Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3682

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
19-12-2014
Zaaknummer
14/04759
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2113, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:7111, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging op de voet van art. 350 lid 3, onder f, in verbinding met art. 288 lid 2 , onder d, Fw; niet vermelden in verzoekschrift van eerdere toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2015/12
RvdW 2015/94
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2014

Eerste Kamer

nr. 14/04906

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[verzoekster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer R 08/13/603 van de rechtbank Overijssel van 21 juli 2014, hersteld bij vonnis van 11 augustus 2014;

b. het arrest in de zaak 200.153.539/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 september 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.

De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 13 november 2014 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 december 2014.