Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1175

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-05-2014
Datum publicatie
20-05-2014
Zaaknummer
12/04666
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2057, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:417
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Vervolg op ECLI:NL:HR:2008:BF1232. Falende bewijsklacht. In zijn overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat betrokkene t.z.v. het in zijn strafzaak bewezenverklaarde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, bestaande in het “gratis” kunnen beschikken over een leenauto, welk voordeel door het Hof is geschat, onder verwijzing naar de aangifte van de aangever, op een bedrag X. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0232
RvdW 2014/762
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 mei 2014

Strafkamer

nr. S 12/04666 P

AGE/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 11 juli 2012, nummer 22/005716-10, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel en het bedrag dat aan de betrokkene als verplichting tot betaling aan de Staat is opgelegd en in zoverre tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt over de motivering van het oordeel van het Hof met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel ter zake van een aan de betrokkene en een mededader ter beschikking gestelde leenauto.

3.2.

Het verkorte arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Vaststelling van de betalingsverplichting

Het hof neemt voor het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel de berekening van de rechtbank uit het te vernietigen vonnis over, met dien verstande dat:

(...)

III. Ten aanzien van de feiten tezamen met [betrokkene 1] gepleegd:

(...)

Het hof berekent het door de veroordeelde uit de bewezen en soortgelijke misdrijven wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt, waarbij het waar mogelijk verwijst naar de nummering van de feiten zoals in de strafzaak tenlastegelegd.

3.3.

De aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a Sv houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, de volgende bewijsmiddelen in:

"37. Een proces-verbaal van de politie Twente, Regio Goor, nr. PL0500/03-105345, d.d. 11 augustus 2003, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], brigadier van politie. Dit proces-verbaal houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

als de op die datum tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 2], dat:

- [betrokkene] en [betrokkene 1] op 16 juli 2003 te Delden langskwamen bij het bedrijf van [betrokkene 2] en zij een Volvo 740 van € 4.350,- wilden kopen;

- [betrokkene 2] met [betrokkene 1] en [betrokkene] overeenkwam dat [betrokkene 2] de auto gereed zou maken en de auto ongeveer 14 dagen later zou afleveren;

- zij afspraken dat [betrokkene] en [betrokkene 1] de auto op het moment dat zij deze zouden komen halen óf contant zouden betalen óf dat zij het bedrag reeds per bankoverschrijving zouden hebben overgemaakt;

- zij afspraken dat [betrokkene] en [betrokkene 1] tot de afleverdatum gratis een leenauto zouden meekrijgen;

- [betrokkene 2] op 30 juli 2003 [betrokkene] en [betrokkene 1] belde met de mededeling dat de auto gereed was;

- [betrokkene 2] met [betrokkene] en [betrokkene 1] op 1 augustus 2003 afsprak dat zij de auto op 5 augustus 2003 zouden komen halen.

38. Een proces-verbaal van de politie, district Achterhoek/Eibergen, nr. PL 0651/03-336816, d.d. 25 september 2003, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2], brigadier van politie, en een andere opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

als de op die datum tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [betrokkene 1], dat:

- [betrokkene] en zij bij [betrokkene 2] te Delden een Volvo 740 hebben gekocht;

- deze auto nog moest worden gereedgemaakt;

- zij zolang gratis een leenauto meekregen, omdat zij een andere auto zouden kopen;

- zij nadat de koop niet doorging niets voor de leenauto hebben betaald."

3.4.

Het middel is tevergeefs voorgesteld. Het Hof heeft in de onder 3.2 weergegeven overwegingen als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de betrokkene ter zake van het in zijn strafzaak onder 5 sub c bewezenverklaarde, wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, bestaande in het "gratis" kunnen beschikken over een leenauto, welk voordeel door het Hof is geschat, onder verwijzing naar de aangifte van [betrokkene 2], op een bedrag van (de helft van) € 860,37. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2014.