Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:2666

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
15-09-2014
Zaaknummer
13/01287
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1477, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Betekening appeldagvaarding, art. 588a Sv. HR haalt ECLI:NL:HR:2012:BX4736 aan. Verdachte heeft in e.a. een adres opgegeven a.b.i. art. 588a.1 aanhef onder b Sv. Uit de omstandigheid dat i.h.k.v. de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat verdachte nadien op een ander adres in de GBA ingeschreven heeft gestaan en daarna Z.V.W.O.V.H.T.L. was, kon het Hof niet zonder meer afleiden dat verdachte het opgegeven adres niet wenste te handhaven. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ex art. 588a.3 Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ttz. te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de tz. tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het ottz. in h.b. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0349
RvdW 2014/1051

Uitspraak

9 september 2014

Strafkamer

nr. S 13/01287 M

AJ/IC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer, van 13 december 2012, nummer 21/002334-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat verstek kon worden verleend tegen de niet-verschenen verdachte.

2.2.

De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg, inhoudende als adres van de verdachte [a straat] te [woonplaats] en voorts inhoudende dat de verdachte als "postadres" heeft opgegeven: [b straat] te [woonplaats].

2.3.1.

De opgave bij het begin van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van het "postadres" [b straat] te [woonplaats] kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a, eerste lid aanhef onder b, Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.

2.3.2.

Uit de omstandigheid dat in het kader van de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat de verdachte nadien op een ander adres in de GBA ingeschreven heeft gestaan en daarna geen vaste woon- of verblijfplaats hier te lande had, kon het Hof niet zonder meer afleiden dat de verdachte het "postadres" [b straat] te [woonplaats] niet wenste te handhaven als adres waar hij een afschrift van de appeldagvaarding wenste te ontvangen.

2.4.

Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ingevolge het derde lid van art. 588a Sv achterwege kon blijven. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak. (Vgl. HR 27 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4736, NJ 2012/695.)

2.5.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Militaire Kamer, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2014.