Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:2916

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-10-2014
Datum publicatie
07-10-2014
Zaaknummer
13/01771
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1472
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bedreiging Wilders, art. 285 Sr. Voor een bewezenverklaring van bedreiging is onder meer vereist dat het opzet van verdachte erop is gericht dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte met het plaatsen van haar bericht met betrekking tot het Tweede Kamerlid Wilders op de internetsite www.twitter.com “op zijn minst de aanmerkelijke kans [heeft] aanvaard dat Wilders dit bericht zou lezen”. Gelet op hetgeen door en namens verdachte ttz. in h.b. is aangevoerd – hetgeen erop neerkomt dat de verdachte Wilders niet wilde bedreigen en dat zij niet wist of beoogde dat Wilders het twitterbericht zou lezen – is het kennelijke oordeel van het Hof dat verdachtes opzet erop was gericht dat Wilders op de hoogte zou geraken van de als bedreigend aangemerkte inhoud van de tweet, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. De enkele plaatsing van het bericht op twitter biedt nog niet een toereikende motivering voor het oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij Wilders in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 285
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2014/1862
RvdW 2014/1220
NJ 2014/489 met annotatie van
NBSTRAF 2014/260
SR-Updates.nl 2014-0386
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 oktober 2014

Strafkamer

nr. S 13/01771

LBS/IC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 26 maart 2013, nummer 21/004919-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.M.P.M. Adank, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer over het oordeel van het Hof dat bij de verdachte sprake is geweest van opzet op bedreiging.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"zij in de periode van 09 februari 2011 tot en met 21 februari 2011 te Utrecht, G. Wilders (lid Tweede Kamer) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een bericht op twitter geplaatst met daarin de tekst: 'Als het zo doorgaat, ga ik die Wilders zelf vermoorden, het zou me een eer zijn hiervoor in de bak te gaan zitten echt waar!'."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 26 november 2012 van de politierechter in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:

In de periode van 9 februari 2011 tot en met 21 februari 2011 heb ik te Utrecht Geert Wilders, lid Tweede Kamer bedreigd door een bericht op twitter te plaatsen met daarin de tekst: Als het zo doorgaat, ga ik die Wilders zelf vermoorden, het zou me een eer zijn hiervoor in de bak te gaan zitten echt waar!

2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (als bijlage op pagina 6-7 van het proces-verbaal genummerd PL9010 2011080990) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van G. Wilders:

Op 9 februari 2011 ben ik middels een tweet via de website www.twitter.com bedreigd. De tweet werd op 9 februari 2011 om 10.42 PM verstuurd. De inhoud van de tweet is: 'Als het zo doorgaat, ga ik die Wilders zelf vermoorden, het zou me een eer zijn hiervoor in de bak te gaan zitten echt waar!' Ik voel me door de inhoud van bovenstaande tweet ernstig bedreigd. Verder maakt deze tweet deel uit van een grote reeks bedreigingen die ik ten aanzien van mijn persoon ontvang. Dit maakt de dreiging die van deze tweet uit gaat nog ernstiger voor mij.

3. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een uitdraai van www.twitter.com van @[...], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (als bijlage op pagina 16 van het proces-verbaal genummerd PL9010 2011080990):

Als het zo doorgaat, ga ik die Wilders zelf vermoorden, het zou me een eer zijn hiervoor in de bak te gaan zitten echt waar!"

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:

"Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het opzet bij verdachte ontbreekt. Verdachte is er namelijk niet vanuit gegaan dat:

- Wilders het twitterbericht zou lezen en

- dat bij Wilders de redelijke vrees kon ontstaan dat hij zijn leven kon verliezen.

Het hof overweegt daarover het volgende.

Verdachte heeft erkend een bericht met de tenlastegelegde inhoud dat betrekking had op Geert Wilders, op de internetsite www.twitter.com geplaatst te hebben. Daarmee heeft zij op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat Wilders dit bericht zou lezen. Het bericht heeft Wilders bovendien daadwerkelijk bereikt en wel op 17 februari 2011. Wilders deed hiervan een aantal dagen later, op 21 februari 2011, aangifte op welke dag verdachte het bericht overigens heeft verwijderd van de internetsite www.twitter.com en haar account heeft beëindigd. Met de politierechter is het hof van oordeel dat de bedreigende tekst van dien aard is en onder zulke omstandigheden is geuit dat bij Wilders de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen. Daarbij acht het hof tevens van belang de context en het huidige politieke klimaat, waaronder het algemeen bekende feit dat Wilders constant wordt beveiligd.

Het Hof verwerpt derhalve de verweren."

2.2.4.

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte aldaar het volgende verklaard:

"Ik heb het Twitter bericht verwijderd en ik heb mijn hele account verwijderd. Dat was voordat iemand aangifte deed. Ik heb een brief gestuurd aan Wilders waarin ik mijn excuses heb aangeboden. Ik wilde hem niet zelf bedreigen, dan had ik dat wel persoonlijk gedaan. Ik heb dat bericht op Twitter gezet als reactie op een standpunt van Wilders. Ik vond dat over de grens. Ik heb mijn bericht verwijderd voordat Wilders aangifte deed. Als ik van tevoren had geweten welke gevolgen het had gehad, dan had ik dat bericht niet geplaatst. Het was niet de bedoeling om zoveel aandacht te trekken. Destijds waren veel minder mensen actief op Twitter. Ik weet niet precies hoeveel volgers ik had, misschien rond de 100."

2.3.

Voor een bewezenverklaring van bedreiging is onder meer vereist dat het opzet van de verdachte erop is gericht dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte geraakt van de bedreiging. Het Hof heeft geoordeeld dat de verdachte met het plaatsen van haar bericht met betrekking tot het Tweede Kamerlid Wilders op de internetsite www.twitter.com "op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat Wilders dit bericht zou lezen". Gelet op hetgeen door en namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd - hetgeen erop neerkomt dat de verdachte Wilders niet wilde bedreigen en dat zij niet wist of beoogde dat Wilders het twitterbericht zou lezen - is het kennelijke oordeel van het Hof dat verdachtes opzet erop was gericht dat Wilders op de hoogte zou geraken van de als bedreigend aangemerkte inhoud van de tweet, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. De enkele plaatsing van het bericht op twitter biedt nog niet een toereikende motivering voor het oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij Wilders in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.

2.4.

Deze klacht van het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2014.