Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1200

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-05-2014
Datum publicatie
23-05-2014
Zaaknummer
13/03218
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:285, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:2218, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Alimentatie. Vaststelling draagkracht. Schulden aan familie en kennissen. Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2014/237
RvdW 2014/754
RFR 2014/93
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 mei 2014

Eerste Kamer

nr. 13/03218

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. J. de Visser,

t e g e n

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 310128/FA RK 11-4543 en 310135/FA RK 11-4547 van de rechtbank Utrecht van 29 februari 2012;

b. de beschikking in de zaak 200.107.356 en 200.107.650 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 april 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt zowel in het principale beroep als in het incidentele beroep tot verwerping.

De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 17 april 2014 op die conclusie gereageerd. De eisen van een goede procesorde brengen mee dat, nadat de conclusie is genomen, geen plaats is voor aanvulling van de stukken van het geding. Voor zover in deze brief wordt verwezen naar daaraan gehechte stukken, zal de Hoge Raad daarop dan ook geen acht slaan.

3 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 23 mei 2014.