Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1592

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-07-2014
Datum publicatie
02-07-2014
Zaaknummer
13/03174
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:654, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbeurdverklaring bromfiets. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk o.g.v. het verhandelde t.tz. waaronder de inhoud van de bewijsmiddelen geoordeeld dat het bewezenverklaarde feit m.b.v. de bromfiets is begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0302
RvdW 2014/931

Uitspraak

1 juli 2014

Strafkamer

nr. 13/03174

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 juni 2013, nummer 22/002319-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover deze de verbeurdverklaring van de bromfiets betreft en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel komt op tegen 's Hofs beslissing tot verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen bromfiets Peugeot Ludix 2008 FP-540-R.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

"hij op 07 juli 2011 te Noordwijk tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- gemaskerd het tankstation betreden en

- het tonen van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan [slachtoffer 2] en

- [slachtoffer 2] tegen zijn schouder slaan of duwen waardoor deze ten val kwam en

- het duwen van [slachtoffer 2] naar de kassa en

- tegen [slachtoffer 2] zeggen: "Ik moet al het geld hebben";

en

hij op 07 juli 2011 te Noordwijk tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 1], welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- gemaskerd het tankstation betreden en

- het tonen van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan [slachtoffer 2] en

- [slachtoffer 2] tegen zijn schouder slaan of duwen waardoor deze ten val kwam en

- het duwen van [slachtoffer 2] naar de kassa en

- tegen [slachtoffer 2] zeggen: "Ik moet al het geld hebben"."

2.2.2.

De bestreden uitspraak houdt onder het opschrift 'Bewijsvoering' het volgende in:

"Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring."

2.2.3.

De "bijlage, inhoudende de bewijsmiddelen in de zaak tegen de verdachte" houdt het volgende in:

"Feit 1:

Nu de verdachte het bewezenverklaarde bij gelegenheid van het verhoor door de politie op 18 augustus 2011 heeft bekend, nadien niet anders heeft verklaard en noch door hem, noch door zijn raadsman ter zake vrijspraak is bepleit, volstaat het hof, gezien artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met de navolgende opgave van bewijsmiddelen:

1. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 8 juli 2011, pagina 59-64;

2. het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 augustus 2011, pagina 270-280 (in het bijzonder pagina 276-277);

3. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 4 april 2012;

4. het proces-verbaal van verhoor verdachte van 4 oktober 2011, inhoudende de verklaring van medeverdachte [medeverdachte], pagina 537-541."

2.2.4.

Het onder 4 bedoelde bewijsmiddel (verklaring van medeverdachte [medeverdachte]) houdt het volgende in:

"V/O = vraag/opmerking verbalisant

A = Antwoord verdachte

(...)

V: Wat kan jij vertellen over 7 juli 2011?

A: [medeverdachte] kwam bij ons, hij had een plan. Het eerste plan was de Shell in Katwijk. [verdachte] kwam tegen de middag, rond 12:00 uur of 13:00 uur. Hij kwam met een uitgebreid plan dat [betrokkene 1] of ik de chauffeurs zouden zijn. [betrokkene 1] en ik moesten beslissen wie wat zou doen. Een van ons zou de bus rijden en de ander moest de scooter besturen. (...)

Uiteindelijk hebben [betrokkene 1] en ik besloten dat [betrokkene 1] het busje zou rijden, dat wilde hij. Ik zou dan de scooter rijden. (...)

We zijn toen met de scooter en het busje weggereden. (...)

[verdachte] reed naar de Shell met de scooter. Ik zat achterop de scooter. Ik zou het stuur overnemen bij de Shell. Het gaat om de Shellpomp op de Rijnmond. [betrokkene 1] reed met zijn busje naar de Meerburgkade waar hij op ons moest wachten. We reden langs de Shellpomp waar op dat moment teveel mensen aanwezig waren. [verdachte] reed vervolgens direct door naar het busje waar we de scooter in de bus hebben geladen. We hebben toen wat door Katwijk gereden. (...) We zijn nog een paar keer langs het tankstation gereden maar [verdachte] zei toen rij maar door naar Noordwijk. (...) We reden rond 20:00 uur naar Noordwijk. Ongeveer 3 a 4 straten verderop van het tankstation in Noordwijk hebben we het busje geparkeerd. We hebben de scooter daar uitgeladen. Ik reed daarna op de scooter en [verdachte] zat achterop. Ik reed rechtstreeks naar het tankstation (...)

