Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:2974

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-10-2014
Datum publicatie
15-10-2014
Zaaknummer
13/03710
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1842
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 420bis jo. art. 420ter Sr, gewoontewitwassen. Gedeeltelijk slagende bewijsklacht. V.zv. het middel opkomt tegen ’s Hofs oordelen m.b.t. de in de bewezenverklaring genoemde drie personenauto’s en het geldbedrag van € 117.451,70 kan het middel niet tot cassatie leiden. Het oordeel van het Hof dat het voorhanden hebben van € 20.000 en € 6.000 witwassen oplevert is ontoereikend gemotiveerd, aangezien uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van deze geldbedragen doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst ervan. Dat de genoemde geldbedragen zijn aangetroffen in het huis van de verdachte in de binnenzak van een jas in de hal van de woning resp. onder een kastje op de overloop, brengt niet mee dat de verdachte de criminele herkomst ervan heeft getracht te verbergen of te verhullen. Het middel slaagt in zoverre. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en spreekt verdachte alsnog vrij van deze onderdelen van de tll.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/1198
SR-Updates.nl 2014-0394
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 oktober 2014

Strafkamer

nr. 13/03710

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden, zitting houdende te Arnhem, van 22 maart 2012, nummer 24/002111-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de bewezenverklaring van de onder 1 primair tenlastegelegde geldbedragen van € 20.000,00 en € 6.000,00 en voor wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof zijn oordeel dat de bewezenverklaring met betrekking tot de in feit 1 genoemde voorwerpen witwassen oplevert, ontoereikend heeft gemotiveerd.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"feit 1 primair:

hij op tijdstippen in de periode van 01 januari 2005 tot en met 01 oktober 2008, tezamen en in vereniging met anderen, in de gemeente Zwolle, telkens van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders voorwerpen, te weten geldbedragen (totaal 117.451,70 euro) en een geldbedrag van 20.000 euro en een geldbedrag van 6.000,- euro en een personenauto (merk BMW, type 320d, kenteken [AA-00-BB]) en een personenauto (merk BMW, type 323ci, kenteken [CC-00-DD]) en een personenauto (merk Volkswagen, type Passat, kenteken [EE-00-FF]), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl zij wisten dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

feit 3:

hij in de periode van 03 september 2008 tot en met 09 oktober 2008 in de gemeente Zwolle respectievelijk in een schuur nabij een woning, gelegen aan de [a-straat 1] en in een personenauto (merk BMW, kenteken [CC-00-DD]) en in een woning (gelegen aan de [b-straat 1]) en in een bedrijfspand (gelegen aan de [c-straat 1]) tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer (respectievelijk) 1.4 kilogram en 5.12 kilogram en 1 kilogram en 1.17 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II

feit 4:

hij in de periode van 01 februari 2007 tot en met 29 november 2007 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met anderen een formulier model-werkgeversverklaring Postbank zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers hebben verdachte en/of één of meer van zijn mededaders valselijk:

- op of omstreeks 06 februari 2007 een formulier model-werkgeversverklaring opgesteld en ingevuld op naam van werknemer [medeverdachte 3] (geboren [geboortedatum] 1981)

en daarbij ingevuld als aanvangstermijn indiensttreding 01 oktober 2005 en daarbij ingevuld als bruto jaarsalaris 32.400,- euro en als vaste 13e maand 2.700,- euro en vervolgens voornoemd formulier ondertekend met een handtekening welke moest doorgaan als zijnde die van [betrokkene 1] (werkgever)

feit 5:

hij op 03 september 2008 in de gemeente Zwolle voorhanden heeft gehad vijftig patronen (merk ACP GFL kal.45), in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie II;"

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. als relaas van verbalisant, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 1, algemeen dossier, blz. 1 e.v.)

AANLEIDING ONDERZOEK:

Aan de hand van CIE-informatie werd de aandacht gevestigd op een groep verdachten, die betrokken zijn bij de handel in drugs (partijen weed) en het witwassen van het daarmee verdiende geld.

Vervolgens werd door de regionale recherche IJsselland onder de naam BEDEGA onderzoek gedaan naar deze verdachten en deze drugshandel en het witwassen van het daarmee verkregen geld.

VERLOOP ONDERZOEK

Tijdens dat BEDEGA-onderzoek kwam naar aanleiding van vastgestelde feiten en omstandigheden de verdenking naar voren, dat onderstaande verdachten zich vermoedelijk schuldig maakten aan het witwassen van geld dat zij verkregen hadden met de drugshandel.

