Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3683

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
19-12-2014
Zaaknummer
14/04906
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2195, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:5268, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Alimentatie. Behoefte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/5
RvdW 2015/100

Uitspraak

19 december 2014

Eerste Kamer

nr. 14/04906

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. R.K. van der Brugge,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/05/241934/FA RK 13-11326 van de rechtbank Gelderland van 7 oktober 2013;

b. de beschikking in de zaak 200.139.784 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juli 2014.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 2 december 2014 op dit standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4 en 5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 december 2014.