Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:4

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-01-2014
Datum publicatie
10-01-2014
Zaaknummer
13/00266
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:790, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5804, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Artikel 2, lid 2, Wet BRV. Verkrijging economische gerechtigdheid tot grond is belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting. Artikel 11, lid 2, BRV. Maatstaf van heffing wordt niet verminderd met de waarde van door de verkoper bij obligatoire overeenkomst voorbehouden recht van erfpacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2014/48
BNB 2014/43 met annotatie van J.C. VAN STRAATEN
FED 2014/27 met annotatie van A. Rozendal
FutD 2014-0083
NTFR 2015/102
NTFR 2014/882 met annotatie van Mr. P.W. Hofman
NTFR 2014/429
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 januari 2014

nr. 13/00266

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 29 november 2012, nr. 11/00353, betreffende een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.

1 Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is ter zake van de verkrijging van de economische eigendom van een onroerende zaak een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd, alsmede een boete. De naheffingsaanslag en de boete zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 10/2849) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar uitsluitend wat betreft de beslissing op het bezwaar tegen de boetebeschikking vernietigd en de boetebeschikking vernietigd.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 20 augustus 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. de onderdelen 4.7 tot en met 4.15 en 5.3 tot en met 5.6 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2014.