Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1693

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-07-2014
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
13/02815
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:4917, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:723
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BX0129). De HR verklaart verdachte met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. De conclusie van de A-G strekt met toepassing van art. 81.1 RO tot vernietiging, met ambtshalve een ingreep voor de verjaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/996

Uitspraak

8 juli 2014

Strafkamer

nr. 13/02815

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 17 mei 2013, nummer 21/004882-07, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit 5 en in zoverre tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste.

2.2.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, gehoord de Procureur-Generaal en gelet op HR 11 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0129, NJ 2013/242, rov. 2.3.4 - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2014.