Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:2910

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-10-2014
Datum publicatie
07-10-2014
Zaaknummer
13/04841
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1821
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 427 Sv. In strafzaken in Aruba staat beroep in cassatie niet open indien geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een (gezamenlijk) maximum van Afl 400,-, zijnde - volgens gegevens van de Nederlandse Bank en ten voordele van procespartijen afgerond - de tegenwaarde van € 250,- t.t.v. de inw.tr. van de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie. Verdachte, wegens overtreding van art. 9 van de Natuurbeschermingsverordening veroordeeld tot een geldboete van Afl 450,-, kan derhalve worden ontvangen in het ingestelde beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014 /1174
SR-Updates.nl 2014-0389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 oktober 2014

Strafkamer

nr. S 13/04841 A

IC/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 13 mei 2013, nummer H 166/2012, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.C.G. Bikker, advocaat te Oranjestad (Aruba), bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De middelen zijn schriftelijk toegelicht.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.

De bestreden uitspraak heeft betrekking op een overtreding (art. 9 van de Natuurbeschermingsverordening). Aan de verdachte is ter zake van dat feit een geldboete van Afl 450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis, opgelegd.

2.2.1.

Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep zijn de volgende bepalingen van belang:

- art. 1, eerste lid, Rijkswet cassatierechtspraak voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: de Rijkswet):

"De Hoge Raad der Nederlanden neemt ten aanzien van burgerlijke en strafzaken in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover in deze Rijkswet niet anders is bepaald, in overeenkomstige gevallen, op overeenkomstige wijze en met overeenkomstige rechtsgevolgen als ten aanzien van burgerlijke en strafzaken in het Europese deel van het Koninkrijk, kennis van een beroep in cassatie, ingesteld hetzij door partijen, hetzij 'in het belang der wet' door de procureur-generaal bij de Hoge Raad."

- art. 427, tweede lid, Sv:

"Tegen arresten van de gerechtshoven, als uitspraak gegeven, betreffende overtredingen staat beroep in cassatie open voor het openbaar ministerie bij het gerecht dat het arrest heeft gewezen, en de verdachte, tenzij terzake in de einduitspraak:

a. (...)

b. geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een maximum - of, wanneer bij het arrest twee of meer geldboetes werden opgelegd, geldboetes tot een gezamenlijk maximum - van EUR 250."

2.2.2.

De tekst van art. 427 Sv is vastgesteld bij de wet van 6 december 2001, Stb. 584, tot aanpassing van diverse wetten aan de modernisering van de rechterlijke organisatie en de instelling van een bestuur bij de gerechten (Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie) die op 1 januari 2002 in werking is getreden.

2.3.

Nu in de Rijkswet niet anders is bepaald, neemt de Hoge Raad ten aanzien van strafzaken in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba kennis van een beroep in cassatie in strafzaken op overeenkomstige wijze en met overeenkomstige rechtsgevolgen als ten aanzien van strafzaken in het Europese deel van het Koninkrijk.

2.4.

Gelet hierop moet art. 427, tweede lid aanhef en onder b, Sv aldus worden uitgelegd dat in strafzaken in Aruba beroep in cassatie niet openstaat indien geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een (gezamenlijk) maximum van Afl 400,-, zijnde - volgens gegevens van de Nederlandse Bank en ten voordele van procespartijen afgerond - de tegenwaarde van € 250,- ten tijde van de inwerkingtreding van de hiervoor onder 2.2.2 genoemde wet. De verdachte kan derhalve worden ontvangen in het ingestelde beroep.

2.5.

De Advocaat-Generaal heeft zich niet uitgelaten over de voorgestelde middelen. De Hoge Raad is van oordeel dat de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld. Met het oog daarop dient de zaak naar de rolzitting te worden verwezen.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 14 oktober 2014;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2014.

Mr. Jörg is buiten staat dit arrest te ondertekenen.