Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:257

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-02-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
12/05478
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2506, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Incidentele vordering tot zekerheidsstelling proceskosten (art. 224 Rv in verband met art. 414 Rv). Partij zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/295
JWB 2014/93

Uitspraak

7 februari 2014

Eerste Kamer

nr. 12/05478

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser], handelend onder de naam [A] B.V.,
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

[verweerder], handelend onder de naam [B],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1 Het geding in cassatie

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest in de zaak 12/05478 ECLI:NL:HR:2013:CA0731 van 12 juli 2013;

Het arrest is aan dit arrest gehecht.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.