Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:2766

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
24-09-2014
Zaaknummer
13/01948
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Herstelarrest. HR brengt verbeteringen aan in ECLI:NL:HR:2014:1691.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-2191 met annotatie van Fiscaal up to Date
RvdW 2014/1115

Uitspraak

23 september 2014

Strafkamer

nr. 13/01948

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 5 maart 2013, nummer 21/002497-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 De procesgang in cassatie

1.1.

De Hoge Raad heeft in deze zaak bij arrest van 8 juli 2014 de bestreden uitspraak vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, de zaak teruggewezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren, zittingsplaats Arnhem opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.

1.2.

In dat arrest is abusievelijk niet de beoordeling opgenomen van het eerste middel en is onder '3. Slotsom' vermeld dat "hetgeen hiervoor is overwogen meebrengt dat het eerste middel geen bespreking behoeft". Daarom dient het arrest van 8 juli 2014 als volgt te worden gelezen:

3 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

Met vernummering van '4. Beslissing’ tot '5'.

2 Beslissing

De Hoge Raad:

bepaalt dat het in deze zaak op 8 juli 2014 uitgesproken arrest moet worden gelezen met inachtneming van de hiervoor vermelde verbeteringen.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2014.