Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3142

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-11-2014
Datum publicatie
11-11-2014
Zaaknummer
13/04769
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1963, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:6933, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BV7438. Verwerken van uit ANPR verkregen gegevens. Geen vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv. I.c. heeft het Hof vastgesteld dat de politie IJsselland, i.v.m. een onderzoek naar autodiefstallen, de kentekengegevens van twee voertuigen die mogelijk bij die diefstallen betrokken waren, handmatig heeft vergeleken met kentekens die waren verkregen d.m.v. ANPR, zijnde een systeem waarin kentekens van voertuigen die een camera passeren, worden gescand en opgeslagen. In een project van de politie IJsselland dat tot doel had “de bestrijding van criminaliteit en het monitoren van de bewegingen van criminelen”, was bepaald dat gegevens die via ANPR waren verkregen, maximaal zeven dagen mochten worden bewaard.

Genoemde handmatige vergelijking vond plaats in het kader van dit project en binnen deze periode van zeven dagen. Geconstateerd is dat de kentekens van voormelde twee voertuigen “op zekere momenten het scanpunt zijn gepasseerd”. Een van de kentekens stond op naam van verdachte, het andere op naam van de vriendin van medeverdachte. Deze gegevens zijn voor het bewijs gebruikt.

Het Hof heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv op de grond dat, zo met het verwerken binnen zeven dagen van uit ANPR verkregen gegevens voor het achterhalen van verkeersbewegingen van twee specifieke voertuigen al een inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte, dit niet méér dan een beperkte inbreuk is geweest en de opsporingsambtenaren tot het verwerken van die gegevens bevoegd waren o.g.v. art. 1.1, 3.1 en 8.1 Wet politiegegevens. De opvatting dat de door het Hof genoemde bepalingen van de Wet politiegegevens geen grondslag bieden voor dit verwerken van uit ANPR verkregen gegevens is onjuist.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 359a
Wet politiegegevens
Wet politiegegevens 2
Wet politiegegevens 8
Wet politiegegevens 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0430
NBSTRAF 2014/293 met annotatie van mr. drs. C.J.A. de Bruijn
JIN 2014/228 met annotatie van C.J.A. de Bruijn
JBP 2014/102
VA 2015/30
JBP 2015/10
RvdW 2014/1291
NJB 2014/2122
NJ 2015/296
VR 2015/131
Module Privacy en persoonsgegevens 2016/1121

Uitspraak

11 november 2014

Strafkamer

nr. 13/04769

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 20 september 2013, nummer 24/002710-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat het verwerken van uit 'Automatic Number Plate Recognition' (hierna: ANPR) verkregen politiegegevens geen onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in art. 359a, eerste lid, Sv oplevert, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

2.2.

Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat hij de hem onder 1 tot en met 22 telkens tenlastegelegde - kort gezegd - (poging tot) autodiefstal door middel van valse sleutels heeft begaan.

2.3.

De volgende bepalingen van de Wet politiegegevens zijn van belang:

- art. 1 (oud):

"In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. politiegegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt;

b. politietaak: de taken, bedoeld in de artikelen 2 en 6, eerste lid, van de Politiewet 1993;

c. verwerken van politiegegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot politiegegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, vergelijken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van politiegegevens.

(...)"

- art. 2, eerste lid:

"Deze wet is van toepassing op de verwerking van politiegegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn daarin te worden opgenomen."

- art. 3 (oud):

"1. Politiegegevens worden slechts verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens deze wet geformuleerde doeleinden.

2. Politiegegevens worden slechts verwerkt voor zover zij rechtmatig zijn verkregen en, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, terzake dienend en niet bovenmatig zijn.

3. Politiegegevens worden uitsluitend voor een ander doel verwerkt dan waarvoor zij zijn verkregen voor zover deze wet daar uitdrukkelijk in voorziet.

(...)"

- art. 8, eerste lid:

"Politiegegevens kunnen worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak gedurende een periode van één jaar na de datum van de eerste verwerking."

- art. 9, eerste lid:

"Politiegegevens kunnen gericht worden verwerkt ten behoeve van een onderzoek met het oog op de handhaving van de rechtsorde in een bepaald geval."

2.4.

