Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3686

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
19-12-2014
Zaaknummer
14/00310
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2331, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Art. VI.5 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013. Verzuim van de raadsman om na verzending van de cassatieschriftuur per fax niet het originele exemplaar van de schriftuur na te zenden.

Bij brief is de raadsman in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen doch daarvan is geen gebruik gemaakt. Ook overigens is niet kunnen worden vastgesteld dat de handtekening op de faxschriftuur overeenstemt met de (originele) handtekening van de raadsman. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

16 december 2014

Strafkamer

nr. 14/00310 A

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 8 juli 2013, nummer H 99/2013, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.G. Illes, advocaat te Oranjestad (Aruba), een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het beroep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.

Art. VI lid 5 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013 luidt als volgt:

"De indiening van de schriftuur is (...) vormvrij; zij kan worden ingediend hetzij door inlevering op de griffie van de Hoge Raad, hetzij door verzending per post of koeriersdienst, hetzij door verzending via de fax (mits gevolgd door inlevering of verzending van het originele exemplaar). Volstaan kan worden met de indiening van één exemplaar."

2.2.

De raadsman heeft na verzending van de cassatieschriftuur per fax op 8 mei 2014 niet het originele exemplaar van de schriftuur nagezonden. Bij brief van 18 september 2014 is de raadsman in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen doch daarvan is geen gebruik gemaakt. Ook overigens is niet kunnen worden vastgesteld dat de handtekening op de fax-schriftuur overeenstemt met de handtekening van de raadsman.

2.3.

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014.