Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:2663

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-09-2014
Datum publicatie
12-09-2014
Zaaknummer
14/02487
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:679, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:3132
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Overeenkomst van “uitzet” (bruidsschat). Turks recht. In cassatie kan niet worden geklaagd over uitleg of toepassing van buitenlands recht (art. 79 lid 1, aanhef en onder b, RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/1029
JWB 2014/332

Uitspraak

12 september 2014

Eerste Kamer

14/02487

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M.L. Kleyn,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 243434 FA RK 11-5838 van de rechtbank Breda van 11 december 2012;

b. de beschikking in de zaak HV 200.121.956/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 februari 2014.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 10 juli 2014 op dat standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3 en 4).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 september 2014.