Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1180

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-05-2014
Datum publicatie
21-05-2014
Zaaknummer
12/05166
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:419, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Witwassen, art. 420bis Sr. 2. Gedeeltelijk slagende klacht over toewijzing vordering b.p. en opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Wettelijke rente. Ad 1. Aangezien het Hof niet nader heeft gemotiveerd waarom sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van het in de bewezenverklaring bedoelde geldbedrag doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dit geldbedrag, is ’s Hofs oordeel dat sprake is van witwassen ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. V.zv. het middel berust op de opvatting dat de ingangsdatum van de te betalen wettelijke rente over het bedrag van de toegewezen vordering van de b.p. gelijk moet zijn aan de ingangsdatum van de te betalen rente over het bedrag van de op de voet van art. 36f Sr opgelegde betalingsverplichting, is het middel tevergeefs voorgesteld omdat die opvatting niet juist is. Het staat de strafrechter immers vrij al dan niet een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Gelet op de inhoud van het van toepassing zijnde art. 6:83ahf.b BW en de in de bewezenverklaring genoemde periode, geeft ’s Hofs oordeel t.a.v. de ingangsdatum van de te betalen rente over het bedrag van de opgelegde betalingsverplichting niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dit oordeel niet onbegrijpelijk. Het oordeel van het Hof t.a.v. de ingangsdatum van de wettelijke rente over het toegewezen bedrag van de vordering van de b.p. is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0234
RvdW 2014/764
NJB 2014/1145
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 mei 2014

Strafkamer

nr. 12/05166

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 maart 2012, nummer 23/002698-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft het aan de benadeelde partij ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde toegewezen bedrag, alsmede ter zake van de beslissing over feit 2 en de strafoplegging en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het zevende middel

2.1.

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het onder 2 bewezenverklaarde witwassen oplevert.

2.2.1.

Het Hof heeft ten laste van de verdachte onder 2 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 29 oktober 2002 tot en met 18 mei 2009, te Amsterdam, althans in Nederland, een geldbedrag heeft voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dat geldbedrag − onmiddellijk of middellijk − afkomstig was uit enig misdrijf."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Een proces-verbaal aangifte ter zake van overige fraude van dezelfde datum door dezelfde aangever, in de wettige vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde [verbalisant 1], op 9 maart 2009 (ordner 1, dossierpagina's 01- 03). Dit proces-verbaal houdt in zakelijk weergegeven en voor zover van belang in:

Ik doe namens de ABN AMRO aangifte terzake fraude/valsheid in geschift. Ik ben werkzaam bij ABN AMRO, afdeling veiligheid en ben gerechtigd tot het doen van aangifte namens de ABN AMRO.

[verdachte] heeft kredieten verstrekt terwijl hij valse informatie heeft verstrekt/ingevoerd. Door de afdeling veiligheid is een onderzoek ingesteld naar deze frauduleuze handelingen.

2. Een schriftelijk bescheid, zijnde een Aangifte van 9 maart 2009 van [betrokkene 1], behorende bij het onder 1 vermelde proces-verbaal van aangifte (ordner 1, dossierpagina's 04, 05, 06, 07, 08):

Uit intern onderzoek is bekend geworden dat een medewerker van ABN AMRO zich onrechtmatig heeft bevoordeeld door onjuiste informatie bij diens eigen kredietaanvragen te verstrekken. Om die reden kon hij meer krediet ontvangen dan volgens de richtlijnen van de bank was toegestaan. Ook verstrekte hij diens echtgenote op deze wijze krediet.

Uit het door ingestelde feitenonderzoek werd bekend dat de volgende medewerker betrokken was bij deze fraude:

[verdachte]. [verdachte] was vanaf de maand april 2002 in vaste dienst bij de ABN AMRO als klantadviseur.