4 HOOFDVERDACHTEN:

Verdachte 1:

Naam: [achternaam verdachte],

Voornamen: [voornamen]

Geboortedatum: [geboortedatum]-1977

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Adres: [adres]

Postcode en woonplaats: [woonplaats]

Verdachte 2:

Naam: [achternaam medeverdachte 3]

Voornamen: [voornamen]

Geboortedatum: [geboortedatum]-1981

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Adres: [b-straat 1]

Postcode en woonplaats: [woonplaats]

Verdachte 3:

Naam: [achternaam medeverdachte 1]

Voornamen: [voornamen]

Geboortedatum: [geboortedatum]-1984

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Adres: [a-straat 1]

Postcode en woonplaats: [woonplaats]

Verdachte 4:

Naam: [achternaam betrokkene 1]

Voornamen: [voornamen]

Geboortedatum: [geboortedatum]-1976

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Adres: [adres]

Postcode en woonplaats: [woonplaats]

- [verdachte] wordt aangeduid met zijn voornaam "[verdachte]"

- [medeverdachte 3] wordt aangeduid met zijn voornaam "[medeverdachte 3]"

- [medeverdachte 1] wordt aangeduid met zijn voornaam "[medeverdachte 1]";

2. als relaas van verbalisant, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 3, zaakdossier 1 t/m 3, blz. 617 e.v.):

A: SAMENWERKINGSVERBAND

Gezien de verklaringen van de verdachten, regelde de verdachte [verdachte] alle geldzaken. Hij regelt de aankoop van auto's of stelt het geld hiervoor ter beschikking. Hij laat door zijn broer [medeverdachte 1] geld storten of boekt gelden van zijn rekeningen naar de rekeningen van zijn broers.

Rol [verdachte]

Gezien onderstaande feiten en omstandigheden is het vermoeden aanwezig dat [verdachte] alle financiële- en belastingzaken regelde en uitvoerde:

- [verdachte] heeft de kennis en vaardigheid om alle voorkomende financiële zaken voor personen en bedrijven te regelen.

- [verdachte] verzamelde de benodigde gegevens voor de belastingaangiftes van zowel hemzelf als zijn broers, maar ook voor de bedrijven van zijn broer ([A]) en van zijn werkgever ([B]). [verdachte] vulde die bedoelde aangiftes zelf in namens die anderen en stuurde ze op; blijkens de verklaring van [medeverdachte 1] zelfs zonder dat [medeverdachte 1] die aangifte gezien of ondertekend had.

- [verdachte] regelde dat de betalingen werden uitgevoerd die nodig waren voor de bedrijfsvoering van [A].

[medeverdachte 3] zorgde voor de handel in weed:

- hij werkte bij de growshop [B], waar tijdens de doorzoeking een handelshoeveelheid weed aangetroffen werd;

- bij de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 3] werd eveneens een handelshoeveelheid weed aangetroffen; dit zat in exact dezelfde verpakking als de weed in de growshop.

Rol [medeverdachte 1]

- [medeverdachte 1] bleek uit diverse observaties van [A] daar steeds aanwezig te zijn.

- [medeverdachte 1] bleek uit de verklaringen van [medeverdachte 3] en [verdachte] als beheerder te werken in de [A];

- [medeverdachte 1] verzorgde blijkens zijn eigen verklaring de inkoop, verkoop en verhuur in de winkel, maar [verdachte] regelde de betalingen van sociale premies en de salarissen betreffende de [A]; [medeverdachte 1] ontving contante geldbedragen van [verdachte] en stortte dit geld vervolgens op zijn eigen Rabobankrekening [001]; daarna boekte hij dat geld door naar de rekening van [A], als zijnde opbrengst van de [A].

B: ONTVANGSTEN

Gedurende het BEDEGA-onderzoek is gebleken dat [verdachte] veel uitgaven heeft gedaan, die niet verklaarbaar zijn vanuit zijn legale ontvangsten. Met "ontvangsten" worden daarbij bedoeld:

- het contante geld, opgenomen bij de bank vanaf zijn eigen rekening

- het geld dat contant ontvangen is bij de verkoop van auto's. Omdat al zijn legale inkomsten giraal worden ontvangen, zijn die legale inkomsten (zoals salaris en uitkeringen) geen ontvangsten zoals hierboven bedoeld. Deze inkomsten worden pas "ontvangsten" zodra hij dat geld van zijn bankrekening contant opneemt.

C: FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN M.B.T. FINANCIËLE POSITIES

Ten aanzien van [verdachte]

had in 2005 een jaarloon van ca. € 30.000,- inclusief een bijtelling van € 7.200,- in verband met een auto van de zaak.

In 2006 had hij een loon van € 20.691,- alsmede een WW uitkering van € 15.852,

Hij heeft regelmatig dure auto's op zijn naam staan.

