

[slachtoffer] en ik zijn samen naar Boshoven gereden. Toen we aankwamen daar, zag ik al drie jongens staan.

Ik zag daar die drie jongens, [betrokkene 7] (het hof begrijpt [betrokkene 7]), [betrokkene 8] (het hof begrijpt:

[betrokkene 8]) en [verdachte]. Ik reed iets verder door en zette de auto aan de kant stil. Ik zei tegen [slachtoffer] "jij blijft zitten". Ik liep naar [verdachte]. [verdachte] was meteen opgefokt. Hij zei: "waar is hij".

Ik zag dat [verdachte] mij voorbij rende in de richting van de auto. [slachtoffer] zag dit en stapte uit. Ze pakten elkaar vast.
Ze probeerden elkaar te steken. Het begon al bij mijn auto. Ik zag die messen heen en weer gaan. [verdachte] en [slachtoffer] bleven maar trekken en duwen en ze kwamen ten val op de weg. Opeens stak [verdachte] [slachtoffer].

Er werd heen en weer gestoken. Dat was op het bovenlichaam.

4. De verklaring van [betrokkene 6], afgelegd bij de politie op 4 november 2010 (aanvang 19.35 uur), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

V: We gaan verder met het verhoor. Op het moment dat jij samen met [slachtoffer] op 4 oktober 2010 's avonds de woning van [slachtoffer] verlaat, wat hebben jullie toen gedaan?

A: We zijn naar mijn auto gegaan en we zijn ingestapt. [slachtoffer] en ik reden Boshoven in. We zagen [verdachte], [betrokkene 7] en [betrokkene 8]. Ik reed een stukje door.

Ik ben uitgestapt. [verdachte] begon al meteen hysterisch te doen. Ik hoorde dat hij zei: "Waar is hij, waar is hij". [verdachte] had mij al gepingd dat ik die jongen van mij rustig moest houden. Ik heb gezegd via de ping dat we het uit zouden praten en dat er geen gekke dingen zouden gaan gebeuren. Ik heb gestuurd: we komen nu die kant op. Dat was toen we al onderweg waren.

Ik heb tegen [verdachte] gesproken, maar hij luisterde niet. Hij keek mij niet eens aan. Ik had al extra de auto wat verder doorgereden zodat hij [slachtoffer] niet zou zien. Hij schreeuwde echter alleen maar: "waar is hij".

[verdachte] rende via de straat richting mijn auto en riep steeds waar is die.

[verdachte] liep helemaal door tot aan het rechter portier van de auto. [slachtoffer] stapte uit maar bleef staan bij de auto. [verdachte] liep door tot aan de deuropening van de auto. Ze pakten elkaar vast aan de kleding van het bovenlichaam.

De messen hadden ze beiden al in de hand toen ze elkaar vastpakten en met elkaar stonden te trekken en duwen.

Ik zag dat [verdachte], terwijl hij naar de auto rende, naar zijn sok of enkel reikte. Ik zag toen [slachtoffer] uitstapte dat hij met zijn hand ergens iets bij zijn buik of broeksband vandaan haalde.

Op een bepaald moment kwam [slachtoffer] ten val. Hij viel op zijn rug. Ik zag dat [verdachte] op hem kwam te zitten. Ik zag dat ze met hun handen stekende bewegingen maakten. Ik zag dat [verdachte] toen hij bovenop [slachtoffer] zat, stekende bewegingen maakte in de richting van het bovenlichaam van [slachtoffer].

5. De verklaring van [betrokkene 6], afgelegd bij de politie op 9 november 2010 voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Toen [verdachte] naar de auto rende, haalde [verdachte] een mes tevoorschijn. Daarna zag ik dat [slachtoffer] iets bij zijn broeksband pakte. Vervolgens zag ik dat zij elkaar vast pakten en toen zag ik dat [slachtoffer] ook een mes vast had.

6. De verklaring van [betrokkene 8], afgelegd bij de politie op 5 oktober 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 4 oktober 2010 omstreeks 21.55 liep ik samen met mijn vriend, [betrokkene 7] (het hof begrijpt [betrokkene 7]), richting cafetaria "Pinokkio" aan de Boshoverweg te Weert. We zijn richting kruising gelopen. Met kruising bedoel ik de Boshoverweg, Burcht en Narcisstraat. Het was de kruising waar ook de apotheek van Boshoven ligt.