Gebruikerscode

Iedere medewerker van ABN AMRO is in het bezit van een persoonlijke gebruikerscode, bestaande uit de twee eerste letters van de achternaam gevolgd door vier cijfers. Met deze gebruikers code, samen met een persoonlijk wachtwoord, wordt toegang verschaft tot de centrale computers van ABN AMRO. Bij het opmaken van een kredietovereenkomst worden gegevens in het computersysteem ingevoerd. Hierbij wordt gewerkt onder genoemd gebruikers code. Medewerker [verdachte] maakte gebruik van de gebruikerscode [001]. Bij mutaties in de administratie wordt deze gebruikerscode gelogd. Zo kan worden nagegaan welke gebruiker deze mutaties heeft verricht.

Uit het feitenonderzoek is gebleken dat:

- gebruikerscode [002] ([verdachte]) op 29 oktober 2002 een Flexibel Krediet met het nummer [003] van EUR 11.000 aan [betrokkene 2] verstrekte, wonende [a-straat 1] te Amsterdam. In de aanvraag stond dat zij alleenstaand was;

- op 13 augustus 2004 verhoogde gebruiker [002] ([verdachte]) voornoemd flexibel krediet [003] naar EUR 35.000. Het contractadres was daarvoor gewijzigd naar [b-straat 1] te Amsterdam. Wederom voerde [verdachte] in dat [betrokkene 2] alleenstaand was, maar nu voerde hij tevens in dat zij "inwonend" was. Volgens het kadaster waren [verdachte] en [betrokkene 2] gezamenlijk eigenaar. De woning kochten zij op 2 oktober 2002;

- op 11 augustus 2004 verstrekte [002] ([verdachte]) een flexibel krediet met het nummer [004] limiet van EUR 30.100 aan [betrokkene 2] (aan elkaar geschreven) wonende te [c-straat 1] te Amsterdam. Bij deze aanvraag voerde [002] ([verdachte]) exact dezelfde gegevens in als voorheen bij de kredietaanvraag van diens echtgenote [betrokkene 2]: 5. alleenstaand;

- Medewerker [verdachte] bij diens eigen kredietaanvraag van 13 juni 2003 met het nummer [005] een kopie salarisstrook overhandigde met als adres [c-straat 1], Amsterdam;

- een zekere [verdachte] met geboortedatum 1 juni 1974 op 10 juli 2003 met internet een kredietaanvraag bij tussen persoon "Geldshop.nl" (kredietverwerking via toenmalige dochtermaatschappij van ABN AMRO genaamd "InterBank") deed waarbij hij het adres [c-straat 1] als woonadres invoerde.

3. Een verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 27 mei 2010 en inhoudende voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik bij een aantal aanvragen gegevens heb ingevoerd.

Het klopt ook dat ingevuld staat dat [betrokkene 2] alleenstaand was, terwijl ik toen al met haar gehuwd was.

Op sommige aanvragen heb ik het adres [c-straat 1] genoemd. Ik heb daar nooit gewoond.

4. Een in wettelijk vorm op ambtsbelofte door de daartoe bevoegde verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] opgemaakt proces-verbaal van verhoor van 18 mei 2009, inhoudende de verklaring van [betrokkene 2] (ordner 1, dossierpagina's 61 - 67). Deze verklaring houdt zakelijk weergegeven en voor zover van belang in:

Ik ben woonachtig aan de [b-straat 1] te Amsterdam. Ik woon daar met mijn twee kinderen en mijn man (het hof begrijpt: verdachte). Ik woon daar al vanaf het begin met mijn man.

V: Wanneer bent u getrouwd (het hof begrijpt : met [verdachte], verdachte) voor de Nederlandse wet?

A: 15 oktober 2002.

V: Waar heeft u allemaal in Amsterdam gewoond, alleen of met uw man?

A: Aan de [a-straat 1] te Amsterdam met mijn man en nu aan de [b-straat 1].

V: Heeft u op het adres [d-straat 1] gewoond of weet u wie daar woont?

A: Ja, toen ik net bevallen was. Ik heb daar een maand of drie a vier gewoond. Dit is het adres van de moeder van mijn man.