In 2007 had [verdachte] looninkomsten ten bedrage van ongeveer 4000 euro;

daarnaast had hij een UWV-uitkering tot 18-02-2007.

Van 20-10-2004 tot 18-10-2005 een BMW 320D bouwjaar 2000, [GG-00-HH]. Van 13-10-2005 tot 15-03-2006 een MERCEDES bouwjaar 2001, [II-00-JJ] Van 07-02-2006 tot 21-09-2007 een BMW X5, bouwjaar 2001, [KK-00-LL].

[verdachte] doet in de jaren 2005 t/m 2007 veel contante stortingen met een totaalbedrag van € 117.451,70 op zijn eigen bankrekening [002] van de SNS bank, die niet verklaarbaar zijn aan de hand van zijn legale ontvangsten.

[verdachte] verklaarde dat hij die grote bedragen wel kon storten omdat hij immers 15.000 euro per maand verdient.

Echter uit de bankafschriften en uit de verklaring van zijn werkgever (getuige [getuige]) blijkt dat [verdachte] die hoge verdiensten pas ontvangen heeft vanaf mei 2008, terwijl die grote stortingen al in 2005 werden gedaan.

Ten aanzien van [medeverdachte 3]

Hij heeft blijkens gegevens van het KvK van 01-01-2004 tot 01-01-2006 een eenmanszaak, genaamd [C]. Uit gegevens van de belastingdienst valt op te maken dat dit bedrijf nooit inkomsten heeft gegenereerd.

In 2005 had [medeverdachte 3] € 1.091,00 loon uit arbeid bij [B]. In 2006 had hij een loon van € 6.819,00 van [B]. Hij heeft blijkens de gegevens van het KvK sinds 12-03-2007 een DVD-verhuurwinkel, genaamd [A]. Deze zaak heeft hij voor € 30.000,- overgenomen van [betrokkene 2]. Uit zijn legale inkomsten is deze investering niet te verklaren. Bij de fiscus zijn geen gegevens bekend die kunnen duiden op een lening.

[medeverdachte 3] verklaart dat hij daartoe 20.000 euro heeft geleend van een ex-relatie ([betrokkene 3]) en dat hij nog 10.000 euro schuld heeft bij [betrokkene 2].

De inkomstengegevens over het belastingjaar 2007 van [medeverdachte 3] zijn opgevraagd bij de Belastingdienst in het kader van bedoeld POB-convenant. Daaruit blijkt dat [medeverdachte 3] in 2007 bijna 17.000 euro aan legaal inkomen heeft gehad (werkgever [betrokkene 1]/[B]).

Sinds 3 april 2007 is [medeverdachte 3] eigenaar van een koopwoning, perceel [b-straat 1], [woonplaats]. De koopsom bedroeg € 211.500,-. Op dit pand heeft hij een hypotheek gevestigd van € 236.000,- bij de SNS bank.

Ten aanzien van [medeverdachte 1]

Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat:

- [medeverdachte 1] in 2001 t/m 2004 nauwelijks inkomen heeft (hij volgt opleidingen);

- [medeverdachte 1] in 2005 een inkomen van 2.475 euro heeft;

- [medeverdachte 1] in 2006 een inkomen van 3.982 euro heeft;

- [medeverdachte 1] in 2007 een inkomen van 5.107 euro heeft.

Uit de Rabobankafschriften, rekeningnummer [001] van [medeverdachte 1] blijkt dat hij regelmatig (soms meerdere keren per dag) contante bedragen stort op zijn eigen rekening.

Dit zijn bedragen variërend (gedurende de maanden mei 2007 tot en met mei 2008) van 2.700 euro per maand tot bijna 10.000 euro per maand. Totaalbedrag in 2007 aan stortingen is ruim 31.000 euro.

Totaalbedrag in 2008 van januari t/m juli aan stortingen is ruim 15.500 euro. Echter [medeverdachte 1] doet deze stortingen van grote bedragen op zijn eigen rekening óók in 2005, wanneer hijzelf nagenoeg geen inkomsten heeft.

Hierover verklaart [medeverdachte 1] dat hij die stortingen deed voor [verdachte] en dat hij niet wist hoe [verdachte] aan dat geld kwam.

Uit zijn belastingaangifte over 2007 blijkt dat [medeverdachte 1] zijn looninkomsten, die hij gehad heeft als werknemer bij de [A], niet opgegeven heeft bij de Belastingdienst.

3. een proces-verbaal van verhoor van [verdachte], opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk brigadier en inspecteur van politie, genummerd 08-029365, gesloten op 1 oktober 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, persoonsdossiers, blz 343 e.v.):

Opmerking verbalisant:

Bij de vragen over de auto's die [verdachte] op naam heeft staan of op naam heeft gehad is een overzichtslijst gemaakt. Deze lijst is samengesteld aan de hand van informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer uit het kentekenregister. De lijst met kentekens die op naam staan of hebben gestaan is aan de verdachte getoond.

