Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3476

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-12-2014
Datum publicatie
03-12-2014
Zaaknummer
13/05324
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2211, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:7747, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid cassatieberoep. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW9197. HR leest de kwalificatie als “overtreding van een voorschrift gesteld bij art. 10.40 Wet milieubeheer” (een overtreding i.p.v. een misdrijf). Geen straf of maatregel opgelegd. HR: art. 80a RO. CAG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2015/60
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 december 2014

Strafkamer

nr. 13/05324 E

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 15 oktober 2013, nummer 21/002201-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , gevestigd te [vestigingsplaats].

1 De bestreden uitspraak

Na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9197 heeft het Hof in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Rechtbank Arnhem van 4 augustus 2009 - de verdachte ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.40 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan" (de Hoge Raad leest:) "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.40 van de Wet milieubeheer" (een overtreding derhalve) strafbaar verklaard doch bepaald dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

2 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R. de Bree, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verbeterde lezing van de bewezenverklaring en de kwalificatie en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2014.