Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3548

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-12-2014
Datum publicatie
11-12-2014
Zaaknummer
12/02923
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2012:981, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2261
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. OM-cassatie. De HR verklaart de A-G bij het Hof n-o in het cassatieberoep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0519
RvdW 2015/74
NJ 2015/297

Uitspraak

9 december 2014

Strafkamer

nr. 12/02923 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 2 mei 2012, nummer 23/005416-10, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

De raadsman van de betrokkene, mr. D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep tegengesproken.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de plaatsvervangend Advocaat-Generaal bij het Gerechtshof Amsterdam in het beroep, tot vernietiging van de uitspraak van het Hof voor zover daarin de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen en tot het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

2 Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.

Zij is immers gericht op vernietiging van de bestreden uitspraak voor het geval dat het cassatiemiddel in de hoofdzaak gegrond zou worden bevonden en ziet in zoverre eraan voorbij dat ingevolge het vierde lid van art. 557 Sv een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie, als bedoeld in art. 36e Sr, eerst kan worden tenuitvoergelegd nadat en voor zover de veroordeling, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl ingevolge art. 511i Sv een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en voor zover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat (vgl. HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM8030,NJ 2011/315).

2.2.

Nu de Advocaat-Generaal bij het Hof niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, eerste lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv, zodat de Advocaat-Generaal bij het Hof in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de Advocaat-Generaal bij het Hof niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2014.