Het bestreden arrest houdt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:

"ANPR-gegevens

Feiten

Het (...) verweer ziet op het gebruik van de gegevens die verkregen zijn door middel van Automatic Number Plate Recognition (ANPR). Dat is een systeem dat gebruik maakt van kenteken lezende camera's. De kentekens van passerende voertuigen worden gescand en die gegevens worden opgeslagen. Vervolgens worden deze vergeleken met de gegevens die aanwezig zijn in zogenaamde vergelijkingsbestanden. In deze vergelijkingsbestanden zijn aanwezig kentekens waarvoor de politie om uiteenlopende redenen belangstelling heeft. Een reden kan bijvoorbeeld zijn dat er op kentekens nog openstaande boetes staan of dat de eigenaar van dat kenteken gezocht wordt. Indien een auto waarvan het kenteken in een dergelijk vergelijkingsbestand staat de camera passeert, geeft de computer een melding van een zogenaamde 'hit'. De politie kan dan actie ondernemen. Kentekens van auto's die voorbij komen en worden gefotografeerd maar die niet in het vergelijkingsbestand staan zullen geen hit opleveren, omdat die kentekens niet gezocht worden. Dit worden de 'no-hits' genoemd.

Blijkens het projectplan 'Digitale surveillance op (snel)wegen' van Politie IJsselland (dossierpagina 109 e.v.) wordt met de inzet van het ANPR-systeem beoogd: 'de bestrijding van criminaliteit en het monitoren van de bewegingen van criminelen'.

Binnen de regio IJsselland werd destijds onderzoek gedaan naar autodiefstallen, waarbij de modus operandi (hengelen van autosleutels uit brievenbussen) was opgevallen. Binnen dat onderzoek was gebleken van mogelijke betrokkenheid van een tweetal voertuigen, te weten een Volkswagen Golf met kenteken [AA-00-BB] en een Renault Laguna met kenteken [CC-00-DD]. In het projectplan ANPR van de regiopolitie IJsselland was bepaald dat gegevens die via ANPR waren verkregen maximaal zeven dagen bewaard mochten worden. Binnen die termijn zijn de hiervoor genoemde kentekens telkens handmatig vergeleken met de kentekens die verzameld waren in de ANPR-database. Dat heeft geleid tot meerdere hits, welke hits door de rechtbank voor het bewijs zijn gebruikt.

Beoordeling

Voor het gebruik van de gegevens verkregen via het systeem van het ANPR bestaat geen specifieke wettelijke grondslag. Derhalve moet worden teruggevallen op de algemene regels op het gebied van het verzamelen van gegevens ten behoeve van politieonderzoeken zoals die zijn neergelegd in de Wet politiegegevens (Wpg).

Artikel 1 onder a Wpg omschrijft politiegegevens als 'elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt'. Indirect kan een kenteken leiden tot de identificatie van een persoon. Dat betekent dat in casu het kenteken dat via het ANPR-systeem is verkregen een politiegegeven is.

Ingevolge het bepaalde in artikel 3, eerste lid, Wpg mogen politiegegevens slechts worden verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens deze wet geformuleerde doeleinden. Artikel 8, eerste lid, Wpg bepaalt dat politiegegevens kunnen worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak.

De memorie van toelichting op de Wpg omschrijft de 'dagelijkse politietaak', onder andere, als 'eenvoudig recherchewerk'. Daaronder wordt, wederom onder andere, verstaan het onderzoek naar diefstallen. Het ANPR-systeem beoogt 'de bestrijding van criminaliteit en het monitoren van de bewegingen van criminelen'. Die doelstelling is weliswaar ruim omschreven met als gevolg dat de grenzen daarvan lastig bepaalbaar zijn, maar voor deze zaak is slechts van belang of die doelstelling redelijkerwijs kan worden gezien als een uitwerking van het wettelijk begrip 'dagelijkse politietaak', zoals hiervoor uitgewerkt. In het projectplan 'Digitale surveillance op (snel)wegen' (dossierpagina 114) wordt de bestrijding van diefstal, uitdrukkelijk als doelstelling van het ANPR-systeem genoemd. Waar het ANPR-systeem dus is ontwikkeld met het oog op bestrijding van diefstal en recherchewerk ten behoeve van de opsporing van gepleegde diefstallen als dagelijkse politietaak kan worden aangemerkt is de wettelijke basis voor het ANPR-systeem aanwezig.

