Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1317

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-06-2014
Datum publicatie
06-06-2014
Zaaknummer
12/05874
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1948, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3638, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Douanerechten; posten 4412 en 4421 van de GN; Uit drie lagen bestaande bamboeplaten worden ingedeeld in post 4212 van de GN.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2014/161
FutD 2014-1294
NTFR 2014/1658 met annotatie van mr B.A. Kalshoven
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 juni 2014

nr. 12/05874

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 15 november 2012, nrs. 12/00113 en 12/00114, betreffende uitnodigingen tot betaling van douanerechten.

1 Het geding in feitelijke instanties

Belanghebbende is bij diverse aanslagbiljetten uitgenodigd tot betaling van douanerechten. De uitnodigingen tot betaling zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.

De Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 11/587 en 11/588) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 12 december 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de middelen

3.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1.

Belanghebbende heeft in de periode van 22 juni 2010 tot en met 29 september 2010 aangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van platen van bamboe (hierna: de platen). De platen bestaan uit drie aaneen gelijmde lagen bamboe. De binnenste laag bestaat uit verticaal staande, aan elkaar gelijmde strips van bamboe. De onderlaag en de bovenlaag bestaan uit horizontaal liggende, aan elkaar gelijmde strips van bamboe. De platen worden (na be- of verwerking) gebruikt voor onder meer lambrisering, bovenbladen van kasten en bureaus, keukenbladen, tafelbladen, (kast)deuren en tuinmeubelen.

3.1.2.

De Inspecteur heeft zich bij het vaststellen van de onderwerpelijke uitnodigingen tot betaling op het standpunt gesteld dat de platen moeten worden ingedeeld onder post 4412 van de Gecombineerde Nomenclatuur (tekst 2010; hierna: de GN). Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat de platen moeten worden ingedeeld onder post 4421 van de GN.

3.2.

Het Hof heeft geoordeeld dat de platen moeten worden ingedeeld als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ ‘van bamboe’ in de zin van post(onderverdeling) 4412 10 00 van de GN.

De middelen richten zich met rechts- en motiveringsklachten tegen dit oordeel met het betoog dat geen sprake is van buitenlagen van fineer of daarmee te vergelijken bedekking, en dat voor de indeling van goederen onder post 4412, anders dan het Hof heeft geoordeeld, betekenis moet worden toegekend aan de productiemethode.

3.3.1.

Volgens het opschrift van hoofdstuk 44 van de GN wordt daarin ingedeeld: ‘hout, houtskool en houtwaren’. Aantekening 6 bij hoofdstuk 44 luidt als volgt:

“Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor en voor zover uit de context niet het tegendeel blijkt, is de vermelding van “hout” in een post van dit hoofdstuk eveneens van toepassing op bamboe en andere houtachtige stoffen.”

De tekst van post 4412 van de GN luidt (tekst 2010; Verordening(EG) nr. 948/2009 van 30 september 2009, Pb 209, nr. L 287):

“Triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout:”

Postonderverdeling 4412 10 00 betreft onder meer:

“- van bamboe”

De toelichting van de Internationale Douaneraad op post 4412 van het Geharmoniseerd Systeem voor de omschrijving van goederen (hierna: het GS) vermeldt onder meer:

“This heading covers:

(1) Plywood consisting of three or more sheets of wood glued and pressed one on the other and generally disposed so that the grains of successive layers are at an angle; this gives the panels greater strength and by compensating shrinkage, reduces warping. Each component sheet is known as “ply” and plywood is usually formed of an odd number of piles, the middle ply being called the “core”.

(2) Veneered panels, which are panels consisting of a thin veneer of wood affixed to a base, usually of inferior wood, by glueing under pressure.

(3) Similar laminated wood. This group can be divided into two categories:

- Blockboard, laminboard and battenboard, in which the core is thick and composed of blocks, laths or battens of wood glued together and surfaced with the outer plies. Panels of this kind are very rigid and strong and can be used without framing or backing.

- Panels in which the wooden core is replaced by other materials such as a layer or layers of particle board, fibreboard, wood waste glued together, asbestos or cork.”

De tekst van post 4421 van de GN en die van de onderverdelingen luiden als volgt:

“4421 Andere houtwaren:

(…)

4421 90 – andere:

(…)

4421 90 98 – andere”

3.3.2.

Volgens de algemene indelingsregels van het GS zijn voor de indeling van goederen bepalend de bewoordingen van de tariefposten en die van de aantekeningen bij de afdelingen en bij de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de officiële toelichtingen op de algemene indelingsregels, de afdelingen, de hoofdstukken en de posten van het GS (en ook van de GN), hoewel zij rechtens niet verbindend zijn, belangrijke hulpmiddelen zijn bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (zie onder meer de arresten van het Hof van Justitie van 28 maart 2000, Holz Geenen GmbH, C-309/98, ECLI:EU:C:2000:165, punt 14, en van 26 oktober 2006, Turbon International GmbH, C-250/05, ECLI:EU:C:2006:681, punt 16).

3.3.3.

Het is, mede gelet op de hiervoor in 3.3.1 aangehaalde GS-toelichting op post 4412, buiten redelijke twijfel dat onder ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ in de zin van deze post moet worden verstaan platen die zijn opgebouwd uit lagen, met een relatief dunne buitenste laag van hout. Buiten redelijke twijfel is ook dat punt 31, slot, van het hiervoor in 3.3.2 vermelde arrest Holz Geenen aldus moet worden verstaan. Die slotzin luidt: “…, dat het onder die post vallende product ten minste moet zijn voorzien van een deklaag bestaande uit een fineerblad, dat wil zeggen een dunne laag hout.” Anders dan de middelen betogen, behoeft de buitenste laag niet een fineerblad te zijn, al dan niet in de zin van post 4408, maar kan die laag ook anders zijn samengesteld (zoals in dit geval door verlijmen van strips van bamboe). Anders dan de middelen voorts betogen, maakt ook de wijze van produceren van de buitenste laag geen verschil.

3.3.4.

Aangezien de platen bestaan uit drie lagen, met relatief dunne (circa 5 millimeter) buitenste lagen van hout (bamboe), moeten de platen, gelet op het hiervoor in 3.3.3 overwogene, worden ingedeeld onder post 4412 van de GN, zodat post 4421 (een zogeheten restpost) niet in aanmerking komt. De samenstelling van de buitenste lagen noch de wijze van produceren maakt dit anders.

3.3.5.

Op grond van hetgeen hiervoor in 3.3.3 en 3.3.4 is overwogen, falen de middelen.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.