Ik ben toen naar het tankstation gereden en [verdachte] stapte af en ging naar binnen. Ik heb verder niet naar binnen gekeken. Het duurde nog geen 2 minuten of hij zat weer achterop. [betrokkene 1] zou op een andere plek op ons wachten, niet op de plek waar we de scooter hadden uitgeladen. We zijn toen weggereden. (...)

Omdat [verdachte] zo snel was stond [betrokkene 1] nog niet op de afgesproken plaats en zagen hem rijden met het busje. Ik ben toen achter het busje aan gereden. We zijn gereden naar de Piet Heinstraat. We zijn zelfs nog een keer langs het tankstation gereden. Ergens midden in de Piet Heinstraat moest ik stoppen van [verdachte]. [betrokkene 1] kwam achter ons aan en [verdachte] en ik hebben de scooter achterin het busje geladen. (...)

Toen we aankwamen bij het huis heeft [verdachte] zijn eigen kleren gepakt en hebben we de scooter uitgeladen. De scooter is in de kelderbok gezet, de kelder onder de flatwoning. (...)

V: Op 9 juli, om 14:00 uur belde jij [verdachte] op dat, dat grote ding weg moest.

A: Dat was die scooter, die moest hij wegdoen. Hij had die scooter gekocht van mij voor zijn vriendin.

[betrokkene 1] en ik hebben het er later over gehad dat we die scooter moesten wegdoen. Later kwam [verdachte] en vroeg of ik iemand wist die de scooter wilde hebben. Ik zei dat hij dat zelf moest regelen. (...)"

Het onder 2 bedoelde bewijsmiddel (verklaring van de verdachte) houdt het volgende in:

"V/O = vraag/opmerking verbalisant

A = Antwoord verdachte

(...)

V: Maar die getuigen op de Helmbergweg die zeggen dat jij daar was, samen met [medeverdachte] en [betrokkene 1] gezien bent.

A: Ik kom daar wel eens maar weet niet of dat op dit tijdstippen was. Maar ben daarna naar huis gegaan.

V: En hoe ben je naar huis gegaan?

A: Op de scooter, mijn vrouw heeft een Ludix scooter en ik ben alleen naar huis gegaan.

(...)

V: Van die getuige [getuige], die verklaard dat die jou om 19:45 uur weg ziet rijden met [medeverdachte]?

A: Dat is wel heel apart, dat klopt niet. Ik ben gewoon naar huis gegaan. Ik ben zeker niet met [medeverdachte] weggegaan. Heel apart, ik was al om 19.00 uur thuis.

V: [betrokkene 2] die zegt, ik zie [betrokkene 1] samen met [medeverdachte] en [verdachte] daar om 19.00 uur buiten waren.

A: Ik ben daar even geweest, maar daarna ben ik naar buis gegaan. Vraag dat maar aan mijn vrouw.

V: Als er twee getuigen zo duidelijk zijn in wat ze zien. En er wordt ook gezegd dat jullie samen op een scooter wegrijden?

A: Dat klopt niet, niemand komt aan mijn scooter. Ik geef aan niemand mijn scooter.

(...)

V: Even terug naar de overval, dat is voor ons belangrijk. Jullie zijn langs andere tankstations gereden en komen uit in Noordwijk? Jullie komen aanrijden op een scooter.

A: Die bromfiets doet er niet toe, niet die Ludix die bij mij staat. Het gaat erom dat ik het gedaan heb. Het moest op dat moment, we hadden geen geld en geen eten voor die kleine."

2.2.5.

De bestreden uitspraak houdt voorts het volgende in:

"Beslag

(...)

Het hof zal de in beslag genomen (...) bromfiets (Peugeot Ludix 2008 [AA-00-BB]) verbeurd verklaren, aangezien met behulp van deze aan de verdachte toebehorende voorwerpen het onder 1 bewezen verklaarde is begaan.

(...)

BESLISSING

Het hof:

(...)

Verklaart verbeurd (...) een bromfiets, Peugeot Ludix 2008 [AA-00-BB]."

2.3.

Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk op grond van het verhandelde ter terechtzitting waaronder de inhoud van de hiervoor onder 2.2.4 weergegeven bewijsmiddelen, bezien in onderling verband en samenhang, geoordeeld dat de scooter waarover [medeverdachte] verklaart, de onder de verdachte inbeslaggenomen bromfiets Peugeot Ludix betreft. Het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde onder 1 met behulp van deze bromfiets is begaan, is daarom niet onbegrijpelijk. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2014.