Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:2662

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-09-2014
Datum publicatie
12-09-2014
Zaaknummer
14/02049
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:678, Gevolgd
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Familierecht. Gezag. Omgangsregeling. Feitelijke grondslag. Aan het middel te stellen eisen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/1027
JWB 2014/329

Uitspraak

12 september 2014

Eerste Kamer

14/02049

EV/LH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. E. El-Sharkawi,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak C 10/368400/F1 RK 10-3291 van de rechtbank Rotterdam van 25 augustus 2011, 3 juli 2012 en 25 april 2013;

b. de beschikking in de zaak 200.130.926/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 januari 2014.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijk verklaring met toepassing van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 september 2014.