Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:2287

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-08-2014
Datum publicatie
08-08-2014
Zaaknummer
13/01042
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-1860

Uitspraak

8 augustus 2014

nr. 13/01042

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. (voorheen [A] B.V.) te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 januari 2013, nrs. 11/00743 tot en met 11/00746, betreffende bindende tariefinlichtingen.

1 Het geding in feitelijke instanties

Op verzoek van belanghebbende zijn door de Inspecteur bij beschikking vier bindende tariefinlichtingen gegeven, welke beschikkingen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.

De Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 09/4849 tot en met 09/4852) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank met betrekking tot twee bindende tariefinlichtingen vernietigd, de op die twee bindende tariefinlichtingen betrekking hebbende uitspraken van de Inspecteur vernietigd, deze twee bindende tariefinlichtingen vernietigd, en de uitspraak van de Rechtbank voor het overige bevestigd.

2 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2014.