Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3623

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
17-12-2014
Zaaknummer
14/00730
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2291, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Oplichting. Bewijsklacht. Het bewezenverklaarde is gekwalificeerd als “oplichting, meermalen gepleegd.” Gelet op de bewezenverklaring en de inhoud van de bewijsmiddelen had het bewezenverklaarde evenwel moeten worden gekwalificeerd als “oplichting”. De HR leest de kwalificatie verbeterd. Blijkens de toelichting gaat het middel ervan uit dat vijf gevallen van oplichting zijn bewezenverklaard en klaagt het over de toereikendheid van de bewijsvoering van elk van die gevallen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt evenwel dat het middel steunt op een verkeerde lezing van de bestreden uitspraak zodat het feitelijke grondslag mist en derhalve niet tot cassatie kan leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0536
RvdW 2015/120
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 december 2014

Strafkamer

nr. S 14/00730

AJ/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 28 januari 2014, nummer 21/007785-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over de motivering van het onder 1 bewezenverklaarde.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat hij:

"in de periode van 4 juni 2010 tot en met 23 juni 2010 te Baarn met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [betrokkene 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal 50.000 (vijftigduizend) euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid tegen/aan voornoemde [betrokkene 1]
- op 4 juni 2010 gezegd dat hij onkosten had gemaakt voor het ontruimen van de voormalige woning van [betrokkene 1] en voor opslag van goederen uit die woning, en daarbij heeft gezegd dat deze kosten voor rekening van de verkoper komen, en vervolgens
- op 17 juni 2010 gevraagd of hij een geldbedrag van 10.000 (tienduizend) euro mocht lenen ten behoeve van de aankoop van een woning en vervolgens
- op 21 juni 2010 aan [betrokkene 1] gevraagd of hij een geldbedrag van 10.000 (tienduizend) euro mocht lenen ten behoeve van de aankoop van een woning, en vervolgens
- op 22 juni 2010 gevraagd of hij een geldbedrag van 10.000 (tienduizend) euro mocht lenen en vervolgens
- op 23 juni 2010 gevraagd of hij een geldbedrag van 10.000 (tienduizend) euro mocht lenen,
en voorts gezegd dat hij de geldbedragen snel zou terugbetalen,

en daarbij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat [betrokkene 1] in verdachte had uit hoofde van zijn functie/beroep als makelaar en daarbij misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, wetenschap omtrent de geestelijke gesteldheid (de persoonlijkheidsstoornis) van [betrokkene 1], waardoor zij werd bewogen tot bovenomschreven afgifte."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 zijn weergegeven.

2.2.3.

Het onder 1 bewezenverklaarde is gekwalificeerd als "oplichting, meermalen gepleegd." Gelet op de bewezenverklaring en de inhoud der gebezigde bewijsmiddelen had het bewezenverklaarde evenwel moeten worden gekwalificeerd als "oplichting". De Hoge Raad leest de kwalificatie verbeterd.

2.3.

Blijkens de toelichting gaat het middel ervan uit dat vijf gevallen van oplichting zijn bewezenverklaard en klaagt het over de toereikendheid van de bewijsvoering van elk van die gevallen. Uit hetgeen hiervoor onder 2.2.3 is overwogen volgt evenwel dat het middel steunt op een verkeerde lezing van de bestreden uitspraak zodat het feitelijke grondslag mist en derhalve niet tot cassatie kan leiden.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014.