Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3320

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-11-2014
Datum publicatie
21-11-2014
Zaaknummer
14/00499
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Art. 8:75, lid 1, Awb; art. 1, letter a, Besluit proceskosten bestuursrecht. Forfaitaire vergoeding voor kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Btw-gevolgen. Geen verboden discriminatie van particulieren ten opzichte van ondernemers met recht op aftrek van btw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-2711
NTFR 2015/222
V-N Vandaag 2014/2357
BNB 2015/7
V-N 2014/61.10
Belastingblad 2015/21
mr. E.C.G. Okhuizen annotatie in NTFR 2014/2897

Uitspraak

21 november 2014

nr. 14/00499

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 16 december 2013, nr. SGR 13/4121, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een ten aanzien van belanghebbende genomen besluit inzake vergoeding van de kosten in verband met de behandeling van het beroep. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiƫn heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

2.1.

De klachten houden in dat de forfaitaire regeling voor kosten van rechtsbijstand, welke geen onderscheid maakt tussen particulieren enerzijds en ondernemers in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 anderzijds, een met het discriminatieverbod strijdige benadeling teweegbrengt van particulieren. Voor deze particulieren behoort de ter zake van die rechtsbijstand in rekening gebrachte omzetbelasting tot de kosten daarvan, terwijl dat niet geldt voor ondernemers die deze omzetbelasting op de voet van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek kunnen brengen.

2.2.

De klachten falen. De wetgever heeft ervoor gekozen niet te voorzien in een regeling tot vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten van rechtsbijstand, maar te voorzien in een regeling tot toekenning van een forfaitaire bijdrage in de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand waarvan slechts in bijzondere omstandigheden door de rechter kan worden afgeweken. Met zijn keuze voor een eenvoudig toepasbaar algemeen forfait met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand is de wetgever gebleven binnen de hem toekomende ruime beoordelingsmarge (vgl. HR 24 oktober 2003, nr. 37565, ECLI:NL:HR:2003:AF7557, BNB 2004/257). Niet kan worden gezegd dat de door belanghebbende gestelde benadeling leidt tot een verboden discriminatie.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman en de raadsheer L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2014.