7. De verklaring van [betrokkene 8], afgelegd bij de politie op 10 november 2010 voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Verbalisanten: Gisteren is [betrokkene 7] gehoord. Naar aanleiding daarvan hebben we nog aanvullende vragen.

Antwoord: Ik ben samen met [betrokkene 7] naar het kruispunt gegaan. Toen kreeg [betrokkene 7] een ping die afkomstig bleek te zijn van [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte). [betrokkene 7] zei mij nadat hij die ping had gelezen dat [verdachte] had gevraagd om te komen. [betrokkene 7] vroeg aan mij of wij even naar [verdachte] konden gaan. Wij zijn teruggelopen naar de woning van [verdachte].

[verdachte] kwam naar buiten en wij vroegen wat er aan de hand was. [verdachte] antwoordde: "Ik heb problemen met [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer]). Hij heeft mij zitten te bedreigen en hij wil mij, in mijn eigen buurt pakken". We liepen intussen naar de kruising van de Boshoverweg met de Narcisstraat en De Burcht. Wij volgden [verdachte] die in de richting van de kruising liep. Toen wij bij het bankje stonden vertelde [verdachte] dat [slachtoffer] zou komen.

[verdachte] zei: "Hij wil mij pakken in mijn eigen buurt. Wat denkt hij wel niet". [verdachte] was stil en gewoon wachtend, een beetje ongeduldig. Het was net alsof je op een trein wacht die te laat was.

Wij waren ongeveer 6 minuten bij het bankje toen er een Golf 4 langsreed. Die stopte ongeveer 27 tot 30 meter van ons af, voorbij ons.

De auto stopte. [betrokkene 7] en ik zagen [betrokkene 6] (het hof begrijpt: [betrokkene 6]) uitstappen aan de bestuurderszijde. [betrokkene 6] liep naar [verdachte]. [verdachte] zei toen: "Waar is [slachtoffer] wat doe jij hier". [betrokkene 6] zei: "[verdachte], ik wil met jou praten". [verdachte] zei: "Waar is [slachtoffer], waar is [slachtoffer]". [betrokkene 6] zei toen: "[slachtoffer] zit in de auto, ik heb hem in de auto gelaten". [verdachte] stond ongeveer 5 meter vanaf het bankje af. Dus 5 meter vanaf ons en tussen [betrokkene 6] en ons in.

[verdachte] zei niets en rende vervolgens naar de auto waar [slachtoffer] toen uit kwam.

8. De verklaring van [betrokkene 8], afgelegd bij de politie op 9 november 2010 voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik heb [slachtoffer] alleen zien staan. [slachtoffer] stond stil toen [verdachte] in de richting van [slachtoffer] liep.

[verdachte] begon te rennen in de richting van [slachtoffer]. [verdachte] was toen nog 20 à 25 meter van [slachtoffer] verwijderd. Toen [verdachte] op een afstand van ongeveer 5 à 6 meter van [slachtoffer] verwijderd was zag ik dat [slachtoffer] het mes trok. Ik zag dat [verdachte] doorrende in de richting van [slachtoffer]. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer] vast greep bij zijn borst. Er ontstond een worsteling.

Tijdens de worsteling verplaatsten [verdachte] en [slachtoffer] zich naar de andere zijde van de straat. Beiden kwamen op de grond terecht. [verdachte] lag boven op [slachtoffer]. Ik zag dat [slachtoffer] op zijn rug lag en [verdachte] zat boven op [slachtoffer]. Ik hoorde op een gegeven moment dat [slachtoffer] riep: "[verdachte] stop ermee". [verdachte] was op dat moment wild en bleef doorvechten. Ik hoorde op een gegeven moment het geluid van ijzer dat op straat viel. Achteraf zag ik dat er een mes naast [slachtoffer] op de grond lag. Ik hoorde dat [slachtoffer] riep of zei: "Hou op". Ik zag dat [verdachte] toch door bleef gaan met vechten. Op een gegeven moment zie ik dat [verdachte] een stekende beweging maakte in de richting van [slachtoffer] [verdachte] zat toen nog boven op [slachtoffer]. Ik zag [verdachte] met zijn rechterhand een stekende beweging maken. Dat heb ik [verdachte] twee keer zien doen. [verdachte] raakte [slachtoffer]. [verdachte] stond toen op en rende weg.