Ingevolge artikel 8 lid 1 Wpg kunnen politiegegevens worden verwerkt gedurende één jaar na de eerste verwerking. In deze zaak zijn de gegevens telkens, conform het projectplan, verwerkt binnen zeven dagen na de eerste verwerking. Ook in zoverre is derhalve gehandeld binnen het bestaande wettelijk kader. Van belang is in dit verband dat noch de wet (Wpg) noch de memorie van toelichting daarop noch het projectplan van verwerking uitsluit gegevens die betrekking hebben op voertuigen die niet een onmiddellijke hit opleverden op het moment dat het kenteken daarvan werd gescand. Het projectplan heeft uitdrukkelijk tot uitgangspunt genomen dat alle kentekens worden opgeslagen in een tijdelijk bestand met een bewaartermijn van zeven dagen. Binnen die zeven dagen worden die kentekens vergeleken met 'blacklists en eventueel andere informatie' (dossierpagina 118). Die formulering laat de mogelijkheid open dat het gegevensbestand wordt doorzocht op basis van binnen die periode van zeven dagen beschikbaar gekomen informatie, zolang het maar gaat om een zoekactie die binnen de doelstelling van het ANPR-systeem is gelegen. Daarvan was in deze zaak sprake nu het ging om een onderzoek naar voertuigdiefstal.

Over het voorgaande zou anders gedacht kunnen worden indien zou moeten worden aangenomen dat het gebruik van het ANPR-systeem tot een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte heeft geleid. Die situatie doet zich echter niet voor. Middels het systeem is niet meer geconstateerd dan dat twee voertuigen met voor deze zaak relevante kentekens op zekere momenten het scanpunt zijn gepasseerd. Een van de kentekens stond op naam van verdachte, het andere op naam van de vriendin van de medeverdachte. Zo dit al enige beperking van de persoonlijke levenssfeer van verdachte oplevert, dan is dat zeker niet meer dan een beperkte.

De slotsom is dat van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Wetboek van strafvordering niet is gebleken. Het verweer faalt."

2.5.

In de onderhavige zaak heeft het Hof - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende vastgesteld. In verband met een onderzoek naar autodiefstallen heeft de politie van de Regio IJsselland de kentekengegevens van twee voertuigen, die mogelijk bij die diefstallen betrokken waren, handmatig vergeleken met kentekens die waren verkregen door middel van ANPR, zijnde een systeem waarin kentekens van voertuigen die een camera passeren, worden gescand en opgeslagen. In een project van de Politie IJsselland dat tot doel had "de bestrijding van criminaliteit en het monitoren van de bewegingen van criminelen", was bepaald dat gegevens die via ANPR waren verkregen, maximaal zeven dagen mochten worden bewaard. Genoemde handmatige vergelijking vond plaats in het kader van dit project en binnen deze periode van zeven dagen. Geconstateerd is dat de kentekens van voormelde twee voertuigen "op zekere momenten het scanpunt zijn gepasseerd". Een van de kentekens stond op naam van de verdachte, het andere op naam van de vriendin van de medeverdachte. Deze gegevens zijn voor het bewijs gebruikt.

2.6.

Het Hof heeft blijkens zijn hiervoor onder 2.4 weergegeven overwegingen geoordeeld dat geen sprake is van een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv op de grond dat, zo met het verwerken binnen zeven dagen van uit ANPR verkregen gegevens voor het achterhalen van verkeersbewegingen van twee specifieke voertuigen al een inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, dit niet méér dan een beperkte inbreuk is geweest en de opsporingsambtenaren tot het verwerken van die gegevens bevoegd waren op grond van art. 1, eerste lid, art. 3, eerste lid, en art. 8, eerste lid, Wet politiegegevens.

2.7.

Het middel steunt op de opvatting dat de door het Hof genoemde bepalingen van de Wet politiegegevens geen grondslag bieden voor dit verwerken van uit ANPR verkregen gegevens. Die opvatting is onjuist, zodat het middel faalt.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2014.