Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3124

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-11-2014
Datum publicatie
07-11-2014
Zaaknummer
14/03179
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1807, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:2682, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Partneralimentatie; art. 1:157 BW. Verzoek om nihilstelling op de voet van art. 1:160 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2014/397
RvdW 2014/1247

Uitspraak

7 november 2014

Eerste Kamer

nr. 14/03179

LH/JG

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. B.F.F. Gosschalk-Davidson,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/09/434193 / FA RK 12-9955 en C/09/442955 / FA RK 13-3707 van de rechtbank Den Haag van 22 augustus 2013;

b. de beschikking in de zaak 200.137.608/01 van het gerechtshof Den Haag van 9 april 2014.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 3 oktober 2014 daarop gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 8 voor zover het middel 2 betreft; de middelen 1 en 3 kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden omdat zij niet opkomen tegen het oordeel van het hof dat de door de man aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn voor de conclusie dat de vrouw samenleeft met een ander als bedoeld in art. 1:160 BW).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 7 november 2014.