Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:3069

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-10-2014
Datum publicatie
31-10-2014
Zaaknummer
13/00525
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1900, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0517, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Opstalrecht. AV70. Gebondenheid opstalhouders aan door Hoogheemraadschap vastgestelde nieuwe algemene opstalvoorwaarden (AV 2007) en nieuwe retributiemethodiek? Betekenis begrippen “verlenging” en “nader besluit” in opstalvoorwaarden. Tweesporenbeleid. Art. 3 AV70 onredelijk bezwarend beding als bedoeld in art. 6:237, aanhef en onder c, BW? Indicatieve lijst bij Richtlijn 93/13/EEG, onder j. Samenhang met 13/00523 en 13/00529.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2014/386
RvdW 2014/1212
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

31 oktober 2014

Eerste Kamer

nr. 13/00525

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiseres 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats],

4. [eiser 4],

wonende te [woonplaats],

5. [eiser 5],

wonende te [woonplaats],

6. [eiser 6],

wonende te [woonplaats],

7. [eiseres 7],

wonende te [woonplaats],

8. [eiser 8],

wonende te [woonplaats],

9. [eiser 9a] en [eiseres 9b],

wonende te [woonplaats],

10. [eiser 10],

wonende te [woonplaats],

11. [eiser 11],

wonende te [woonplaats],

12. [eiseres 12],

wonende te [woonplaats],

13. [eiser 13a] en [eiseres 13b],

wonende te [woonplaats],

14. [eiseres 14],

wonende te [woonplaats],

15. [eiser 15],

wonende te [woonplaats],

16. [eiser 16a] en [eiseres 16b],

wonende te [woonplaats],

17. [eiseres 17a] en [eiseres 17b],

wonende te [woonplaats],

18. [eiseres 18a] en [eiser 18b],

wonende te [woonplaats],

19. [eiser 19],

wonende te [woonplaats],

20. [eiseres 20],

wonende te [woonplaats],

21. [eiser 21],

wonende te [woonplaats],

22. [eiser 22],

wonende te [woonplaats],

23. [eiser 23a] en [eiseres 23b],

wonende te [woonplaats],

24. [eiser 24],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. D. Rijpma,

t e g e n

HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND,
zetelende te Leiden,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en het Hoogheemraadschap.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 298592/HA ZA 07-3509 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 16 januari 2008 en 18 augustus 2010;

b. het arrest in de zaak 200.077.002/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 23 oktober 2012.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het Hoogheemraadschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door mr. L.E. Geer en voor het Hoogheemraadschap door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 5 juni 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 oktober 2014.