9. De verklaring van [betrokkene 7], wonende te Weert, afgelegd bij de politie op 9 november 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 4 oktober 2010 liep ik met [betrokkene 8] op de Boshoverweg in de richting van de kruising met de Narcisstraat. Ik zag daar [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer]) samen met [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte).

Ik zag dat [slachtoffer] en [verdachte] in een vechthouding tegenover elkaar stonden. Ik stond samen met [betrokkene 8] te kijken.

De manier van vechten leek meer op een worsteling. Al heel snel vielen zij beiden op de grond. Ik zag dat [slachtoffer] eerst viel. Ik zag dat [slachtoffer] op wilde staan. [verdachte] was sneller en ging bovenop [slachtoffer] zitten. De worsteling ging verder. Vervolgens zag ik dat [verdachte] bovenop [slachtoffer] zat en met zijn rechterhand twee keer in [slachtoffer] sloeg. [verdachte] maakte een soort steekbeweging. Ik zag dat [verdachte] zich omdraaide en onze kant op rende.

Ik zal u het stukje ervoor vertellen. [betrokkene 8] en ik liepen naar de Boshoverweg. Ik kreeg toen een ping van [verdachte]. Hij vroeg: He, waar ben je [betrokkene 7]. Ik antwoordde hem dat ik op Boshoven was bij hem in de buurt. Hij zei toen: Loop richting mij toe. Hij was thuis. Ik liep met [betrokkene 8] naar [verdachte] toe. [verdachte] kwam naar buiten gelopen. Vervolgens liepen we met hem erbij richting de bankjes tegenover de apotheek. Onderweg vertelde hij dat hij ruzie had met [slachtoffer]. [slachtoffer] had volgens hem gezegd dat hij naar [verdachte] kwam en de deur zou openmaken en zijn moeder zou vermoorden. [verdachte] zei: En dat zegt hij tegen mij in mijn wijk.

Ik en [betrokkene 8] zijn op het bankje gaan zitten. [verdachte] bleef voor ons staan. Hij zei dat hij ruzie had met [slachtoffer] en dat [slachtoffer] zei dat [slachtoffer] zijn moeder en hem ging vermoorden en dat hij dat niet pikte.

Er kwam heel langzaam een auto aan. Een stukje verder stopte de auto. Dit was de Golf. Ik zag dat [betrokkene 6] aan de bestuurderskant uitstapte. Ik zag dat [betrokkene 6] onze kant op liep en vervolgens richting [verdachte] liep die op dat moment ongeveer op de kruising stond. Ik hoorde dat [verdachte] toen riep: "Waar is hij?" Ik zag dat [verdachte] richting de auto liep. Ik hoorde dat [betrokkene 6] zei: "Hij is in de auto." Ik zag dat [verdachte] in de richting van de auto liep. Ik zag dat hij met zijn rechterhand een soort ophaalbeweging langs zijn been maakte. Ik zag dat [slachtoffer] uit de auto stapte. Vervolgens ontstond er een vechtpartij. Verder ging dit zoals ik eerder heb verteld. [verdachte] rende er heen.

10. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1], voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Op maandag 4 oktober 2010 omstreeks 22.10 uur reden wij door De Burcht te Weert in de richting van de Narcisstraat. Ik zag meerdere mensen op de stoep aan de linkerzijde van de Narcisstraat staan. Ik zag een persoon op de grond liggen bij deze mensen. Collega [verbalisant 2] parkeerde het dienstvoertuig. Ik liep naar de persoon toe die op de grond lag. Deze persoon bleek later volledig te zijn genaamd: [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats].

Ik zag dat er een mes op ongeveer een meter afstand van [slachtoffer] op de grond lag. Ik zag dat het mes in drie delen op de grond lag. Ik zag dat het een lemmet was met een gekartelde rand.

Ik hoorde dat de ambulancemedewerker zei dat het geen zin meer had om door te gaan met hartmassage omdat [slachtoffer] was leeggebloed.

11. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats], is het navolgende gebleken:

Er waren op de rug drie scherprandige perforaties met het aspect van een steekverwonding aangegeven met A tot en met C.

