Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1549

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-06-2014
Datum publicatie
27-06-2014
Zaaknummer
14/01910
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:487, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2014:207, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Jeugdrecht. Ondertoezichtstelling. Art. 1:254 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/894
JWB 2014/287
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 juni 2014

Eerste Kamer

nr. 14/01910

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de moeder],
wonende te Portugal,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne,

t e g e n

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
regio Midden-Nederland, zetelende te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/16/344183 / JE RK 13-1341 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 juni 2013;

b. de beschikking in de zaak 200.134.258 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2014.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2 en 3).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 juni 2014.