Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:124

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-01-2014
Datum publicatie
23-01-2014
Zaaknummer
12/02288
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2398
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Tussenarrest. Nu de AG bij de HR zich tot de Rb heeft gewend, hetgeen geleid heeft tot toezending van het in de conclusie genoemde p-v, behoort de raadsman van verdachte, die klaagt dat dit p-v niet ovk. art. 327 Sv is ondertekend, in de gelegenheid te worden gesteld van dit nagezonden stuk kennis te nemen teneinde zich schriftelijk daarover te kunnen uitlaten voordat op het cassatieberoep verder wordt beslist. De HR stelt een termijn van twee weken en houdt elke verdere beslissing aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2014/324
RvdW 2014/260
SR-Updates.nl 2014-0038
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21 januari 2014

Strafkamer

nr. 12/02288

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 17 februari 2012, nummer 21/002950-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 7 april 2009 niet overeenkomstig art. 327 Sv is ondertekend, zodat het rechtskracht mist en de inhoud daarvan niet tot het bewijs mocht worden gebezigd.

2.2.

Naar aanleiding van deze klacht heeft de Advocaat-Generaal zich tot de Rechtbank gewend. Dat heeft geleid tot de toezending van het in de conclusie onder 5 genoemde proces-verbaal.

2.3.

De raadsman van de verdachte behoort in de gelegenheid te worden gesteld van dit nagezonden stuk kennis te nemen teneinde zich schriftelijk daarover te kunnen uitlaten voordat op het cassatieberoep verder wordt beslist.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

bepaalt dat de raadsman van de verdachte in de gelegenheid wordt gesteld zich binnen twee weken na de uitspraak van dit arrest schriftelijk uit te laten over voormeld door de Advocaat-Generaal aan het dossier toegevoegde stuk;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2014.