In relatie met het letsel A rechts op de rug was er een steekkanaal te herleiden van links naar rechts onder de huid tot in het spierweefsel van de rug. De lengte van het steekkanaal bedroeg circa 8 cm.

In relatie met letsel B rechts op de rug was er een steekkanaal te herleiden van achter naar voor en iets naar rechts met perforatie van de borstkas en de rechterlong bovenkwab. Er was oppervlakkige perforatie van de borstvliezen aan de voorzijde. De lengte van het steekkanaal bedroeg circa 19 cm. Er was bloeduitstorting in de rugspieren, de borstvliezen en de rechterlong. Er was circa 100 ml bloed in de rechterborstholte.

In relatie met letsel C links op de rug was er een steekkanaal te herleiden van achter naar voor en van links iets naar rechts zijwaarts. Er was perforatie van de borstkas, de linkerlong onderkwab, de linkerlongwortel en het hartzakje. De lengte van het steekkanaal bedroeg circa 19 cm. Er was 500 ml bloed in de linkerborstholte en 50 ml bloed in het hartzakje.

Er was veel bloed verloren door alle steekletsels tezamen. De steekletsels zijn opgeleverd door steken met een scherp snijdend voorwerp en kunnen passen bij steken met een of meer messen. Het overlijden wordt verklaard door het massale bloedverlies in combinatie met luchtwegbelemmering door inademing van voedsel.

[slachtoffer], 19 jaar oud geworden, is overleden als gevolg van meermalen opgelopen perforerend geweld op het lichaam.

12. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1991

Slachtoffer [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1990, overleden op 4 oktober 2010

In het FIT-verslag staat vermeld dat het slachtoffer was overleden bij een steekpartij op 4 oktober 2010 omstreeks 22:00 uur te Weert. Naast het slachtoffer werd een kartelmes in een aantal delen aangetroffen. Enkele dagen later zou een mes zijn aangetroffen in een rioolput. De mesdelen kunnen, als één intact geheel beschouwd, gereconstrueerd worden tot een mes van ongeveer 23 cm lang, met een heft van ongeveer 11 cm lang en een lemmet van ongeveer 12 cm lang.

Het mes dat in een rioolput zou zijn aangetroffen is een mes van in totaal ongeveer 32 cm lang en 2,3 cm breed, met een heft van ongeveer 12 cm lang en een lemmet van ongeveer 20 cm lang.

13. Het overzicht communicatiegedrag (verstuurde en ontvangen teksten) [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) op 4-10-2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

tijd

verzender

ontvanger

inhoud

bron

17:32:00

[verdachte]

[...]' back in nl

kheb ruziie

pingen

17:33:00

[verdachte]

[...]' back in nl

Met [slachtoffer]

zo een indo

pingen

18:55:08

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres slachtoffer]@live.nl

Nu gaan we

sien

hotmail

18:57:02

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres slachtoffer]@live.nl

Niet prate op msn we gaan sien what

gebeurd

hotmail

18:58:42

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres slachtoffer]@live.nl

Niet meer

tege me prate

we gaan sien 9 uur bij mij voor

hotmail

19:09:30

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres betrokkene 9]@hotmail. com

Kheb ruzii

hot-mail

19:09:31

[emailadres betrokkene 9]@hotmail.com

[emailadres verdachte]@live.com

Met wie hb j ruzie..?

hotmail

19:09:32

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres betrokkene 9]@hotmail. com

Met so un

kanker indoo

hotmail

19:09:40

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres betrokkene 9]@hotmail. com

Ksteek hem neer 9 uur

hotmail

19:09:43

[emailadres betrokkene 9]@hotmail. com

[emailadres verdachte]@live.com

nee doe rustig

hotmail

19:09:44

[emailadres betrokkene 9]@hotmail. com

[emailadres verdachte]@live.com

jullie kk veel

problème als mense der achter kome dat jullie da

ware..

hotmail

19:09:45

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres betrokkene 9]@hotmail.

com

No kga soieso

da doen niet probere uit t prate enso

hotmail

19:09:46

[emailadres betrokkene 9]@hotmail.com

[emailadres verdachte]@live.com

J moet niet

meteen steke

hotmail

19:12:47

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres betrokkene 9]@hotmail. com

Dus kga doen

hotmail

19:17:00

[verdachte]

[...]