Uit uw lijstje blijkt dat ik op 4 juni 2004 een BMW 320i Cabrio heb gekocht, met het kenteken [MM-00-NN]. Ik heb een VW Golf op die auto ingeruild en ongeveer 5.000 euro bijbetaald. U vertelt mij dat ik op 29 oktober 2004 een BMW 320d op naam heb gekregen. De dag wist ik niet meer, maar het klopt wel dat ik deze auto op naam heb gehad. Ik heb toen ongeveer 10.000 euro voor die auto betaald. Ik heb die auto contant betaald. Ik heb dit geld voor die auto gespaard. Ik nam geld op van mijn bankrekening en spaarde dat op en verstopte het geld op zolder. Ik ben in 1994 of 1995 begonnen met sparen. Volgens mij had ik toen ongeveer 25.000 euro op mijn zolder gespaard. Ik heb die BMW iets minder dan 1 jaar gehad. Ik heb de BMW geruild met een vriend die een Mercedes CLK cabrio had. Als u zegt dat het kenteken van die auto [II-00-JJ] was, dan klopt dat. De auto is met gesloten portemonnee geruild. De Mercedes heb ik geruild met een Marokkaanse kennis. Ik heb deze auto verkocht aan een ondernemer in Apeldoorn. Ik kreeg rond de 17.000 euro voor die auto. De auto reed niet meer lekker nadat hij schade had gehad. Ik kreeg die ongeveer 17.000 euro contant betaald. Dit geld heb ik nadien thuis bewaard.

Daarna heb ik een BMW X5 gekocht. Deze koste 38.000 euro. Het kenteken van die auto was [KK-00-LL]. Ik heb deze auto via de bank betaald. Ik heb hiervoor ook nog een lening opgenomen van in totaal 20.000 euro. Ik heb dit geld geleend van de SNS bank. Ik weet niet meer zeker of ik nu 10.000 of 20.000 euro geleend heb. Ik had in die tijd ook nog ca. 40.000 euro op mijn spaarrekening staan, bij de SNS bank. Ik had toen ook nog rond de 20.000 euro thuis liggen, op zolder. Dit geld spaarde ik voor een eventueel huwelijk of zoiets. Ik wilde mijn spaargeld niet opmaken aan een auto. Ik heb vanaf mijn spaarrekening 20 of 30.000 euro overgemaakt naar mijn betaalrekening. Van mijn betaalrekening heb ik het geld overgemaakt naar de rekening van het autobedrijf. Ik heb die BMW via Marktplaats verkocht. Ik heb 22 à 23.000 euro voor die auto gekregen. Ik heb daarna weer een BMW 320d gekocht, omdat ik veel kilometers moest maken. Ik heb die BMW bij een garagebedrijf in Heerenveen gekocht. Ik heb ongeveer 25.000 euro voor die BMW betaald. Ik heb dit geld contant betaald. Ik heb ongeveer 2 à 3 duizend euro van de bank gehaald en het resterende bedrag heb ik van mijn spaargeld op zolder er bij gedaan. Een gedeelte van dit geld was van de Mercedes CLK cabrio die ik verkocht had.

Mijn broertje [medeverdachte 3] heeft die BMW 320d opgehaald en betaald. Het geld heeft hij van zolder gepakt. Deze BMW heb ik nog steeds, maar die is door de politie in beslag genomen. Deze auto wordt zowel door mij als door [medeverdachte 3] gebruikt, maar ik draai voornamelijk op voor de kosten.

Nu u het zegt, klopt het dat ik een korte tijd een Mercedes C 200 CDI heb gehad. Ik heb 7.000 euro voor die auto betaald. In mei van dit jaar heb ik een BMW 323 Cl cabrio gekocht. Ik heb 15.500 euro voor die auto betaald. Ik heb die auto contant betaald. Ik heb hiervoor geld opgenomen van de SNS bank, van mijn lopende rekening. Dit was ongeveer 5.500 euro. Ik heb dat geld in meerdere malen gepind. Dit waren hoofdzakelijk biljetten van 50 euro. Van de ING rekening van [A] heb ik 10.000 euro opgenomen. Dat waren allemaal biljetten van 500 euro. Deze auto was voor mijzelf. [medeverdachte 1] reed er echter ook wel eens in.

Ik betaal de wegenbelasting voor de auto's die op mijn naam staan. De verzekeringspremies betaal ik ook. Dit gaat allemaal via mijn bankrekening. Ik verreken die kosten wel met mijn broers als zij de auto's gebruiken.

