Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:263

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-02-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
13/04893
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2375, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:2475, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Verlenging ondertoezichtstelling. Aan een cassatiemiddel te stellen eisen. Art. 8 EVRM. Belang van de kinderen. Onbegrijpelijk oordeel?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/285
JWB 2014/78

Uitspraak

7 februari 2014

Eerste Kamer

nr. 13/04893

LZ/AS

Beschikking

in de zaak van:

[de vader],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. R.G. Groen,

t e g e n

STICHTING BUREAU JEUGDZORG,
gevestigd te Zoetermeer,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en Jeugdzorg.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 131405/JE RK 12-21 van de rechtbank Groningen van 18 januari 2012;

b. de beschikkingen van de rechtbank Den Haag in de zaak JE RK 12-3602 van 10 januari 2013 en 29 januari 2013;

c. de beschikking in de zaak 200.126.016/01 van het gerechtshof Den Haag van 17 juli 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Jeugdzorg heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2 en 3).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.