Cga so vechte

Pingen

19:31:48

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres slachtoffer]@Iive.nl

Com nu na

keetj

hotmail

19:31:51

[emailadres verdachte]@live.com

[emailadres slachtoffer]@live.nl

Com nu we

staan klaar

hotmail

14. De verklaring van [betrokkene 9], afgelegd bij de politie op 11 november 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik gebruik het e-mailadres [emailadres betrokkene 9]@hotmail.com. Ik heb dit adres gebruikt met [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte).

15. De verklaring van verdachte, wonende te Weert, afgelegd bij de politie op 5 oktober 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

V: Bij de vorige verklaring waren wij gebleven bij 4 oktober 2010 omstreeks 22.00 uur. Hoe ging het verder?

A: Ik werd door [betrokkene 6] (het hof begrijpt: [betrokkene 6]) op mijn BlackBerry gepingd. Ik heb via mijn BlackBerry aangegeven dat ik zou komen. Dat was omstreeks 22.00 uur.

Ik liep naar de kruising waar de apotheek ligt. Ik zie op de plattegrond dat dit de Narcissenstraat is. Ik bleef bij de kruising wachten. Ik had een mes in mijn sok. Ik heb ongeveer 5 minuten gewacht op de kruising. Ik zag [betrokkene 6] met zijn auto aan komen rijden. Ik zag dat hij over de weg De Burcht kwam aanrijden in de richting van de kruising. Net over de kruising op de Narcissenstraat stopte de auto. Ik zag dat [betrokkene 6] vanaf de bestuurderszijde uit zijn auto kwam. Ik zag [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer]) uit de auto stappen. [slachtoffer] en ik raakten aan het worstelen. Het lukte mij om zijn mes van hem af te pakken. Ik stak hem met zijn eigen mes. Ik weet dat het een heel groot mes was. Ik hoorde dat hij schreeuwde van pijn en hij stopte met vechten. Ik had het mes in de hand toen ik opstond en ik heb dat mes weggegooid. Mijn eigen mes is op de grond gekomen waar ik gevochten heb.

16. De verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie op 7 oktober 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

V: [verdachte], jouw BlackBerry is onderzocht door de digitale recherche. Daarin zijn onder andere de berichten van maandag (het hof begrijpt: 4 oktober 2010) aangetroffen. We gaan een aantal van die berichten met jou doornemen.

Ik schrijf onder de naam [emailadres verdachte]@live.com. Ik zie dat [emailadres slachtoffer]@live.nl [slachtoffer] is.

V: We gaan je nu nog andere berichten laten zien uit de BlackBerry.

Het gaat over het contact dat ik via Hyves heb met een meisje. In de avond heb ik contact met haar. "[emailadres betrokkene 9]@hotmail.com" is dit meisje.

V: Je schrijft wel aan dit meisje:

'K steek hem neer'

'No kga soieso da doen'

'us k ga doen ok'.

A: Ik heb dat wel geschreven.

17. De verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie op 18 oktober 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

V: In jouw BlackBerry staat het volgende: [betrokkene 4] 4/10/2010.

Het verzonden bericht: 'K heb hem gestoke kmoet gaan sitte n de bal Ksei tog boshove s van mij kom niet prate' (22.06)

A: Ik heb die berichten geschreven. [betrokkene 4] is een vriend van mij.

18. De verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie op 16 november 2010, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

V: [betrokkene 7] en [betrokkene 8] zeggen dat jij hebt verteld over de ruzie met [slachtoffer] en dat [slachtoffer] naar jou toe zou komen. Klopt dit?

A: Ja, ja, als het goed is wel.

V: Waar ben jij met hun heen gelopen?

A: Voor bij het kruispunt.

V: Waar precies op het kruispunt?

A: Bij het bankje.

V: [betrokkene 6] heeft verklaard dat hij met [slachtoffer] naar de Narcisstraat in Weert is gereden en dat hij op de kruising met de Boshoverweg jou heeft zien staan met [betrokkene 7] en [betrokkene 8]. Dat klopt?

A: Ja, dat zou best kunnen.

V: Op welk moment raakte jij jouw eigen mes kwijt?

A: Ergens in het begin van het gevecht.

V: Met welk mes heb jij [slachtoffer] gestoken?

A: Met zijn eigen mes.

V: Hoe zat het dan met jouw eigen mes?

