Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1388

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-06-2014
Datum publicatie
13-06-2014
Zaaknummer
14/01423
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:379
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Bestuursrechter verklaart verzet ongegrond (art. 8:55 Awb). Geen cassatieberoep tegen uitspraak bestuursrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2014/256
RvdW 2014/821
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juni 2014

EErste Kamer

nr. 14/01423

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [verzoeker 1],

2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

t e g e n

de MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,
zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de minister.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de uitspraken in de zaak BRE 13/3461 BESLU van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 juli 2013 en 18 november 2013.

De uitspraken van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de uitspraken van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De minister heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt ertoe dat de Hoge Raad zich onbevoegd zal verklaren van dit cassatieberoep kennis te nemen.

[verzoeker] c.s. hebben bij brief van 15 mei 2014 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 6).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet- ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 juni 2014.