Contante geldstortingen

Mijn salaris van AH, Achmea, KPN en Deloitte, kreeg ik giraal op mijn bankrekening overgeboekt. In die periode had ik geen andere inkomsten. Soms deed ik wel eens een financieel klusje, daar kreeg ik dan een kleine vergoeding voor. Soms 50 of 100 euro.

Ik heb in de periode van 1 januari 2005 tot 18 april 2008 wel geld op mijn bankrekening gestort. Ik denk dat het in totaal misschien wel 25.000 euro kan zijn. Nu ik er beter over nadenk, heb ik wel 30 of 40.000 euro gestort inclusief het geld wat ik voor de BMW X5 heb gekregen. Het geld voor de X5 heb ik in keer op mijn rekening gestort. Het contante geld kreeg ik onder andere van opbrengsten die ik verdiende met gokken. Het was ook mijn eigen geld dat ik gepind had en de volgende dag weer terugstortte op mijn rekening.

4. een proces-verbaal van verhoor van [verdachte]. opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk brigadier en inspecteur van politie, genummerd 08-029365, gesloten op 2 oktober 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, persoonsdossiers, blz. 349 e.v.):

Contante stortingen:

Aan de hand van de bankafschriften rekeningnummer [002] werden het totale bedrag aan contante stortingen van de verdachte doorgenomen.

(…)

U vraagt mij nogmaals naar constante stortingen. Nu ik daar over nadenk is het in 3 jaar misschien wel 50 a 60 duizend euro geweest. Dit is dan inclusief de auto's en leningen die ik terugbetaald heb gekregen. U vertelt mij dat ik in deze periode ruim 114.000 euro heb gestort.

Stortingen door [medeverdachte 1] op rekening van [medeverdachte 1]

heeft verklaard dat hij enkelen duizenden (tussen 5 en 10 duizend) euro’s stort in 2005 op zijn eigen rekening. Dit contante geld had hij van jou gekregen. Tevens verklaart [medeverdachte 1] dat hij niet weet waar dit geld vandaan komt. Wat kan hier jij hierover verklaren? Van wie is dit geld? Ja dat kan kloppen. Bij de RABO bank, waar [medeverdachte 1] een rekening heeft, gaat dat een stuk sneller en daarom deed [medeverdachte 1] dat. Hij kreeg dan daar wat geld van mij voor. U vraagt mij waar dit geld vandaan komt. Ik pin dit natuurlijk van de bank en heb thuis toch wel 30 a 40 duizend euro liggen. Aangetroffen contant geld bij doorzoeking [a-straat 1] Zwolle

Bij de doorzoeking is 20.000 euro (35 x 500 en 50 x 50) aangetroffen in de binnenzak van een jas in de hal van de woning en 6.000 euro (meerdere bundeltjes met biljetten van 50 en 20 euro) onder een kastje op de overloop.

- Van wie is dat geld

- Waarom ligt dat geld in de woning

- Wat was de bedoeling met dit geld.

Die 20.000 euro is het kasgeld van [B]. Iedere dag wordt dit geld meegenomen. Het gaat vaak om zulke grote bedragen. Die 6.000 euro die u aantrof op de overloop is mijn geld. Dit geld had ik gepind. Ik had dit in juni en juli gepind. Elke keer 1000 duizend euro en ik had nog 2 of 3 duizend euro van mijn eigen gespaarde geld van zolder over.

5. een proces-verbaal van verhoor van [verdachte], opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk brigadier en inspecteur van politie, genummerd 08-029365, gesloten op 3 oktober 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, persoonsdossiers, blz. 356 e.v.):

Gokken:

Uit onderzoek blijkt dat jij in de periode november 2005 tot en met november 2007 voor een bedrag van € 20.755, — hebt gepind bij FCZ-Zwolle casino. Jij hebt al verklaard dat jij de opgelopen jaren ongeveer 10 tot 15 duizend euro heb gewonnen met gokken bij FCZ casino. Hoe kan jij nu jouw winst verklaren?

Ik weet echt niet hoeveel ik gepind heb. Als ik moet schatten, denk ik ongeveer 20.000 euro. Ik ging daar bijna nooit met contant geld heen. Ik heb zo af en toe wel eens met de opbrengst van de vorige dag gegokt. Dat is misschien één of twee keer gebeurd.

De 10 tot 15 duizend euro winst waarover ik gisteren heb gesproken. Dit is de winst boven de inleg van de 20.000 euro die ik heb gedaan.