A: Volgens mij heb ik hem een keer geraakt, met de mijne.

19. De verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie op 2 maart 2011, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Het mes in het rioolputje was van [slachtoffer]. Ik heb het mes van [slachtoffer] afgepakt en heb hem daarmee gestoken.

20. De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 14 maart 2012, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik heb op 4 oktober 2010 in Weert [slachtoffer] de drie steekwonden toegebracht. Dat heb ik gedaan met een mes. [slachtoffer] en ik kwamen in een worsteling terecht. Mijn mes viel toen kapot op de grond. Het lukte mij om het mes van [slachtoffer] af te pakken."

3.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Uit de gebezigde bewijsmiddelen komt het volgende naar voren:

- Verdachte heeft op 4 oktober 2010 aan het begin van de avond zijn voornemen om [slachtoffer] neer te gaan steken in een bericht aan [betrokkene 9] geuit, heeft gezegd dat hij het niet zou proberen uit te praten en heeft volhard in dat voornemen door na een bericht van [betrokkene 9], te weten "J moet niet meteen steke" te antwoorden "Dus kga doen", om vervolgens nog een derde te berichten "Kga so vechte".

- Later die avond heeft hij ook tegen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] meermalen gezegd dat hij [slachtoffer] "straks" zou gaan neersteken.

- Verdachte wilde [slachtoffer] treffen. Dat blijkt onder meer al als verdachte aan het eind van de middag tegen [slachtoffer] zegt "Als je echt fitti (ruzie) wilt hebben, dan moet je om negen uur maar bij de apotheek achter bij het speeltuintje zijn" en uit een hotmail bericht aan [slachtoffer] later op de dag: "Niet meer tege me prate we gaan sien 9 uur bij mij voor". Ten slotte is verdachte terwijl hij wist dat [slachtoffer] zou komen nabij de kruising waar het hier om gaat op [slachtoffer] gaan wachten. Verdachte pikte het niet dat [slachtoffer] hem in zijn eigen wijk wilde pakken.

- [slachtoffer] is vervolgens bij de kruising uit de auto gekomen en daar blijven staan.

- Verdachte is in de aanval gegaan door op [slachtoffer] toe te rennen, daarbij als eerste een mes pakkend.

- Verdachte heeft [slachtoffer] vastgepakt. Er ontstaat een worsteling waarbij verdachte stekende bewegingen richting [slachtoffer] maakt.

- Als verdachte zijn mes tijdens het gevecht is kwijtgeraakt, pakt hij het mes van [slachtoffer] af en steekt [slachtoffer] daarmee en zet zo de aanval door. [slachtoffer] begint te schreeuwen van pijn en houdt op met vechten.

- Verdachte staat op en rent weg met het mes van [slachtoffer].

- Zeer kort na het gevecht bevestigt verdachte de uitvoering van zijn voornemen door middel van pingberichten aan [betrokkene 4]: "Kheb hem gestoke kmoet gaan sitte n de bal" en "Ksei tog boshove s van mij kom niet prate".

Gelet op het vorenstaande heeft verdachte voldoende tijd gehad om zich te beraden op het door hem genomen besluit om [slachtoffer] neer te steken alvorens hij uitvoering heeft gegeven aan dat besluit, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd."

3.3.

Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR2342, NJ 2012/518 en vervolgens nader heeft toegelicht in zijn arrest van 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963, moeten - mede met het oog op het strafverzwarende gevolg dat het bestanddeel "voorbedachte raad" heeft - aan de vaststelling dat voor de verdachte de voor voorbedachte raad vereiste gelegenheid heeft bestaan om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter, in het bijzonder indien de voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt, daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven.

3.4.

Het Hof heeft geoordeeld dat uit de feiten en omstandigheden die uit de gebezigde bewijsmiddelen blijken, rechtstreeks volgt dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Dat oordeel is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

3.5.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

4 Beoordeling van het namens de benadeelde partij voorgestelde middel

4.1.

Het middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar vordering tot vergoeding van geleden immateriële schade.

4.2.

