Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:269

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-02-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
13/04908
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1905, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6921, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verzoek tot herstel van gezamenlijk ouderlijk gezag. Cassatieberoep niet-ontvankelijk. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/288
NJB 2014/370
JWB 2014/80

Uitspraak

7 februari 2014

Eerste Kamer

nr. 13/04908

EV/NH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats], Spanje,

VERZOEKER tot cassatie,

geen advocaat,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 399758/F2 RK 12-570 van de rechtbank Rotterdam van 19 juli 2012;

b. de beschikking in de zaak 200.115.155/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 februari 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De man heeft op die op 6 december 2013 gedateerde en aan partijen toegezonden conclusie gereageerd bij brief van 15 december 2013, door de Hoge Raad ontvangen op 31 december 2013. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie aan partijen was verzonden, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv, bij de Hoge Raad is ingekomen en overigens ook niet door tussenkomst door een advocaat bij de Hoge Raad is toegestuurd, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

Het beroep in cassatie is vervat in een verzoekschrift dat niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge het in deze zaak toepasselijke art. 426a lid 1 Rv moet de man niet-ontvankelijk in zijn beroep worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren, C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.