Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3465

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-12-2014
Datum publicatie
03-12-2014
Zaaknummer
13/03761
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2201, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie, beginnend bestuurder a.b.i. art. 8.3 aanhef en onder a WVW1994. Grondslagverlating? Het Hof heeft de tll aldus opgevat dat deze het verwijt behelst dat vd zich als beginnend bestuurder heeft schuldig gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig na gebruik van alcoholhoudende drank. Die aan de feitenrechter voorbehouden uitleg is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tll en moet daarom in cassatie worden geëerbiedigd. Gelet op deze uitleg heeft het Hof de grondslag van de tll niet verlaten door vd van het tlgd vrij te spreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0504
NJ 2015/18
RvdW 2015/51
VR 2015/146

Uitspraak

2 december 2014

Strafkamer

nr. 13/03761

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 juli 2013, nummer 22/001836-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten.

2.2.1.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"hij op of omstreeks 18 april 2011 te Leidschendam en/of Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 540 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl sedert de datum waarop aan verdachte voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van dat rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden."

2.2.2.

Het Hof heeft de verdachte hiervan vrijgesproken. Het heeft die vrijspraak als volgt gemotiveerd:

"nu op grond van het onderzoek ter terechtzitting vast is komen te staan dat verdachte geen beginnend bestuurder is, het, mede gelet op de cumulatieve eisen ten aanzien van de beginnend bestuurder zoals die in artikel 8 lid 3 Wegenverkeerswet 1994 zijn vastgelegd en aan verdachte ten laste gelegd – anders dan door de advocaat-generaal voorgesteld – zonder af te wijken van de tenlastelegging niet mogelijk is het tekstgedeelte door te halen waarin zich die eisen gesteld aan een beginnend bestuurder bevinden."

2.3.

Art. 8 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) luidt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - als volgt:

"2. Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat:
a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (...)

3. In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, indien sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken (...) en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden, verboden dat motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat:
a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (...)"

2.4.

Het Hof heeft blijkens zijn hiervoor onder 2.2.2 weergegeven overweging de hiervoor onder 2.2.1 weergegeven tenlastelegging aldus opgevat dat deze het verwijt behelst dat de verdachte zich als beginnend bestuurder heeft schuldig gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig na het in art. 8, derde lid aanhef en onder a, WVW 1994 bedoelde gebruik van alcoholhoudende drank. Die aan de feitenrechter voorbehouden uitleg is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tenlastelegging en moet daarom in cassatie worden geëerbiedigd. Gelet op deze uitleg heeft het Hof de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten door de verdachte vrij te spreken van het aan hem tenlastegelegde.

2.5.

Het middel faalt.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en E.S.G.N.A.I. van Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2014.