Door de benadeelde partij is onder meer gevorderd vergoeding van geleden immateriële schade tot een bedrag van € 5000,–. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 14 maart 2012 heeft de gemachtigde van de benadeelde partij de vordering als volgt toegelicht:

"Over het immateriële deel is heel veel discussie. Daar is veel over geschreven. De advocaat-generaal merkte op dat dit vanaf 1 januari 2011 mogelijk is. Er zijn vele uitspraken van gerechten waarin is aangegeven dat ook nabestaanden in aanmerking komen voor vergoeding van immateriële schade. Het verlies is niet te compenseren. Er moeten bijkomende omstandigheden zijn. Natuurlijk is het verlies van een kind of familielid altijd een diepbedroevende gebeurtenis. De wijze waarop en de gevolgen impliceren in deze zaak een directe inbreuk op de rechten van cliënte. Ik wijs op artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Het was een inbreuk op het recht op leven van [slachtoffer], maar ook een inbreuk jegens cliënte. Cliënte is ondersteboven door wat er gebeurd is. Sindsdien is zij onder behandeling bij de GGZ. Eerst had zij eens in de week een afspraak. Nu is dat eens in de twee weken. Zij heeft depressieve klachten. Zij is rechtstreeks geraakt door het handelen van verdachte. Het is niet zo dat het een ongeluk is geweest. Het gaat om een slachtpartij op straat die groot uitgemeten is in met name lokale media. Cliënte wordt iedere keer met deze feiten geconfronteerd. Het is keer op keer een slag in haar gezicht. Zij heeft de nodige psychische schade. In de stukken bevindt zich de verklaring van een psycholoog. Cliënte heeft [slachtoffer] ook geïdentificeerd.

Ik verwijs naar de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 21 mei 2008 met LJN BD2057, op grond waarvan aan de directe confrontatie niet al te hoge eisen gesteld mogen worden. De impact en de schade zijn een rechtstreeks gevolg van wat er is gebeurd. De bijkomende omstandigheden zijn de houding die verdachte aanneemt ter terechtzitting. Het hof heeft daar duidelijk op door gevraagd. De advocaat-generaal heeft eraan gerefereerd. Als het hem slecht uitkomt, zegt verdachte niets. Hij geeft geen openheid van zaken, hetgeen bijdraagt aan de problemen. Ik heb begrepen dat, kort nadat verdachte door de rechtbank in vrijheid was gesteld, hij op MSN-uitlatingen heeft gedaan in de richting van de dochter van cliënte alsof hij had gezegevierd. Het hof moet daarmee doen wat het geraden acht. Ik ben het eens met de advocaat-generaal. Het gaat niet om een verdachte die oprecht spijt betoont. Dat is een klap in het gezicht van cliënte die niet bijdraagt aan een goede verwerking. Het wordt steeds erger. Welk bedrag hang je daar aan? Ik kan uitspraken noemen waarin veel hogere bedragen worden toegekend, maar we hebben dit bedrag verzocht als voorschot. Ik denk dat het bedrag hoger zou moeten zijn en dat we een redelijk bedrag hebben genoemd."

4.3.

Het Hof heeft de benadeelde partij in haar vordering tot vergoeding van immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard. Het bestreden arrest houdt hieromtrent het volgende in:

"De benadeelde partij [benadeelde partij] (gemachtigde: mr. S.C. van Heerd) heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van 6.697,40, te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij is door de eerste rechter in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij haar in eerste aanleg gedane vordering.

Deze vordering strekt tot vergoeding van geleden schade.

De vordering is inhoudelijk niet betwist. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voorts komen vast te staan dat de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van EUR 1.697,40. De vordering zal tot dat beloop worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het tijdstip waarop het bewezen verklaarde feit werd begaan tot en met de dag der voldoening.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat voor het overige (de vordering met betrekking tot de immateriële schade) de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren, aangezien de rechtsvraag of verdachte aansprakelijk is voor de door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade niet eenvoudig te beoordelen valt. Gelet hierop zal het hof bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat die vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht."

4.4.

Het Hof heeft de niet-ontvankelijkverklaring gegrond op zijn oordeel dat de behandeling van de desbetreffende vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarbij heeft het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat de rechtsvraag of de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door de benadeelde partij geleden immateriële schade niet eenvoudig te beoordelen valt. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat voor vergoeding van immateriële schade als hier gevorderd, is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld (vgl. HR 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, NJ 2002/240 en HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8583, NJ 2010/387).

4.5.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

5 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van acht jaren.

6 Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 5 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

7. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze zeven jaren en zes maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2014.