Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3134

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-11-2014
Datum publicatie
07-11-2014
Zaaknummer
14/01882
Formele relaties
In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2014:562
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

7 november 2014

Nr. 14/01882

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 februari 2014, nr. 13/208 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 12/346) betreffende een besluit van de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft niet gekozen voor een domicilieadres in Nederland.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 mei 2014 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 augustus 2014, welke brief eveneens per gewone post is verzonden, in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van deze brief mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Die termijn eindigde op 12 september 2014. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid niet tijdig gebruik gemaakt. De op 1 oktober 2014 en 13 oktober 2014 bij de Hoge Raad ingekomen brieven worden als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten.

Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2014.

Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 122 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.