V: U heeft twee kinderen, wanneer zijn deze geboren?

A: De eerste is van [geboortedatum]/2003 en de andere van [geboortedatum]/2008.

V: Heeft u ooit aan de [c-straat 1] in Amsterdam gewoond?

A: Nee. Daar woonde mijn schoonzus.

V: Heeft u de kredietaanvraag ook nog een keer verhoogd?

A: Nee.

V: Weet u dat er op uw naam los en aan elkaar met dezelfde sofinummer, geboorte datum, adres, werkgever, beroep en salarisstrook meerdere kredieten zijn aangevraagd?

A: Nee.

5. Een schriftelijk bescheid, te weten een verslag van een interview van 24 december 2008 aan de verdachte afgenomen door [betrokkene 3] en [betrokkene 1], medewerkers van ABN AMRO Bank (ordner 1, blz. 94-118), inhoudende, zakelijk weergegeven − voor zover van belang −:

(p. 1/94)

V: Wat is uw gebruikerscode?

A: [002]

V: Hoe verkrijgt u toegang tot de geautomatiseerde werken van de bank?

A: Ik heb een persoonlijke 'K pas' die ik in mijn toetsenbord moet steken. Als ik dit doe vraagt het systeem mij om een pincode in te voeren. Ik leen mijn pas nimmer uit en ik ben de enige die mijn pincode weet. Ik laat nimmer anderen op mijn pas werken. Als ik van mijn werkplek ga, neem ik mijn pas altijd mee.

V: Bent u bekend met de gedragsrichtlijnen van de bank, mede op het gebied van het doen van eigen bankzaken?

Ik weet dat ik eigen bankzaken absoluut niet mag doen.

(p. 1/95)

V: Bent u bekend met de kredietsystemen van de bank?

A: Ja, het systeem heet KF (Konsumptief Krediet)

V: Hoe voert u een BKR toetsing uit?

A: Als je een nieuwe klant krijgt, moetje de naam of de postcode van de nieuwe klant intoetsen. Het kredietsysteem doet dan de BKR toetsing vanzelf. Als de klant al in de administratie van de bank voorkomt, kun je ook het ABN AMRO rekeningnummer intoetsen. Ook dan wordt de klant getoetst door het systeem.

V: Moet de naam en de geboortedatum bij een BKR toetsing exact juist zijn?

A: Ja, als je de naam of de geboortedatum verkeerd invoert, herkent BKR de betreffende persoon niet.

(p. 1/97)

V: Bent u getrouwd en zo ja, wanneer bent u getrouwd?

A: Ja ik ben getrouwd.

V: Hoe heet uw echtgenote?

A: [betrokkene 2]

(p.1/99)

In haar paspoort staat wel het voorvoegsel '[voorvoegsel]',

(p. 1/102)

V: (Bijlage MB.1) Ik toon u systeeminformatie en contracten van een kredietverstrekking. Hieruit blijkt dat u op 13 juni 2003 een Flexibel Krediet van EUR 10.000 met het nummer [005] van ABN AMRO kreeg. Herkent u dit?

A: Ja, dit herken ik. Ik herken mijn naam, mijn handtekening en alle andere informatie op het contract.

(p. 1/104)

V: Op 29 oktober 2002 werd een krediet van EUR 11.000 door gebruiker [002] ([verdachte]) versterkt aan [betrokkene 2]. Herkent u dit?

A: Dit herken ik.

6. Een op ambtsbelofte in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] opgemaakt proces-verbaal van 18 mei 2009 (ordner 1, blz. 53, 56), inhoudende als verklaring van de verdachte:

V: Met wie woont u samen?

A: Met mijn vrouw en twee kinderen.

V: Bent u in het bezit van een eigen woning?

A: Ja.

V: Waar staat de woning?

A: Aan de [b-straat 1]

V: Bent u de enige eigenaar of is uw partner ook gedeeltelijk eigenaar?