Cartier Horloge:

Ik heb het horloge ergens in april 2008 gekocht. Ik heb voor het horloge 4.500 euro

betaald. Het was een echte Cartier. Ik zou in die tijd een opdracht krijgen van mijn opdrachtgever [getuige] en zou daar een boel geld mee verdienen. Ik kocht toen al vast het horloge;

6. een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3], opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk brigadier en inspecteur van politie, genummerd 08-029365, gesloten op 2 oktober 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, persoonsdossiers, blz. 379 e.v.):

Ik ben eigenaar van de videotheek [A], sinds 2 jaar geleden. Ik heb deze zaak overgenomen van [betrokkene 2]. Ik moest 30.000 euro voor deze zaak betalen. Ik heb [betrokkene 2] 20.000 euro betaald via de bank. Ik heb hiervoor 20.000 euro geleend van mijn ex-vriendin. Ik heb nog een schuld van 10.000 euro aan [betrokkene 2]. Ik ben de enige eigenaar van deze zaak. Mijn broers [verdachte] en [medeverdachte 1] doen de administratie.

[verdachte] doet de boekhouding. [medeverdachte 1] doet de administratie met betrekking tot de inkoop en verkoop. Mijn broertje [medeverdachte 1] werkt in de zaak en ik soms ook. Ik ging er vanuit dat ik goed met deze zaak kon verdienen. Achteraf blijkt dit een drama te zijn.

[medeverdachte 1] werkt in de zaak. Als u wilt weten hoeveel klanten ik heb, moet u maar in de computer kijken. Dat staat in de boekhouding. Voor alle vragen met betrekking tot de DVD-zaak, moet u maar in mijn boekhouding kijken.

Opmerking verbalisant:

Bij de vragen over de auto's die [medeverdachte 3] op naam heeft staan of op naam heeft gehad is een overzichtslijst gemaakt. Deze lijst is samengesteld aan de hand van informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer uit het kentekenregister. De lijst met kentekens die op naam staan of hebben gestaan is aan de verdachte getoond.

Uit onderzoek blijkt dat jij veelal gebruik maakt van een BMW320d voorzien van kenteken [AA-00-BB]. Wie heeft deze auto betaald. Waar komt dit geld vandaan? (10 december 2007 25.000 euro contant betaald)

Een paar maanden geleden heb ik een Mercedes E 300 gekocht. Ik heb deze auto zelf betaald. Het geld hiervoor heb ik contant van [verdachte] gekregen. Volgens mij was dit 5.000 of 5.500 euro. Mijn broer had dit geld verdiend met werken. De zwarte BMW die jullie in beslag hebben genomen, is van [verdachte]. Het is zijn auto, ik heb daar verder niets over te verklaren. De andere BMW die jullie in beslag hebben is ook van [verdachte]. Ik heb hem wel geld gegeven voor die auto. Zowel ik, [verdachte] en [medeverdachte 1] reden in die auto's;

7. een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1]. opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden brigadier van politie, genummerd 08-029365, gesloten op 1 oktober 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, persoonsdossiers, blz. 427 e.v.):

U vraagt mij hoe het in zijn werk gaat met het betalen en de dagopbrengst in [A].

Het kan zijn dat aan het einde van de dag de dagopbrengst gewoon in de kassa blijft liggen. Alleen als er teveel in de kassa lag, haalden we het eruit. Zowel [medeverdachte 3] als ik halen wel eens geld uit de kassa. Voor de [A] is er een ING-bankrekening. Dat vinden we een lastige bank. Nu doen we het wel eens via de bankrekening van [verdachte] of via mijn rekening. Als het via mijn rekening gaat, gaat het als volgt: ik stort de opbrengst van [A] eerst op mijn rekening en dan wordt dit weer doorgestort op de rekening van [A].

Als [medeverdachte 3] geld ophaalde, pakte hij dit gewoon uit de kassa. Soms gaf [medeverdachte 3] het kassageld aan [verdachte] en dan stortte [verdachte] het weer op de rekening van [A]. [medeverdachte 3] gaf ook vaak het geld aan mij en dan moest ik het weer storten. Het gaat altijd via een omweg;

8. een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden brigadier van politie, genummerd 08-029365, gesloten op 1 oktober 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, persoonsdossiers, blz. 420 e.v.):

Ik heb net een auto gekocht. Dit betreft een Passat, die meegenomen is door de politie;

9. een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden brigadier van politie, genummerd 08-029365, gesloten op 1 oktober 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, persoonsdossiers, blz. 430 e.v.):

Vanaf maart 2007 heb ik geregeld kasgeld van [A] op mijn rekening gestort. Dit geld werd daarna meteen doorgestort op de rekening van [A].

In 2005 kwamen een aantal kasstortingen voor van grotere bedragen, zoals € 2.584,— op 11 juli 2005, met het bijschrift […]. Dat betreft een storting van [verdachte]. Bij de Rabobank, waar ik zit, gaat het veel sneller. Daarom heb ik bedrag eerst op mijn rekening gestort en daarna over laten boeken naar de rekening van [verdachte]. Dit heb ik wel vaker gedaan.