A: We zijn met zijn tweeën eigenaar.

7. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een aanvraagformulier (ordner 2, blz. 343), inhoudende − voor zover van belang − en zakelijk weergegeven:

Aanvraagformulier particulier krediet

Kantoornummer: [006]

Gebruiker: [002]

Persoonlijke gegevens: [betrokkene 2] V

Geboortedatum: [geboortedatum]-1980

Alleenstaand

[a-straat 1]

Contractnummer: [003]

Kredietgegevens:

Flexibel krediet

Kredietlimiet: EUR 11.000,00

Datum aanvraag: 29-10-2002

8. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een aanvraagformulier (ordner 5, blz. 239), inhoudende − voor zover van belang − en zakelijk weergegeven:

ABN AMRO

Aanvraagformulier particulier krediet

Persoonlijke gegevens:

[verdachte] M

[d-straat 1]

[woonplaats]

Geboortedatum: [geboortedatum]-1974

Werkgever: ABN AMRO

Contractnummer: [005]

Alleenstaand

Kredietgegevens:

Flexibel krediet

Kredietlimiet: EUR 10.000,00

Datum aanvraag 13-06-2003

Handtekening cliënt: onleesbaar

9. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een overeenkomst met bijlagen (ordner 5, blz. 265-269), inhoudende voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

ABN AMRO

Kredietovereenkomst ABN AMRO Flexibel Krediet

Contractnummer: [005]

De ondergetekenden:

1) [verdachte], [d-straat 1], [woonplaats], hierna te noemen 'Kredietnemer'

en

2) de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., hierna te noemen 'de Bank';

Verklaren te zijn overeengekomen:

1. De Bank stelt aan Kredietnemer ter beschikking een krediet tot een maximum van EUR 36.000 (zegge: zes en dertig duizend euro)(het 'ABN AMRO Flexibel Krediet')

6. De Bank heeft de kredietaanvraag door Kredietnemer beoordeeld en verleent thans aan Kredietnemer het hiervoor genoemde ABN AMRO Flexibel Krediet op basis van persoonlijke en financiële gegevens, welke door kredietnemer bij de aanvraag van de ABN AMRO Flexibel Krediet aan de bank zijn verstrekt. Het naar waarheid ingevulde en door Kredietnemer ondertekende aanvraagformulier is als bijlage II aan deze kredietovereenkomst aangehecht.

ABN AMRO

Bijlage II

Aanvraagformulier ABN AMRO Flexibel Krediet

Persoonlijke gegevens

Naam en adres aanvrager: [verdachte],

[d-straat 1], [woonplaats]

Geboortedatum: [geboortedatum]-1974

Burgerlijke staat: alleenstaand

Financiële gegevens

Beroep: bankemployee

Werkgever: ABN AMRO BANK N.V.

Woonsituatie: huurhuis

Ondergetekende verklaart hierbij dat bovengemelde gegevens naar waarheid zijn ingevuld.

Datum aanvraag: 15 september 2004

Handtekening aanvrager: onleesbaar

10. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een afdruk van de gegevens van een internetaanvraag (ordner 5, blz. 352), inhoudende − voor zover van belang − en zakelijk weergegeven:

InterBank

Aanvraag Consumptief

Datum: 30-06-2003

Te lenen bedrag: 23.000,00

Tussenpersoon: Geldshop.nl

Hoofdcontractant

Naam en voorletters: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum]-1974 (M)

Adres: [c-straat 1]

[woonplaats]

Bank-/girorekening [007]

Burgerlijke staat: Alleenstaand

Werkgever: ABN AMRO NV

Beoordeling: Afwijzen

Fase: afwijzen.

11. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een afdruk van de gegevens van een internetaanvraag (ordner 2, blz. 353), inhoudende − voor zover van belang −:

SE. 1.2

[003]

1. persoonlijke gegevens:

Aanvrager A: [betrokkene 2], [b-straat 1], [woonplaats]

Geboortedatum [geboortedatum]-1980

Burgerlijke staat: alleenstaand

2. score en kredietgegevens:

Afgenomen product: Flexibel Krediet

Afgenomen kredietlimiet: 35.000

Gewenste kredietlimiet: 35.000

3. Financiële gegevens

Woonsituatie: inwonend

Maandelijkse woonlasten: 125,00

4. BKR Toetsingsresultaten: Aanvrager A

Datum toetsingsaanvraag: 13-08-2004

Aanvrager: [002]

12. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een print van de gegevens uit het automatiseringssysteem van ABN AMRO Bank (ordner 5, blz. 209-210) inhoudende − voor zover van belang − en zakelijk weergegeven:

SE.2.1.

Krediet [004]

1. persoonlijke gegevens:

Aanvrager A: [betrokkene 2], [c-straat 1], [woonplaats]

Geboortedatum [geboortedatum]-1980

Burgerlijke staat: alleenstaand

Aantal kinderen (K-bijslag): (niets vermeld)

2. score en kredietgegevens:

Afgenomen product: Flexibel Krediet

Afgenomen kredietlimiet: 30.100

Gewenste kredietlimiet: 30.100

3. Financiële gegevens: Aanvrager A

Beroep: verzorgende

Werkgever: [werkgever]

Plaats werkgever: Amsterdam

Woonsituatie: inwonend

Maandelijkse woonlasten: 125,00

4. BKR Toetsingsresultaten: Aanvrager A

Datum toetsingsaanvraag: 11-08-2004

Aanvrager: [002]

13. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een print van de gegevens uit het automatiseringssysteem van ABN AMRO Bank (ordner 5, blz. 211 e.v.), inhoudende − voor zover van belang − en zakelijk weergegeven:

S.E. 2.2.

Krediet [004]

1. persoonlijke gegevens:

Aanvrager A: [betrokkene 2], [c-straat 1], [woonplaats]

Geboortedatum 16-01-1980

Burgerlijke staat: alleenstaand

Aantal kinderen (K-bijslag): (niets vermeld)

2. score en kredietgegevens:

Afgenomen product: Flexibel Krediet

Afgenomen kredietlimiet: 38.000

3. Financiële gegevens: Aanvrager A

Beroep: verzorgende

Werkgever: [werkgever]

Plaats werkgever: Amsterdam

Woonsituatie: inwonend

Maandelijkse woonlasten: 125,00

4. BKR Toetsingsresultaten: Aanvrager A

Datum toetsingsaanvraag: 07-10-2004

Aanvrager: [002]

14. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv., te weten een print van de gegevens uit het automatiseringssysteem van ABN AMRO Bank (ordner 5, blz. 213), inhoudende − voor zover van belang − en zakelijk weergegeven:

SE.2.3.

User_id: [002]

Aanvraagdatum: 20050201

Status: accepted

Limiet: 44.000

Kinderbijslag: 0

Aant_kinderen: .

Naam: [betrokkene 2]

Geboorte_dat: [geboortedatum]-80

Postkode: [postcode] (het hof begrijpt : [c-straat 1])

Huisnr: [1]

Woonplaats: [woonplaats]

15. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een print van de gegevens uit het automatiseringssysteem van ABN AMRO Bank (ordner 5, blz. 214), inhoudende − voor zover van belang − en zakelijk weergegeven:

SE.2.4.

Kredieten

Tenaamstelling: [betrokkene 2]

Nummer: [004]

Soort: Flexibel Krediet

Limiet: 44.000 EUR

Datum laatste limietwijziging: 01-02-2005

Bedrag laatste opname: 17-11-2008"

2.3.

Het Hof heeft ten laste van de verdachte onder 2 bewezenverklaard − kort gezegd − het voorhanden hebben van een geldbedrag, terwijl hij wist dat dat geldbedrag van misdrijf afkomstig was. Uit de bewijsvoering van het Hof vloeit voort dat het in de bewezenverklaring bedoelde geldbedrag naar het oordeel van het Hof uit eigen misdrijf afkomstig was.