Op 7 februari 2005 heb ik een bedrag van € 2.220,-- gestort op mijn betaalrekening. Dit was geld van [verdachte]. Ik weet niet hoe [verdachte] aan dit geld komt.

Op 9 februari 2005 heb ik een bedrag van € 1.980,— overgeschreven naar de bankrekening van [verdachte]. Het verschil van € 240,— is waarschijnlijk mijn eigen geld geweest, dat ik had verdiend met werk bij de Blauwe Lotus. U geeft aan dat bij de Belastingdienst bekend is dat ik in 2007 bij de Blauwe Lotus, Maas en Zwolle Unie (het hof leest: inkomsten heb genoten).

Ik heb nog nooit een opgave gemaakt. Als het wel zo is dan heeft [verdachte] dat voor mij geregeld. U vraagt mij waar mijn inkomsten staan van [A]. Die staan er niet tussen. Misschien heeft [verdachte] dat vergeten. Ik heb het altijd uit handen gegeven aan [verdachte].

U geeft aan dat ik meerdere stortingen van enkele duizenden euro's heb gedaan in 2005. Ik heb dit geld gestort voor [verdachte];

10. als schriftelijk bescheid, een overzicht van geldstortingen door [verdachte] in de periode van 18 februari 2005 tot 17 april 2008 tot een totaalbedrag van € 117.451,70 (ordner 3, zaakdossiers 1 t/m 3, blz. 715 e.v.);

11. een proces-verbaal van inbeslagneming, genummerd 08-029365, opgemaakt door [verbalisant 5], buitengewoon opsporingsambtenaar, gesloten op 7 november 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 1, algemeen dossier, blz. 123 e.v.):

In het kader van het strafrechtelijk onderzoek onder de naam Bedega werden doorzoekingen gedaan ter inbeslagneming. Op woensdag 3 september 2008 werden op 5 adressen doorzoekingen gedaan.

Tijdens de doorzoeking in de [a-straat 1] te Zwolle werd de personenauto, BMW 323, kenteken [CC-00-DD] ten name van [verdachte] inbeslaggenomen.

Tijdens de doorzoeking in de [b-straat 1] te Zwolle werd de personenauto, BMW 320D, kenteken [AA-00-BB] ten name van [verdachte] inbeslaggenomen.

Tijdens de doorzoeking in de [a-straat 1] te Zwolle werd de personenauto, Volkswagen Passat, kenteken [EE-00-FF], ten name van [medeverdachte 1] inbeslaggenomen;

12. een proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1], genummerd 08-029365, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 3], beiden brigadier van politie, gesloten op 16 oktober 2008, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (ordner 2, persoonsdossiers, blz. 545 e.v.):

[B]:

Uit onderzoek blijkt dat jij eigenaar was van de growshop [B] aan de [c-straat 1] te Zwolle. Is dit juist?
Ik ben eigenaar geweest van [B] sinds augustus 2005 en ben open gegaan in oktober 2005.

Van wie heb jij deze gekocht?

Ik ben voor mij zelf begonnen. Voor die tijd bestond de zaak niet. Ik heb een bedrijfspand gehuurd aan de [c-straat 1] te Zwolle. Het le jaar was het 1250 euro en het laatste jaar was de huur 1446 euro per maand exclusief.

Het betreft een eenmanszaak. Ik heb bij de start ongeveer 50.000 euro geïnvesteerd.

Dit geld heb ik geleend bij mijn ouders en bij een bekende van mij en ik had zelf ook een beetje. Ik heb van mijn ouders 20.000 euro geleend en bij een bekende 25.000 euro. Deze bekende heet [verdachte]. Ik had zelf ongeveer 5.000 euro.

Had jij werknemers in dienst en wie is/zijn dit?

Ik had één werknemer. Dit was [medeverdachte 3]. Ongeveer 3 maanden na opening is hij bij mij in dienst gekomen. [medeverdachte 3] is een bekende van mij en ik heb hem toen in dienst genomen. Er is een arbeidscontract opgesteld met hem. Hij kwam in eerste instantie voor 24 uur in de week werken en dit is opgelopen tot 32 uur in de week. Hij begon met 700 euro netto in de maand en dat is opgelopen tot 960 euro netto in de maand. Zijn salaris werd per bank uitbetaald. Dit geld werd van mijn zakelijke rekening overgeboekt naar de privérekening van [medeverdachte 3]. Dit is vanaf het begin zo geweest. Ik heb een boekhouder. Hij regelt dit soort zaken allemaal voor mij. Deze boekhouder doet de loonadministratie en de boekhouding.

Wie is/was verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in [B]?

Als ik aan het werk was, dan was ik verantwoordelijk. Als ik er niet was dan was [medeverdachte 3] verantwoordelijk. Wij hadden hierover geen afspraken gemaakt, maar dat spreekt voor zich.
Met wie heb jij gesproken over de zoekingen?

Ik heb dit besproken met mijn boekhouder. Dit [verdachte]. Hij is mijn enige boekhouder.

13. als schriftelijke bescheiden, de overzichten en bankafschriften met betrekking tot de bankrekeningen van [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] (ordner 4, bijlagen bankafschriften, bijlagen A t/m M)."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde voorts het volgende overwogen:

"Uit de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat door verdachte en of de medeverdachten, zijn broers [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] over een lange periode en meerdere keren forse geldbedragen werden gestort of overgeboekt op rekeningen, terwijl de herkomst van die geldbedragen onverklaarbaar, niet traceerbaar en niet aannemelijk is geworden. In ieder geval ging het veelal om bedragen die volstrekt niet pasten bij de inkomenspositie van medeverdachte [medeverdachte 1]. Ook is geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat medeverdachte [medeverdachte 1] met regelmaat (hoge) - van verdachte afkomstige - bedragen stortte op zijn eigen RABO-bankrekening, waarna min of meer overeenkomstige bedragen werden doorgeboekt naar de rekening van [A]. Deze zaak stond vanaf 12 maart 2007 op naam van medeverdachte [medeverdachte 3]. Bovendien stortte medeverdachte [medeverdachte 1] in opdracht van verdachte ook al flinke sommen geld op de hierboven bedoelde rekening toen hij nog niet bij [A] werkte. Daarnaast hadden verdachte en zijn medeverdachten de beschikking over dure personenauto's, waarvan de aankoop kennelijk contant kon worden betaald. Verdachte zelf is accountant van beroep en was als het financiële brein nauw betrokken bij de financiële transacties, de aan- en verkoop van auto's die hebben plaatsgevonden en het financieel-administratief beheer van [A] en de Growshop. Uit dit samenstel van handelen blijkt volgens het hof van een zodanig bewuste en nauwe samenwerking dat van medeplegen kan worden gesproken. Alhoewel verdachte diverse financiële stukken heeft aangeleverd hebben hij en zijn medeverdachten geen plausibele en aanvaardbare verklaring kunnen geven voor de vermogenstransacties en voor de bij de doorzoeking aangetroffen gelden. Op geen wijze zijn de verklaringen van verdachte voor de herkomst van het geld aannemelijk geworden. Juist voor iemand met de specifieke kennis op financieel gebied als verdachte is de wijze waarop de financiële transacties werden verricht en flinke bedragen aan contante gelden werden gestort en weer werden opgenomen, thuis bewaard en weer werden uitgegeven, verre van gebruikelijk en begrijpelijk te noemen. Naar het oordeel van het hof kan het daarom niet anders zijn dat dit handelen voortvloeide uit de criminele activiteiten zoals onder feit 3 ten laste zijn gelegd en hierna bewezen zullen worden verklaard en dat aldus de gelden en goederen uit misdrijf verkregen waren."

2.3.

Uit de bewijsvoering van het Hof vloeit rechtstreeks voort dat deze geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit door de verdachte zelf begane misdrijven.

Het Hof heeft het onder 1 bewezenverklaarde gekwalificeerd als "medeplegen van het misdrijf: van het plegen van witwassen een gewoonte maken". Voor zover het middel opkomt tegen deze oordelen met betrekking tot de in de bewezenverklaring genoemde drie personenauto’s en het geldbedrag van €117.451,70 kan het middel niet tot cassatie leiden op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 25 en 26.

2.4.

Het oordeel van het Hof dat het voorhanden hebben van de geldbedragen van €20.000,- en €6.000,- witwassen oplevert is ontoereikend gemotiveerd, aangezien uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van deze geldbedragen doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst ervan. Dat de genoemde geldbedragen, zoals uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, zijn aangetroffen in het huis van de verdachte in de binnenzak van een jas in de hal van de woning respectievelijk onder een kastje op de overloop, brengt niet mee dat de verdachte de criminele herkomst ervan heeft getracht te verbergen of te verhullen. Het middel slaagt in zoverre.

2.5.

De Hoge Raad zal om redenen van doelmatigheid de verdachte alsnog vrijspreken van deze onderdelen van de tenlastelegging. Voor vernietiging van de bestreden uitspraak deswege en terugwijzing of verwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling bestaat onvoldoende grond, aangezien door zo een partiële vernietiging de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

5 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze zeven maanden en twee weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2014.