Het Hof heeft het onder 2 bewezenverklaarde gekwalificeerd als witwassen. Aangezien het Hof niet nader heeft gemotiveerd waarom sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van het in de bewezenverklaring bedoelde geldbedrag doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dit geldbedrag, is 's Hofs oordeel in dit verband echter ontoereikend gemotiveerd.

2.4.

Het middel slaagt.

3 Beoordeling van het tiende middel

3.1.

Blijkens de toelichting klaagt het middel over de motivering van de beslissing van het Hof met betrekking tot de verschuldigde wettelijke rente over de aan de benadeelde partij toegewezen vordering en over het uit hoofde van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel verschuldigde bedrag.

3.2.1.

Het Hof heeft − kort gezegd − onder 1 bewezenverklaard dat de verdachte "in de periode van 29 oktober 2002 tot en met 1 maart 2005 te Amsterdam, meermalen formulieren ten behoeve van kredietaanvragen − zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen − valselijk heeft opgemaakt" en dat hij "in de periode van 29 oktober 2002 tot en met 24 december 2008 (...) die formulieren heeft aangeboden aan de Afdeling Kredietverschaffing van) ABN-AMRO en InterBank".

3.2.2.

Het bestreden arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Vordering van de benadeelde partij ABN AMRO Bank N.V.

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 148.834,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 121.750,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het Hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen."

(...)

BESLISSING

Het Hof:

(...)

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ABN AMRO Bank N.V. ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 115.000,00 (honderdvijftienduizend euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

(...)

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening.

(...)

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd ABN AMRO Bank N.V., een bedrag te betalen van EUR 115.000,00 (honderdvijftienduizend euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 december 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen."

3.3.

Gelet op de vaststelling van het Hof dat de benadeelde partij zich in hoger beroep niet op de voet van art. 421, derde lid, Sv heeft gevoegd, duurde de voeging in hoger beroep ingevolge het tweede lid van dat artikel voort voor zover de gevorderde schadevergoeding is toegewezen. De Rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 121.750,−, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 6 mei 2009, zijnde de datum van instelling van de vordering, tot aan de dag van de algehele voldoening. Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 115.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening. Het middel klaagt niet dat het Hof bij zijn beslissing de in art. 421, tweede lid, Sv gestelde grens heeft overschreden.

3.4.

Voor zover het middel berust op de opvatting dat de ingangsdatum van de te betalen wettelijke rente over het bedrag van de toegewezen vordering van de benadeelde partij gelijk moet zijn aan de ingangsdatum van de te betalen rente over het bedrag van de op de voet van art. 36f Sr opgelegde betalingsverplichting, is het middel tevergeefs voorgesteld omdat die opvatting niet juist is. Het staat de strafrechter vrij al dan niet een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Indien de strafrechter de schadevergoedingsmaatregel oplegt, berekent hij het schadebedrag, waartoe de wettelijke rente behoort, naar de krachtens het Burgerlijk Wetboek geldende criteria.

3.5.

De wettelijke rente is ingevolge art. 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf het moment waarop de schade, die het gevolg is van de onrechtmatige daad van de verdachte, is ingetreden. Het Hof heeft geoordeeld dat de verdachte in het kader van de op de voet van art. 36f Sr opgelegde betalingsverplichting wettelijke rente verschuldigd is vanaf 24 december 2008. Dit oordeel geeft, in aanmerking genomen de in de bewezenverklaring onder 1 genoemde periode, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

3.6.

Het oordeel van het Hof dat de wettelijke rente over het toegewezen bedrag van de vordering van de benadeelde partij verschuldigd is vanaf 1 februari 2005 is, op de gronden als vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 68, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. In zoverre is het middel terecht voorgesteld.

4 Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde, de beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de bewezenverklaring onder 1, alsmede de strafoplegging daaronder in dit geval niet begrepen de beslissing tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, die derhalve in stand blijft;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2014.